Sierra Leone’s Refugee Allstars :: Libation

Soms zijn bands niet meer of minder dan wat hun naam suggereert. De muzikanten van Sierra Leone’s Refugee Allstars zijn een goed voorbeeld: verschillende muzikanten begonnen een decennium geleden tijdens de burgeroorlog in hun thuisland samen te spelen in een vluchtelingenkamp in buurland Guinee. Daar werden ze toevallig ontdekt door enkele Westerse muziekproducers en kregen ze de kans om een plaat op te nemen en de wereld rond te touren.

Tien jaar later is Sierra Leone’s Refugee Allstars nog steeds een van de bekendste Afrikaanse groepen in het Westen, al kwamen daar wel wat ledenwissels bij kijken. Sommige oud-leden verruilden ondertussen het tijdelijke voor het eeuwige en de overblijvende band besloot ter ere van hen en van overleden familieleden en vrienden hun vierde plaat Libation op te nemen. Een libatie is het schenken van alcoholische drank op aarde, vaak op de graven van overleden mensen, een traditie van eerbetoon die doorheen Sub-Sahara-Afrika en bij Afro-Amerikaanse gemeenschappen wijdverspreid is.

De libatie is tegelijkertijd een feestelijke en rouwende gebeurtenis, en het is dat gevoel van contemplatie en levensvreugde dat het zevental wou vertalen naar deze plaat. Dat is tot op zekere hoogte gelukt, al mag zeker geen conceptplaat verwacht worden. De twaalf tracks tonen hier wel een zekere zielsverwantschap in hun koppeling van dansbare beats en ophitsende riedels aan melancholischere sferen en teksten, maar zijn tegelijkertijd toch vooral een verzameling tracks die allerhande verschillende stijlen en thema’s aanraken.

“Chaimra” zet de plaat bijvoorbeeld in met een gezapig groovende soukou die aan het einde wat meer vaart meekrijgt dankzij een vreugdevolle uitbarsting van percussie en blazers. Meteen erna komt “Can’t Make Me Lonely” aanzetten met catchy reggae gezongen in het Engels, waarin zanger Reuben Koroma zijn beklag doet over een vrouw die hem de geneugten van het vlees om allerhande redenen ontzegt. In het meezingbare en opzwepende “Rich But Poor” weerklinkt dan weer een oproep om het potentieel van Sierra Leone waar te maken door een einde te maken aan corruptie en tweestrijd. Sommige tracks worden gezongen in Pidgin Engels doorspekt met lokale woorden en uitdrukkingen, zoals in het sterk aan Bob Marley herinnerende “It’s So Sorry” of in “Ghana Baby”.

Zowel op muzikaal, taalkundig als tekstueel vlak wordt dus een indrukwekkende stijlbreedte aan de dag gelegd die eerder uitzonderlijk is voor dit soort releases. Maakten legendarische Afrikaanse muzikanten zoals Franco (Congo) en Fela Kuti (Nigeria) er geen probleem van om hele plaatkanten lang op dezelfde basisriff te jammen, dan leggen Sierra Leone’s Refugee Allstars een sterk gevoel voor korte songs aan de dag. Repetitieve grooves zijn daarbij zeker van de partij en live zullen deze songs ongetwijfeld tot langere jams gerekt worden, maar toch valt op hoezeer de band zich aanpast aan de oren van een Westers publiek. Daar is natuurlijk niets mis mee, zeker niet als het zo’n degelijk resultaat als Libation oplevert, maar de luisteraar op zoek naar “authenticiteit” (wat dat ook mag inhouden) zal het hier in feite slechts in versneden vorm vinden.

Libation is geen verrassende plaat voor wie het oeuvre van Sierra Leone’s Refugee Allstars enigszins kent. In die zin is het zowel een plaat die weinig fans voor het hoofd zal stoten als een goede introductie tot datgene waar de band voor staat. De plaat biedt een vrij safe geluid met weinig van de ruwe edge die zo kenmerkend kan zijn voor West-Afrikaanse muziek, maar levert wel twaalf oerdegelijke songs af vol dansbare grooves en meezingbare melodieën.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − acht =