Herman Brusselmans :: De Qualastofont

Waarom schrijven we, na al die jaren nog steeds recensies over de boeken van Herman Brusselmans? Zeggen dat de man al meermaals hetzelfde boek heeft geschreven, zou overdreven zijn, al maakt hij sinds jaar en dag gebruik van dezelfde ingrediënten. En toch: van tijd tot tijd is zo’n boek best aangenaam.

Zeker wanneer een schrijver een zekere bekendheid heeft, kan hij kiezen voor één van twee dingen: ofwel kiest hij voor het plezier, en schrijft hij het ene boek na het andere, ofwel bouwt hij aan een oeuvre. Dat laatste impliceert dat er sprake is van een zekere continuïteit: het volgende boek is niet mogelijk zonder het vorige. Elke nieuwe worp betekent een stap dichter naar de kern van iemands schrijverschap. Is het oneerbiedig te beweren dat Brusselmans niet echt een oeuvre-schrijver is? Hij heeft kwantitatief nochtans een indrukwekkend nalatenschap en slaagt erin te streven naar ontroering. De criticus die graag het woord “meesterwerk” uit zijn of haar pen laat vloeien, komt al een aantal jaar van een kale reis terug wanneer het om Brusselmans’ publicaties gaat. Desalniettemin schreef de man in het laatste decennium quasi uitsluitend boeken die perfect deden wat ze voor ogen hadden: de lezer laten grijnzen en smullen van pijnlijke, absurde en tragi-komische situaties. Bovendien is Brusselmans niet iemand die zonder meer eist dat er gelachen wordt: de tragiek van een bestaan, in welk milieu zijn personages zich ook bevinden, komt meer dan eens bovendrijven. Wat sommigen “formulematige” romans noemen, zijn steeds weer boeken waar een ziel in zit, waarover nagedacht is. Zo ook De Qualastofont: nog meer van de pot gerukt dan veel ander werk van Brusselmans, maar daarom niet minder frappant.

Daarmee is overigens meteen het woord dat Brusselmans als een bijzonder compliment mag opvatten, gevallen. Al meer dan zestig boeken schreef hij, en ook nu weer ligt er een in de rekken dat de lezer even halt doet houden. Is de sociale omkadering van onze maatschappij eigenlijk wel evident? Betekenen onze welvaartscultuur en alle vrijheden die daar mee samengaan geen bedreiging voor de brozere zielen van deze maatschappij? Maar ook: welke functie heeft humor nog in de literatuur van vandaag? Waar liggen de grenzen van de appetijt: wat kan in een satire, wat gaat te ver? Kan alles wat Brusselmans hier presteert door de beugel of overschrijdt hij de grenzen van het fatsoen? Mag je wat eigenlijk wansmakelijk is grappig vinden? Moet je je als vrouwelijke lezer beledigd voelen? De Qualastofont lezen is voortdurend de spanning ervaren tussen leesplezier en weerstand: de merkwaardige sensatie van het genieten van iets dat eigenlijk als mensonterend zou kunnen beschouwd worden. Niet dat de vuilbekkerij veel verder gaat dan wat de schrijver al eerder literair gebaard heeft. Toch blijft het slikken en vraag je je voortdurend af: waarom is dit gebrek aan fatsoen zo grappig? Het zijn vragen waarop niet meteen een antwoord komt. Bij Brusselmans zelf moet je er niet voor aankloppen, want hij verklaarde al dat het hem geen moer kan schelen wat wie dan ook er van vindt. Hijzelf is er tevreden over, en wat kan belangrijker zijn dan dat?

Om toch enigszins kritisch naar de roman te kijken: misschien had er meer verhaal mogen inzitten, kwestie van het boek meer body te geven. Langdradig wordt De Qualastofont, een term waarop het lang wachten is vooraleer die wordt uitgelegd, nooit, wat voor een boek dat nog geen 200 bladzijden telt nu ook weer niet zo verwonderlijk is. Wel blijft er relatief weinig van hangen: de personages zijn typische vruchten van Brusselmans’ geest en dus had een bepaalde inspirerende plot deze roman toch kunnen onderscheiden binnen het repertoire van de schrijver. Een goed boek? Ja, hoewel het op geen enkele manier excelleert. Maar of het daarom minder prettig leest? Natuurlijk niet!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =