Pampers :: Pampers

Mag er nog vuile punk zijn? De laatste tijd kwamen er bij In The Red Records net iets te veel propere platen uit, waarvan de raakvlakken net iets te dicht bij het indierockgenre lagen. Hoog tijd voor een beginnende punkgroep als Pampers dus, om de puntjes met veel geloei, ongestemde gitaren en krachtig slagwerk nog eens mooi op de i te zetten.

Met een zoveelste plaat van The Dirtbombs, Cheap Time, Ty Segall of Oblivians bij In The Red Records kan men zich natuurlijk wel eens afvragen of het label nog wel bezig is met echte rock-‘n-roll aan de wereld te verkopen. Niet dat dergelijke groepen geen verhaal meer hebben, maar het lijkt toch vaak een ons-kent-onsverhaal en bijgevolg mag het een geluk heten dat er nog altijd nieuwe bands aan de oppervlakte komen. En voilà, hier is het nog onbekende Pampers, een combo dat voor de verandering eens totaal geen bekende rocker in de credits heeft staan, zelfs niet voor de productie.

Toch breng de groep evenmin iets waarvan een doorsnee garageliefhebber raar zal opkijken. Met een draaikolk van psychedelische gitaren en scanderende vocals sluit Pampers namelijk naadloos aan bij andere psychedelische garagegroepen, al klinkt de band nergens als een kopie. Bij het recentelijk gehypete Paint Fumes hoorden wij bijvoorbeeld heel duidelijke echo’s van Black Lips en Demon’s Claws, zonder dat de groep erin slaagde het niveau van de voorbeelden te overstijgen. Hier liggen de referenties er minder dik op, terwijl het materiaal meer eigen verhaal heeft en er af en toe zelfs een aanstekelijke hook in blijkt te zitten.

Dat Pampers eerder een smoel dan een gezicht heeft, wordt in ieder geval meteen duidelijk met het compromisloze “Eruptions”, waarin het blaffende opperhoofd zich meteen helemaal mag laten gaan. Hierbij moet u er niet op rekenen iets van de teksten te verstaan, al is het wel overduidelijk dat het hier geen “Stille Nacht” of “De Herdertjes Lagen Bij Nachte” betreft.

De groep zelf beschrijft zijn garagepunk als thug pop, wat neerkomt op pop voor gangsters of tuig. Het lijkt ons een weinig betekenende term, al heeft het combo wel degelijk aanstekelijke momenten waarbij hun lawaai als pop omschreven kan worden. Zo heeft “Monkey Drip” een constant terugkerend riffje dat zelfs de stijfste hark ertoe aanzet de heupen te bewegen, terwijl een vette solo je naar het einde toe nog eens extra motiveert om naar de luchtgitaar te grijpen. Met het donkere “Sack Attack” haalt de groep echter weer uit met het allervuilste dat wij al van psychedelische rock-‘n-roll op ons bord hebben gehad, met als gevolg dat de term pop toch maar moeilijk als een constante te hanteren valt.

Wat volgt, bevestigt dat er van een echte trend geen sprake kan zijn in het materiaal van Pampers. Met “The Wigga” krijgt het publiek namelijk punk tot in de vierentwintigste macht op het bord, terwijl het combo met “Head Bag” heeft besloten om het effect van coole parlando’s op een instant herkenbaar riffje uit te testen. Het maakt in ieder geval duidelijk dat Pampers van conventies geen punt maakt en de rock-‘n-roll-gedachte hoog in het vaandel draagt.

Dat het rock-‘n-roll-gehalte van Pampers na afloop van het plaatje meer blijft hangen dan het popgedeelte, hoeft bijgevolg niet te verwonderen. Pampers rockt als de beesten, is zo vuil als een door een keukenmachine gehaalde drol en klinkt op de koop toe experimenteel en psychedelisch. Ruim voldoende in ieder geval om verwachtingen te creëren en een rock-‘n-roll-minnend publiek halsreikend te doen uitkijken naar wat nog komen moet!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − twee =