BEST OF: The Cure

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van The Cure.

1. Plainsong

Disintegration is een grootse plaat, en dus kon ze ook alleen maar met éénzelfde gebaar openen. “Plainsong” is zo’n nummer dat de agenda muzikaal zet met zijn orkestrale grandeur; vloedgolven van synth die te pletter slaan op imaginaire rotsen en Robert Smiths eenzame stem die hulpeloos zingt over een meisje dat ook maar verloren in het leven staat. Rond haar maakt de imposante muur van muziek haar onbeduidende gevoel alleen maar groter. Lijfsong voor zij die het leven soms te groot en onvatbaar vinden.
Hoogtepunt: 00’25”. Een klein cymbaaltikje en het geluid barst open als een allesomvattende deken van warme troost in een kille wereld.

2. Charlotte Sometimes

De titel en het onderwerp werden gehaald bij een kinderboek over een meisje dat tijdreizen maakt, maar in Godsnaam… wat een terneergeslagen treurnis. “Charlotte Sometimes” was de single tussen Faith en Pornography, maar neigt duidelijk sterker naar die laatste plaat. De band zit in een desoriënterende galmbak waarin dat mislukte sprookje verwordt tot een oefening in huiveringwekkend isolement. Of luister nog eens naar het effect van die over elkaar gestapelde stemmen. De goth Cure op z’n best.
Hoogtepunt: 01’49”. “Sometimes I’m dreaming, while other people dance.”

3. Other Voices

De “doom and gloom” waarmee The Cure geassocieerd wordt, komt sterk naar voren in dit nummer uit Faith, het album dat het geluid van Seventeen Seconds verder uitdiept en verfijnt en tot een klassieker binnen het goth-genre mag gerekend worden. De ijsgitaren en repetitieve baslijnen behoren al langer tot het repertorium maar het is Smiths buitenwerelds stemgeluid dat hier het grote verschil maakt. Zelden was een album in meer grijstinten gehuld dan Faith.
Hoogtepunt: 1’14″: Enkele spookkreten te na gesproken keert Smith nu pas naar het voorplan om op klagelijke toon het nummer pas echt aan te zetten en de temperatuur nog enkele graden te laten dalen tot een onbehaaglijke koude kerkhofnacht in de winterperiode.

4. In Between Days

De schizofrene slingerbeweging in het oeuvre van The Cure in al z’n glorie. Na de versmachtende duisternis van Pornography en overgangsplaat The Top , keert de band voor een stuk terug naar z’n pop-roots met een compacte single vol rinkelende akoestische gitaar, kitscherige synths en een uitvergrote drumsound die “MIDDEN JAREN TACHTIG, BABY!!” schreeuwt. Wat het een klassieke single maakt, is natuurlijk die merkwaardige spanning tussen die opgewekte, naar de folkrock neigende popwave en de defaitistische lyrics, die je net zo goed onder een modderige drone zou kunnen plakken. En het bewijst nog eens dat Smith over niets liever zong dan gebroken relaties. Een oeuvre dat stilaan begon te lezen als Flairs gebroken-harten-rubriek.
Hoogtepunt: 0’50”. Na een lange aanloop, die “Yesterday I got so old, I felt like I could die.”

5. Push

Een minder bekende albumtrack van het van hits bol staande The Head on the Door. Het bestaat voor meer dan de helft uit slimme drumroffels en twee gitaarmelodieën met de galm op 12. “Push” barst open als een psychedelisch feest en blijft laag op laag euforie stapelen, terwijl Smith als een goth Prince gilletjes en kreetjes slaakt. Verder zingt hij even hoe iemand een man over de muur moet uitsmeren als aardbeien met slagroom, maar de muziek klinkt allesbehalve grimmig. Een van The Cure’s grootste feestsongs.
Hoogtepunt: 0’01”. Een gitaarlijn die elke normale mens in een beweging op zijn stoel doet staan.

