Rockers van toen over twintig jaar ‘Worst Case Scenario’ :: ”Wij werden altijd ingetoomd als we naar Engeland wilden, die déden dat gewoon!”

Het is onze eigen Nevermind; de plaat die het Belgische muziekbestel met één welgemikte klap op zijn kop zette. Dat is toch de teneur vandaag. Maar hoe ervoeren andere muzikanten destijds het splinterbommetje dat Worst Case Scenario van dEUS was? Een muzikant geworden journalist, een goeie kameraad van de groep, een indierocker van toen en een éminence grise van de Belgische muziek herinneren het zich als de dag van gisteren. “Heel Antwerpen wist dat het verloren was toen Worst Case Scenario uitkwam.”

dEUS? Niemand had er begin jaren negentig geld op ingezet dat het net dat Antwerps groepje zou zijn dat het aangezicht van de Belgische rock zou veranderen. “Je had destijds twee scenes in de stad”, vertelt Axl Peleman. “Zelf zat ik met Ashbury Faith in de punkscene die uit de jaren tachtig was overgebleven. Aan de andere kant had je de uitlopers van de cool wave uit dat decennium: mannen die nog met drumcomputers en synths in de weer waren. dEUS was daarin maar een klein groepje; stelde niets voor. Er waren zelfs mensen die dat maar flauwekul vonden. Ik kende Tommy (Barman, mvs) van toen hij nog maar veertien of vijftien was en nog een rijkeluiszoontje was dat in Milletjassen en polo’s van Lacoste rondliep, en ook met Stef Kamil was ik goed bevriend. En toen was er dus plots dat EP’tje Zea. Toen ik dat hoorde had ik meteen door hoe origineel die groep klonk. Niet dat ik kon zeggen of het ook effectief goed was; het was ook wel wat rommelig. Maar zelfs Jean-Marie Aerts, die toen met ons in de studio zat, zei onmiddellijk dat hij weleens met die gasten wilde bellen. Hij hoorde er wel iets in.”

Uiteindelijk zou dEUS echter met Pierre Vervloesem en Peter Vermeersch als producers de studio intrekken, en op 13 februari 1994 lag Worst Case Scenario in de winkel. “Ik weet nog dat ik een soort blijdschap voelde, toen ik die plaat voor het eerst hoorde”, zegt Frank Vander linden, opperhoofd van het toen nog verse De Mens. “Ik had ze tijdens de Rock Rally van 1992 nog als Humojournalist en jurylid aan het werk gezien, en voor mij waren ze een terechte finalist, zelfs al was dat toen nog een volstrekt andere groep; meer een los collectief straatmuzikanten, dat gezeten op een tapijt optrad, zonder drummer maar mét djembé. Toen Zea uitkwam, hoorde je echter dat het een echte band was geworden en dat dit iets kon worden. Er werd dus wel iéts verwacht van hun debuut, maar niemand was voorbereid op het soort album dat we twintig jaar later nog altijd als een mijlpaal beschouwen.”

Een Belgische scene in de overgang

En toch is dat wat Worst Case Scenario achteraf zou blijken. Wat aanvankelijk een kritisch goed onthaalde plaat was, die aardig wat airplay kreeg op Studio Brussel, zou zich ontpoppen tot een klassieker. Pijlsnel zou dEUS immers de Belgische rockscene overstijgen. Om te begrijpen hoe groot de impact van de groep exact was, moeten we echter even terug in de tijd. Hoe stond de Belgische rock er eigenlijk voor begin 1994, aan de vooravond van de release van die plaat?

“Je kunt gerust stellen dat de muziekscene bij ons begin jaren negentig nog in zijn kinderschoenen stond”, herinnert Guy Swinnen, met The Scabs toen dé Vlaamse rocker bij uitstek, zich. “Om maar iets te noemen: toen we in die tijd met “She’s Jivin'” plots scoorden op een Parijse stadsradio die ons een springplank naar de nationale Franse radio konden bieden, duurde het maar liefst twee maanden voor we daar eindelijk de nodige promotie konden gaan doen; veel te laat natuurlijk, want ondertussen werd onze single al niet meer gedraaid. Vandaag gaat zoiets veel sneller en ik ben er van overtuigd dat dat voor een groot stuk is beginnen kantelen met de komst van dEUS.”

“Er was nog geld aanwezig in het festivalcircuit, aangezien sigarettenmerken nog mochten sponsoren”, zegt Vander linden. “Zo waren er veel speelkansen, en ook muzikaal begon daardoor iets te leven. The Choice (later K’s Choice, mvs), Gorky, … Dat waren de grote namen toen; de tijd van de gitaarrock hé, toen grunge alles bepaalde, ook wat in Vlaamse repetitiekoten werd gemaakt. In 1994 was de Belgische rock dus al volop aan het vervellen tot iets nieuws. Ook dEUS nam stijlkenmerken van Nirvana over, zoals de hard-zachtdynamiek, maar dat vermengden ze met invloeden uit jazz en zelfs folk, waardoor het opener werd; meerdimensionaal dan de gemiddelde grungeplaat.”

Laurens Leurs, toen frontman van het Limburgs rocktrio The Romans, zag de boel eveneens vooraf al voorzichtig in beweging komen. “Toen al was er een vorm van professionalisering aan de gang. Groten als Raymond van het Groenewoud en Soulsister hadden al langer hun management- en boekingskantoren. Sinds de late jaren tachtig groeide er ook in het kleinere pop- en rockmilieu, dat tot dan zijn zaakjes altijd zelf had beredderd, een vorm van organisatie. Jonge bureautjes als Peter Verstraelen of L&S Agency staken de kop op, en bundelden een aantal garagerockgroepjes voor wie ze optredens begonnen te regelen. Meer dan een boekingskantoor dat zijn bands een béétje begeleidde, was dat niet. dEUS zou dat anders aanpakken en één van de eerste Belgische rockgroepen zijn die een management had dat zich uitsluitend met die ene groep bezig hield. En dat zou heel belangrijk blijken.”

Het belang van de manager

Noem de namen Filip Eyckmans en Christian Pierre, en de loftuitingen vallen dan ook zonder schroom. Het belang van de managers van dEUS kan immers niet onderschat worden. “Hele toffe gasten met een erg goeie muzieksmaak waren dat”, zegt Peleman. “Eigenlijk waren zij meer wonderboys dan de groepsleden zelf; het waren pitbulls die niet loslieten als ze iets wilden, en ze gebruikten daarvoor de middelen die ze dankzij hun afkomst hadden. Van thuis uit waren ze immers erg welbedeeld. Als tieners kregen die al een zondag waar ik van achterover sloeg, en het is ook zo dat ze van hun vaders het geld hebben gekregen om in Londen een platenlabel te gaan zoeken voor dEUS. Altijd maar op en af reizen over het kanaal: daar heb je de middelen voor nodig, maar het was zo dat de groep de connecties kon leggen die nodig waren. Al had het natuurlijk niet gemarcheerd als ook de plaat niet zo straf was geweest; dat spreekt. Noem het dus maar een ideale samenloop van omstandigheden: erg getalenteerde muzikanten en commercieel intelligente mannen daar achter die samen aan de kar trekken, dat was het begin van dEUS.”

“Christian Pierre was bijna een extra groepslid, hoe hij mee de lijnen uitzette”, analyseert Leurs. “Zo keek hij anders aan tegen het bloeiende jeugdhuizen- en festivalcircuit; hij ging niet op elke aanbieding in, maar weigerde al eens een optreden om een ander exclusief te doen voor een hogere gage. Dat soort redeneringen waren een keerpunt. Veel groepen werden zich ervan bewust dat het allemaal wel mooi en fijn was om platen op te nemen en concerten te spelen, maar dat het niet slecht was om ook eens strategisch te denken. Zelf hebben we met The Romans die boot echter gemist; wij zijn altijd veredelde amateurs gebleven, terwijl een aantal andere groepen wél die stap zetten om daar iemand voor in te huren en ook na te denken over internationale strategieën.”

Die planmatige aanpak legde dEUS geen windeieren. Geen half jaar na de release van Worst Case Scenario tekende de groep in Londen een internationaal platencontract bij Island Records — een treffend feit om het belang uit te drukken: het zetten van de handtekening werd live op Studio Brussel uitgezonden — , en vertrok de groep op tournee door Europa. “Geen veredeld weekend naar Zwitserland zoals ons ook wel eens in de schoot viel”, zegt Leurs, “maar maanden weg, en dat langs zalen met namen die we kenden en waar we zelf van droomden; de Paradiso in Amsterdam, bijvoorbeeld.”

Tom Barman en band deden het. Omdat ze durfden dromen, misschien vanuit een jeugdige naïviteit? “Natuurlijk”, zegt Swinnen. “Als wij toeterden dat we in Engeland wilden gaan spelen, werden we ingetoomd dat dat te hoog gegrepen was; we moesten ons maar concentreren op Duitsland en Frankrijk. dEUS had de jeugdige overmoed om daar niet bij stil te staan en gewoon naar Londen te trekken. Ik herinner me nog scherp hoe ik toen tegen onze manager heb gezegd: ‘Zie je wel? Die doen dat wél!’ Ik viel daar pal van achterover.”

“Er zal wel een soort naïviteit en dadendrang achter hebben gezeten”, vermoed Vander linden, “maar het was natuurlijk ook gewoon die plaat, waarmee ze bijna hun eigen genre hadden uitgevonden; een kleur die nog niet bestond. Zelfs de Engelse pers vond het de moeite, en MTV sprong op de videoclip van “Via”. Ze tourden ook veel en ik denk dat ze dat die eerste jaren ook erg leuk vonden, zelfs al moet het er chaotisch aan toe zijn gegaan. Ik herinner me hoe we toen weleens een studio hebben gedeeld en hoe hun tourmanager Eric Didden er altijd enorm gestresseerd uitzag, omdat de groepsleden weigerden flightcases te gebruiken. Dat vonden ze te Bon Jovi-achtig of zo, en dus sleurde violist Klaas Janszoons al zijn vele kleine instrumenten mee in zakken van Delhaize en losse kisten. Het zegt ook iets over wat dEUS was: een hoop chaos, die na Worst Case Scenario zonder verpinken dubbele commerciële zelfmoord pleegde met opvolger My Sister = My Clock. Sommige mensen bij Island zagen in hen dan misschien een nieuwe U2, dat was het laatste van Tom Barmans ambities.”

“Het moment was gewoon juist”, besluit Leurs, “en hun sterk uitgesproken persoonlijkheden hielpen ook nog wat. Tom Barman en Stef Kamil Carlens waren jongens met een mening en een visie, die lak hadden aan sommige mensen en dat ook durfden zeggen in interviews. On-Belgisch, zichzelf zo op de borst durven kloppen. Dat is zeker een katalysator geweest in de ontwikkeling van de golf groepen die daarna kwam, zoals Soulwax, om zich niet met trots, maar ronduit met het gore lef in de wereld te plaatsen van ‘wie niet mee is, blijft maar achter’.”

De erfenis

Peleman: “Antwerpen zat vol groepjes die het wilden maken, maar toen dEUS zijn debuut uitbracht, wist je dat het verloren was. Iedereen droomde van het succes en de doorbraak, zij maakten het waar. Toch werd Worst Case Scenario niet meteen de klassieker die het nu is, het was gewoon een goeie plaat die veel op Studio Brussel werd gedraaid. Kwam daar nog bij dat dEUS met zijn botsende persoonlijkheden verre van een stabiele groep was; in de Antwerpse cafés heerste het gevoel dat het elke dag gedaan kon zijn met hen. Ik heb het zelf ook vaak genoeg geweten dat Stef Kamil bij mij kwam klagen over ruzie in de groep, en dat ik even later Toms kant ook te horen kreeg. Veel veranderde er niet meteen.”

“Ook voor ons bleef alles min of meer bij het oude”, zegt Leurs. “Dat hele gedoe gebeurde boven ons hoofd, want wij bleven hetzelfde bescheiden powertrio van weleer dat in het jeugdhuiscircuit bleef steken. Voor ons was het te laat om de grote doorbraak nog na te jagen; we hadden al een job, een huis, kinderen, … dEUS en Soulwax iets later waren jong genoeg om wel hoog te mikken en kwamen wel in het Europese clubcircuit terecht. De visibiliteit van Belgische muziek werd zo wel versterkt; plots werden ook The Romans al eens gedraaid op MTV. Hier en daar werden we dus al eens meegenomen, maar de klemtoon bleef natuurlijk liggen bij de groep die het allemaal had losgeweekt: dEUS. En zo hoorde het ook. Worst Case Scenario was immers een muzikale splinterbom die alle kanten opging en een enorm grote impact heeft gehad op jonge muzikanten. Ik denk dat het velen heeft aangespoord om op muzikaal vlak harder te zoeken, en niet langer de zoveelste kopie van iets uit het buitenland te willen zijn.”

Ook bij ondertussen gevestigde waarden sijpelde de invloed van Worst Case Scenario door. “Waren wij gefrustreerd dat we ons goeie livegeluid niet op plaat gevat kregen, pakten die gasten uit met een plaat die zo fris klonk als wij probeerden, maar niet gedaan kregen”, zegt Swinnen. “Op onze laatste plaat, Sunset Over Wasteland, hebben we dan ook maar geprobeerd om eens wat verder te gaan dan we gewoon waren. Geen goed idee: ons vertrouwde publiek lustte het niet en dat dEUSpubliek vond het toch nog niet hip genoeg. We zijn dan in 1997 toch maar gesplit.”

Ook bij De Mens werd dEUS een referentie. “Het werd een running joke om naar dEUS te verwijzen als iets vals stond”, herinnert Vander linden zich. “Het was een manier om te zeggen dat het dan scheef zat op een goeie manier. Ik denk dat dat misschien wel het punt is waarop Barman en co de weg hebben gewezen: dat je raar moet durven, doen binnen het kader van wat toch nog altijd pop- en rocksongs blijven. Hun muzikale invloed is dus onweerlegbaar. En ze hebben de mogelijkheden getoond die een Belgische band heeft; dat je geen rockgroep naar Amerikaans model moet zijn, dat je ‘t op zijn Belgisch kunt zijn; een beetje chaotisch, en drijvend op conflict.”

Kun je zelfs buiten de grenzen een beetje boud stellen dat dEUS mee de Europese rock een eigen gezicht heeft gegeven dus? Vander linden: “Zeker wel, al had die impact groter kunnen zijn, je kunt er van op aan dat ze wel een aantal Spaanse, Waalse en Franse groepen beïnvloed hebben. En ook verder: de Ierse rockers van The Frames waren net zo goed fan. Dat zijn natuurlijk geen grote feiten, dus je kunt moeilijk stellen dat ze hun licht over een heel continent hebben laten schijnen. Maar ze hebben wel in een donker bos een interessant licht laten branden.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =