Sharon Jones & The Dap-Kings :: Give The People What They Want

Eén nummer. Zo ver moet je geraken om het genie van Sharon Jones & The Dap-Kings te ondervinden. Opener “Retreat!” is er immers knal op en over. Statig gebonk op zo’n XL-pauk, een aangeslagen klok, een kloeke baslijn en gitaargeplingel; dat volstaat om het te weten. Wat volgt is drie en een halve minuut soulperfectie. Sowieso een van de nummers van het krappe 2014, maar dat was in 1965 net zozeer het geval geweest.

Het bevat immers alles wat je nodig hebt: die klok van een stem, een knoert van een melodie, een sound en stijl die de groovy variant koppelt aan het opgeblonken Motownverhaal en een machtig blazersarrangement. Het is een song van attitude, van heupwiegende zelfzekerheid, zelfbewuste girl power, van souplesse en vechtlust. Natuurlijk ging die vrouw kanker overwinnen. Fuck kanker. Welke kanker? “Play with me and you play with fire.” Een in de hoek gedwongen ex-lief met het gezag van een angstaanjagende schoonmoeder. Kortom: een figuur om schrik van te krijgen. Als Jones die klassieke “Hell hath no fury like a woman scorned” keelt, geloof je dat niet zomaar. Dan ben je daar rotsvast van overtuigd. Hoe had je ooit iets anders kunnen denken?

Tien stuks van dat en je had niet alleen de plaat van het jaar, maar tegelijk ook een instant soulklassieker, retro of niet. Zo’n vaart loopt het echter niet. Tegenvallend of saai is Give The People What They Want nergens. Het is gewoon een doorsneeplaat van Sharon Jones & The Dap-Kings. Wat gladder dan zijn voorgangers en niet altijd doordrongen van het heilige vuur dat vooral in die eerste drie platen haast continu voelbaar was, maar een goeie van deze band is iets waar we altijd voor te porren zijn.

Er zitten er hier een paar tussen – zoals “We Get Along” en misschien ook het wiegende, maar eigenlijk weinig memorabele “Get Up And Get Out” — die je met wat slechte wil kan beschouwen als veredelde vullertjes, maar in al die songs zit wel iets waarom je ze niet zou willen missen: een schattig stukje backing vocals, een blazersmelodie, een uithaal van madame Jones. En dit is een plaat die overduidelijk met een enorme zorg en oog voor detail in elkaar gestoken is. De songs en de inkleding van bandleider/bassist Bosco Mann zijn intussen het spul waarmee legendes gemaakt worden, en het speelse zelfvertrouwen en quasinonchalante ambacht spatten dan ook van de plaat.

Maar je hebt natuurlijk een resem prima songs, samen goed voor een half uurtje zwierige soul die nu eens flirt met funk en/of blues, en dan weer stuitert richting pop, zoals “Now I See”, een superkrokant snoepje met speelse baslijn, springerig ritme en vleiende blazers; of het onweerstaanbaar gejaagde “People Don’t Get What They Deserve”. Bijna even goed: “Stranger To My Happiness” (dansen op de tonen van ouderwets ronkende, vette baritonsax!), het van venijn stijf staande “You’ll Be Lonely” dat af gemaakt wordt door een vettig trompetstukje en een paraderende attitude van heb-ik-je-daar.

“Making Up And Breaking Up (And Making Up And Breaking Up Over Again)”; je zou het zo toeschrijven aan Dusty Springfield. Die van 1967 met de snik en de uitgelopen mascara, heeft bijna een te hoog gimmick-gehalte, maar sla er die oude soulcompilaties nog eens op na en je zal vaststellen dat die schijnbare niemendalletjes (in dit geval: 144 seconden, droog aan de haak) de onmisbare saus voor de meer substantiële songs waren. Afsluiter “Soul Down, Love” is dan weer het spul dat degenen onder ons met een hartslag onmogelijk koud kan laten. Slaapkamerspul dat niet het hemelse niveau haalt van het klassieke spul van Al Green, maar het komt verdomd dichtbij.

Kortom: wie op zoek is naar een nieuw en avontuurlijk geluid, is hier niet aan het juiste adres (en evenmin bij het label). Give The People What They Want is net als z’n voorgangers een lesje in retrosoul, maar dan wel uitgevoerd met zoveel gezag dat er geen twijfel over bestaat dat de band ook z’n mannetje had kunnen staan in de hoogdagen van het genre, toen Marvin, Aretha, James, Otis, Al, Wilson & co. schone sier maakten. Ultieme bewijs daarvan zijn de opwindende concerten waarmee Sharon Jones & The Dap-Kings hun reputatie al helemaal gebetonneerd hebben.

En kijk: op 18 mei komt de band orde op zaken stellen in de AB (Brussel). Feest in de stad.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 6 =