6. Lullaby

In cijfers de grootste hit van The Cure, met een van de meest iconische synthmelodieën aller tijden. Een paranoïde Smith fluistert zijn angst voor een “Spiderman” in uw oor. Het zou een metafoor zijn voor Smiths drugsverslaving of zelfs misbruik in zijn kindertijd, maar Smith zelf hield het op een steeds weerkerende nachtmerrie die hij als kind had — getuige daarvan ook de videoclip, waarin Smith als een kind in bed wordt belaagd door donkere hallucinaties tot hij wordt opgeslokt door iets wat een reuzegrote spin lijkt. De spookachtige, sinistere sfeer onder de oppervlakte is te vergelijken met die van de doorsnee sprookjes die een gruwelijkheid herbergen waar kinderen graag in verzwelgen. Dat hebben ze dan gemeen met de doorsnee Curefans.
Hoogtepunt: 0’40”: die iconische synthmelodie dus.

7. The Kiss

Was Pornography de zwaar be-eyelinerde moeder van de gothic, dan stond The Cure met Kiss Me Kiss Me Kiss Me in 1987 mee aan de basis van wat later shoegaze zou worden. Opener “The Kiss” laat dat nog het beste horen, met zijn zwaar vervormde gitaarlandschappen die perfect de sfeer zetten voor Smiths apocalyptische kusscene.

Hoogtepunt: 03’52”. De gitaren en synths hebben zich bijna vier minuten mogen druk maken, Smith vindt eindelijk de tijd om naar de microfoon te stappen en trekt meteen alle aandacht naar zich toe.

8. A Forest

Allicht het bekendste Cure-nummer dat steevast in de hoogste regionen van de Tijdloze 100 eindigt, daardoor net niet kapot gedraaid, maar een onvergelijkbaar sterke track. De eerste keer dat Smith zijn bekende, galmende gitaargeluid doorheen een al even typisch dreigend woud van synths, bas en galm laat waaien. Tekstueel gebeurt er weinig boeiends, maar live blijft het een geweldige trip, die de band graag vele malen langer dan de plaatversie laat duren.
Hoogtepunt: 0’18”. Het bekende gitaartje komt twijfelend de al te weinig volledig gespeelde intro ingewaaid. Live houdt Smith dit zonder blozen een minuut of twee vol.

9. One Hundred Years

Het jaar was 1982 en The Cure was er slechter aan toe dan ooit. Groepsleden rolden op het podium vechtend over de vloer, drugs werden per camionlading verbruikt, op alcohol stond helemaal geen maat. Robert Smith stond aan de rand van de afgrond, keek naar beneden en maakte het beklijvende Pornography als reflectie van wat hij daar zag. “Het was dat of zelfmoord plegen”, zou hij later toegeven, en dus nam hij nog één plaat op, voor hij The Cure voor bekeken zou houden. Nog eentje, die vierkant fuck off tegen iedereen en zijn moeder zei. Opener “One Hundred Years” vat dat idee meteen goed samen. Drumcomputer, synths, gitaar, bas en zang trekken allemaal samen ten aanval en maken u het luisteren zo ongemakkelijk als kan. “Phil Spector in hell”, noteerde een geïnspireerde recensent. Hij had gelijk.

Hoogtepunt: 00’00”. Een droge drumcomputerbeat, loeiende synths en dan Smith galmend “It doesn’t matter if we all die”. Nope, subtiel was het niet, dat album dat zonder enige twijfel mee aan de wieg van gothic stond.

10. A Night Like This

The Cure heeft bekendere songs, grotere hits en epischer live-favorieten, maar “A Night Like This” is allicht de ultieme Cure-song en zeker een van hun aller-allerbeste. Zoals gewoonlijk loopt er een en ander danig en op hoogst romantisch-hunkerende wijze mis in Smiths liefdesleven. Nergens anders klinkt zijn zelfbeklag universeler. In geen enkele song wist hij die wanhoop beter aan open, grootse en hoopgevende melodieën te koppelen. Met dank ook aan zijn heldere zang, Gallups heerlijk brommende baslijn en de voortdurend over elkaar tuimelende gitaarmelodietjes van Smith en Thompson.
Hoogtepunt: 2″51”. Sax, kippenvel, janken.

11. Just Like Heaven

Nog zo’n staaltje euforische pop van The Cure dat bewees dat ze zoveel meer zijn dan een stelletje onkundig geschminkte zwartzakken. Al blijft Schmidt zijn eigen vrolijke zelf waar het zijn tekst betreft. Lijkt het een nummer lang koekenbak te worden, uiteindelijk wordt hij toch weer eenzaam wakker “Alone above a raging sea, that stole the only girl I loved / And drowned her deep inside of me”. Arme Robert. Maar wel een song lang aangenaam gezwijmeld; wij klagen dus niet.
Hoogtepunt: 00’19”. Dat synthlijntje valt in, een gitaarriedeltje vult aan, en alles in de kamer danst; wij nog het meest. Drie minuten en een half klein geluk.

