Christina Vantzou :: N°2

Voor diepgalmende ambient moet je bij Christina Vantzou zijn. Op haar tweede plaat dienen langgerekte strijkersmotieven als draagvlak voor subtiel variërende texturen.

Toen Christina Vantzou eind 2012 verscheen in ‘De canvasconnectie’, catalogiseerde de in Brussel residerende Amerikaanse haar werk zelf als ambient, drone en neo-klassiek. Die labels zitten Vantzou’s geluidslandschappen als gegoten, maar ze toont er ook mee aan dat ze begrepen heeft waar ambient al veertig jaar op steunt: ambient is al sins de jaren ’70 zo strak met drone en neo-klassiek verweven dat het amper kan beschreven worden zonder te verwijzen naar die invloeden. De ‘grote voorvader’ is Brian Eno, die de invloeden van Satie’s musique d’ameublement, de drones van La Monte Young en de eigengereide texturen en experimenten van John Cage synthetiseerde. Essentiële platen zijn Ambient 1: Music For Airports, The Pearl –met dat andere genie Harold Budd –, Discreet Music en Apollo: Atmospheres & Soundtracks. Drone, ambient en klassieke muziek zijn telkens de herkenbare bouwstenen.

Veertig jaar later is die erfenis nog steeds springlevend: Stars Of The Lid, Johann Johannsson, Max Richter, Dustin O’Halloran, Nils Frahm, Ólafur Arnalds . Allemaal hebben ze de afgelopen jaren op eigen terrein de grijze zones tussen klassieke structuren en op drones en soundscapes gebaseerde elektronisch experimenten verkend. Vantzou’s klankenpalet – -waarin prominent plaats is gemaakt voor strijkers — past perfect in dat rijtje. Daar zit haar verleden voor iets tussen. Samen met Adam Wiltzie van ambientmonument Stars Of The Lid vormt Vantzou het audiovisuele collectief The Dead Texan, waarin Wiltzies’ karakteristieke geluidspaletten versmelten met Vantzou’s visuals. Daarnaast deed ze ook een heleboel videowerk voor Dustin O’Halloran. En wie bij de hond slaapt, krijgt zijn vlooien.

Tegelijk verraden Vantzou’s composities haar achtergrond als video-artieste. Door het raam van mijn Gentse appartement kijk ik uit op een zonovergoten kunstwerk van Nick Ervinck, maar tijdens het uitstekende “Sister” — waarin ijle stemmen, emotioneel geladen harpmotieven en strak ingezette houtblazers komen bovendrijven -sluipen donkere, onbestemde landschappen in mijn blikveld. Andere stukken op N°2 hadden dan weer niet misstaan op de geluidsband van Cuaron’s Gravity; en “Going Backwards To Recover What Was Left Behind” kon de soundtrack zijn bij oude, krakende, op 8mm-tapes opgenomen beelden van de Sonorawoestijn.

Op haar beste momenten is Vantzou de anonieme registrator van een dramatisch, emotioneel schouwstuk, in tegenstelling tot Johann Johannsson bij wie de luisteraar vaker midden in het dramatische gebeuren wordt gezet. Jammer genoeg is niet alles op N°2 van even hoog niveau – en dat heeft de Amerikaanse in de eerste plaats te danken aan het feit dat ze haar composities in wezen benadert als een popsong. Van de elf nummers zijn er amper drie die de kaap van vier minuten weten te ronden, en die vormen zonder uitzondering de ruggengraat van haar nieuwe plaat. In een genre waarin aandachtig luisteren naar subtiel variërende motieven de boodschap is, is het nu eenmaal moeilijk de bakens te verzetten met songs die qua lengte niet uit de toon vallen op de gemiddelde Razorlight-plaat. “VHS”, “Arp”, en “Vancouver Island” — spek naar Juliana Barwicks’ bek — lopen over van het potentieel, maar hebben gewoon meer tijd nodig om dat tot wasdom te laten komen.

Hetzelfde geldt voor de artieste achter die nummers. Vantzou is volop aan het groeien en heeft voor de tweede maal een plaat uit waar een mens alleen maar gelukkig van kan worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =