Suede :: 1 november 2013, AB

Kun je na je veertigste nog rocken? Heb je als rockgroep recht op een tweede leven, ver van de hippe mainstream van de dag? Doet britpop nog ter zake? Steek die vragen in uw gat, ja. Suede, ondertussen meer dan twintig jaar in ‘t getouw, en gereüneerd al drie jaar in extra tijd, gaf vrijdagavond een triomfantelijk concert; misschien wel het beste dat dit jaar in de AB is gespeeld.

“Wat een band!”, denk je acht nummers ver in de openingsrush, wanneer Brett Anderson het publiek dirigeert in samenzang in een zinderend “We Are The Pigs”. Suede heeft dan al gewaagd geopend met het introspectief “Europe Is Our Playground” — geen knaller, maar een traag smeulend vuur — om daarna al even achteloos drie nummers van comebackplaat Bloodsports uit 2012 achter elkaar uit de hoed te trekken; niemand klaagt, of roept om de oude hits. “Barriers” is immers net zo’n energieke call to arms als hitsingle “Trash” later zal zijn; “It Starts And Ends With You” een nieuw volkslied voor verliefden aller landen.

Ze zijn nieuw in de familie, maar ze zijn al in de armen gesloten; dit optreden draait niet enkel om een monumentaal verleden waar niet tegen op te boksen is. De Londense groep heeft dat gevecht namelijk al gewonnen sinds ze bij de opnames voor dat laatste album besefte dat ze zichzelf niet krampachtig moest ontlopen; dat er niets mis is met nummers schrijven die als Suede klinken. Al valt tijdens dit optreden op dat Richard Oakes’ snedige gitaren van “Snowblind” en bisnummer “Hit Me” misschien net iets te dicht bij ouder materiaal hebben gelegen. Het zijn twee nummers op negentien; we willen dat welwillend door de vingers zien.

Want we waren dus bij dat “Wat een band”. Sinds de drugsjaren zijn uitgezweet en de wrok om de plotse split in 2003 is uitgepraat, heerst bij Suede een gezonde werkmansethiek. Dit is een machine die werkt, ploegt en doorstoomt in het gareel van de ritmesectie, waarin bassist Matt Osman met zijn losse feel swagger toevoegt en drummer Simon Gilbert voor een strakke leiband zorgt. Na dat trio nieuwelingen wordt dus toch kwansuis publieksfavoriet na topsingle gemitrailleerd; de monsterachtige riff van “Filmstar”, de euforie van dat “Trash” en verrassend vroeg ook grootste hit “Animal Nitrate”; alsof dat niets kost, en er nog genoeg in kas zit om dat verlies op te vangen. Dat is dan ook zo.

Frontman Brett Anderson overstijgt ondertussen zijn meer dan veertig jaren en gooit zijn lange, lenige lijf met de energie van een hongerige achttienjarige puber in de strijd, springt al eens fluks met een tijgersprong over de monitor naar de rand van het podium, schudt met zijn kont en zwaait tegelijk de microfoon in het rond, duikt de frontstage in of poseert theatraal met de armen open. Vergeet alle Bono’s; dit is de beste frontman die u dezer dagen in actie kunt zien. Dat hij ook de strot heeft die bij zo’n uit de kluiten gewassen podiumpersonage past, wordt nog maar eens duidelijk in een adembenemend “Still Life”: het theatrale origineel wordt omgeturnd tot een ingetogen, akoestische ballad die de zaal muisstil krijgt.

Suede is ondertussen het soort band geworden waarvan je niet kunt bijhouden hoeveel wereldnummers er in de catalogus zitten. Zo valt het je pas thuis op dat ze deze keer “Wild Ones” niet hebben gespeeld en dat het geweldige, maar dubieuze “Heroine” sinds de reünie niet meer op de setlists stond. En net als je denkt dat je met “So Young” de laatste echt grote hit hebt gehad, komt er nog één. “Beautiful Ones” is een triomfantelijk orgelpunt; de meegebrulde “lalala’s” het feest van de overwinning. De pletwals heeft zijn werk gedaan; niemand hoeft nog overtuigd.

Suede bewijst dat het kan; gracieus ouder worden in de rock-‘n-roll. Geen foefjes, geen grote decorstukken; gewoon de songs, en dat in strak tempo. We willen geen grote woorden gebruiken, maar we gaan er nu ook niet omheen dansen: dit is een van de sterkste livegroepen van het moment.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − een =