Lissie :: Back To Forever

America’s little popfolk darling verpakt haar tweede plaat in zeven meter stars en stripes. Dat zorgt voor een snee nostalgie die mierzoet, voorgekauwd en ver voorbij de houdbaarheidsdatum klinkt.

Deze Amerikaanse is na het succes van Catching A Tiger resoluut voor het epische stadiumpoprockgeluid gegaan dat eind jaren negentig de US of A veelvuldig overspoelde. “America, I am American” zingt ze op de protestsong “Mountaintop Removal”, een van de weinige genietbare nummers van het album. Je hoort de straaljagers meermaals overvliegen op deze plaat, maar niet altijd met even goede kwaliteit van soundtrack erbij.

Hier en daar neemt Lissie je mee naar een aardige referentie uit het recente verleden. In “The Habit” klinkt ze als een achternichtje van Stevie Nicks dat zich door het vroege werk van Sheryl Crow worstelt. Deze epische poprocksong geeft platte commerce nog een interessante echo, aangezien de cowboybotten nog van een scherp paar sporen voorzien zijn. Geen nummer voor dagelijkse consumptie, maar eentje om je in te beelden dat je in een Oldsmobile over Route 66 raast. Even later hoor je ook een flard Juliette Lewis in de te pruimen trage “They All Want You”; een nummer voor de verplichte bad-bij-kaarslichtscène in de gemiddelde romantische komedie, maar opnieuw binnen die sfeer geen slecht voorbeeld.

In het merendeel van de songs grijpt Lissie terug naar de women-of-rockperiode van de late jaren negentig. Een nummer als “I Bet On You” is op die standaardleest geschoeid: uptempo raspende countryrock met een dramatische parlando middenin en met een extra venijnige uithaal in het laatste refrein. Al te vaak grijpt ze echter inspiratieloos terug naar een trend van tien jaar geleden. Veelvuldig komen namen als Melissa Etheridge of Michelle Branch in het achterhoofd, maar laten we eerlijk zijn: die hoor je nu enkel nog opdoemen in de retroprogramma’s van MNM. “Shameless” heeft een Alanis-kantje, maar klinkt als de light-versie van het mindere materiaal van Jagged Little Pill. Lissie doet haar best om als een taaie tante te klinken, maar meer dan puppyhysterie bereikt ze niet. “Sleepwalking” gaat nog een stuk verder en brengt zelfs The Corrs in gedachten. Wat eerder nog als de Route 66 klonk, is nu verworden tot een familietrip naar Blankenberge in een Renault Clio.

Komt daar nog eens bij dat er geen groot literair talent aan Lissie verloren gegaan is. “Does anyone love anyone anymore?” vraagt ze zich mijmerend af op “Further Away (Romance Police)”, een track die als poprock voor senioren voorbij slentert alvorens met een glamgitaarsolo de foute eightiestoer op te gaan. “Mouth dry, I need a glass of water” lameert ze op “I Don’t Want To Go To Work”, een nummer over je relationele verdriet verdrinken in een bar op een weekavond, hoogswaarschijnlijk met een flink glas porto. “Cold Fish” snijdt dan weer de betere Druivelaarwijsheid aan: “You can’t eat what you can’t catch”. De bijhorende rammelende klank moet waarschijnlijk de hoogdagen van grunge evoceren, maar klinkt eerder als iets wat Chris Cornell in het rusthuis zou schrijven. Op vocaal vlak heeft Lissie nog het een en ander in huis, maar in een kapotgemixte brei als dit album kan je daar maar weinig smaak mee redden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − negen =