12. Killing An Arab

Zelfs voor het post 9/11-tijdperk lag de titel van de allereerste single (1979) al moeilijk. Toch is dit nummer geen oproep tot racisme maar een verwijzing naar Albert Camus’ existentialistische roman L’étranger waarin het hoofdpersonage een Arabier doodt en zo zijn vervreemding nog aanscherpt. Op de occasioneel Arabisch aandoende gitaarlijn die als leidmotief verschillende malen terugkeert na, is dit vooral een door drum en bas voortgedreven protopostpunksong. Dat de single niet terug te vinden was op het debuut Three Imaginary Boys zou typerend worden voor The Cure die wel vaker albumloze singles zou uitbrengen.
Hoogtepunt: 0’10″: De loopse bas van Michael Dempsey start het nummer definitief, zijn baslijnen leggen de fundamenten van de song vast waartussen Robert Smiths ijsgitaren occasioneel mogen schuren.

13. The Lovecats

Op de oorspronkelijke single nog The Lovecats getiteld maar ondertussen al even bekend als The Love Cats is dit opnieuw een single die niet op een regulier album verscheen. Smith zou zich volgens een aantal fans voor het nummer laten inspireren hebben door de roman The Vivisector van Patrick White. Smiths voorkeur voor literatuur komt in verschillende nummers naar voren, al mag het hier twijfelachtig heten aangezien de songtekst een heel ander verhaal vertelt dan de roman. Wat er ook van aan zij, het is een opmerkelijk aanstekelijke popsong met haakjes geworden die een opvallend vrolijke The Cure laat horen, een kant die de band te weinig aan bod laat komen.
Hoogtepunt:0’06″: Enkele pianoaanslagen als antwoord op de drum, bas en kreten geven de song definitief een gevoel van “speakeasy” mee dat een hele song op de achtergrond blijft meespelen en zo de song een vrolijkheid meegeeft die zich uitstekend leent voor het thema van frivole liefde die in de tekst de hoofdtoon vormt. The Cure klonk zelden vrolijker en speelser dan hier.

14. Boys Don’t Cry

Honderd vijfenvijftig seconden, droog aan de haak. De tweede in een fantastisch trio singles (met “Killing An Arab” en “Jumping Someone Else’s Train”) en een voorbeeld van Smiths oor voor een plakkende melodie. De vroege line-up van Smith, Michael Dempsey (bas) en Lol Tolhurst (drums) is zeker niet de favoriet van de goths onder de fans, en dat valt te begrijpen. Dit is immers mijlenver verwijderd van de doom & gloom van Pornography. “Boys Don’t Cry” is schaamteloos romantisch, een klassiek boy meets and loses girl-verhaal. Hij moest het onderspit delven, maar die vier aanslagen aan het begin, dat kwieke ritme en die trotse snik klinken ei zo na triomfantelijk. Een ongegeneerd catchy hoogtepunt in de discografie en binnen de new wave van de late jaren zeventig.
Hoogtepunt: 0’07”. Dat jengelend gitaarmotiefje natuurlijk!

15. From The Edge Of The Deep Green Sea

“But suddenly she slows / And looks down at my breaking face / Why do you cry? What did I say? / But it’s just rain I smile / Brushing my tears away”. Jaja, een van die tragische liefdesnummers waar Smith het patent op heeft. Het bulkt ervan op Wish, dat gedoemd is om in de schaduw van Disintegration te blijven, maar op zichzelf toch een uitstekende prachtplaat blijft. Net als in “Trust” op datzelfde album, pleegt één van de twee geliefden euthanasie op een lang aanslepende relatie met alle innerlijke wroeging van dien. Al gaat dat hier niet gepaard met zwaarmoedige synths en strijkers, maar met een naar euforie reikende melancholische riff.

Hoogtepunt: 0’45”: zo’n riff die de komende 7 minuten geen seconde zal vervelen, barst los. En vervelen doet ze 22 jaar later na al die keren live zien en thuis spelen nog steeds niet.

Beluister deze Best Of ook op Spotify

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 2 =