Byzantium

In Byzantium – de nieuwe film van Neil Jordan, niet de laat-Romeinse stad aan de Bosporus – lopen heel wat acteurs rond die we al lang een grote doorbraak of toch op z’n minst een echt goeie rol in een echt goeie film gunnen. Saoirse Ronan hebben we in Atonement leren kennen als een jonge actrice met heel wat in haar mars, en in het voor de rest uiterst middelmatige Hanna bewees ze dat ze een dragende rol aankan, maar slechte rollen in slechte films – The Lovely Bones, The Host – hebben wat afbreuk gedaan aan haar recente cv. Sam Riley zette een briljante incarnatie van Ian Curtis neer in Control, maar moet het sindsdien te vaak stellen met ondankbare rollen in geflopte films als On The Road. En Gemma Arterton moet zo snel mogelijk tonen dat ze meer is dan een aangename verschijning door een sterk, dramatisch personage in een memorabele film neer te zetten: in The Disappearance of Alice Creed en Tamara Drewe vingen we een glimp van zo’n actrice op, maar films als Hansel & Gretel: Witch Hunters en Song For Marion gaan haar niet helpen die ambitie te verwezenlijken.

Alle drie de acteurs spelen een hoofdrol in Byzantium, de terugkeer van regisseur Neil Jordan naar de wereld van vampiers na het destijds uiterst populaire Interview with the Vampire. Centraal staat Eleanor Webb (Saoirse Ronan), een teruggetrokken meisje van zestien, dat eigenlijk al twee eeuwen oud is. Doordat ze al tweehonderd jaar in haar puberteit vastzit, worstelt ze er enigszins mee dat ze haar levensverhaal aan niemand kwijt kan, terwijl haar moeder Clara, die zich aan de buitenwereld als haar oudere zus presenteert, probeert om de touwtjes aan elkaar te knopen door haar lichaam te verkopen. Dat ze daar behoorlijk goed in is, spreekt voor zich: ze heeft de looks van Gemma Arterton en een boezem zó voluptueus en rond dat elke man met een beetje balgevoel zich ertoe aangetrokken voelt. Het verleden van de twee dames zit hen echter op de hielen, in de vorm van elite-vampier Darvell (Sam Riley) en nare herinneringen aan Captain Ruthven (Jonny Lee ‘Sick Boy’ Miller), een hoerenloper van wie Clara aan het begin van de negentiende eeuw haar eeuwige leven heeft gestolen.

Dat ziet er een beetje uit als een nogal rommelig verhaaltje, en guess what: dat ís het ook. Scenariste Moira Buffini, die het scenario baseerde op haar eigen toneelstuk, schippert wat heen en weer tussen de standaarden en clichés van het vampiergenre en de ambities om daar net een frisse wind doorheen te laten waaien. Uiteindelijk valt de film daar een beetje tussenin. De vampiers uit Byzantium hebben géén scherpe hoektanden, maar wel puntige, groeiende duimnagels waarmee ze de slagaders van hun slachtoffers openrijten, en een vampier – nu ja, een soucouyant – word je na een soort Batmanachtige initiatierite in een stenen hut op een naamloos eiland. Anderzijds wordt er vooral in de sequenties die zich tweehonderd jaar geleden afspelen, wel erg vaak teruggegrepen naar het soort romantische, theatrale clichés dat de film niet echt vooruithelpt – bloedrode watervallen, ondergaande zonnen, een sinister genootschap met de belachelijke naam ‘The Pointed Nails of Justice’, en véél pruiken en kostuums die moeten verbergen dat de acteurs ook maar gewone 21ste-eeuwers zijn.

Op een gelijkaardige manier zwalpt Byzantium wat heen en terug tussen het arty existentialisme van (het geweldige) Let The Right One In en de puberproblematiek van (het geweldig slechte) Twilight, zij het wel zonder de toppen van die eerste of de dalen van die laatste film te bereiken. Het komt erop neer dat Eleanor al tweehonderd jaar lang een puber van zestien is, en daar komt vanzelfsprekend een identiteitscrisis én een tienerromance – in dit geval met een nogal miserabele jongen die aan leukemie lijdt (Caleb Landry Jones) – bij kijken. Dat romantische subplotje zorgt voor voorspelbare en ronduit saaie cinema: beide personages zijn immers extreem passief en verzuipen in zelfmedelijden, dat ze dan nog eens op elkaar gaan projecteren. Na vijf minuten wensten wij Caleb Landry Jones al een heleboel dingen toe die niet echt ethisch verantwoord zijn – en zeker niet voor leukemiepatiënten.

Tot zover alle kommer en kwel, want Byzantium is nu ook weer niet zo’n slechte film als je zou verwachten wanneer er vergelijkingen met Twilight worden gemaakt. Zo krijg je in het begin van de film een portie onverwachte slasher en Gemma Arterton in een korset en jarretellen. In dezelfde scène. Need we say more? Arterton is overigens ook om redenen die verder gaan dan het louter esthetische één van de betere aspecten aan Jordans prent. Ze heeft veruit de interessantste en de plezantste rol – eigenlijk is ze zowat het enige personage dat echt acties onderneemt in de film – en maakt daar dankbaar gebruik van. Zonder meteen een Oscar te verdienen, toont ze wel dat ze kán acteren en veel meer kan zijn dan een damsel in distress. Saoirse Ronan blijft echter te vaak steken in de ijle blik waarmee ze voor zich uitstaart, en Sam Riley krijgt amper genoeg schermtijd om ook echt iets interessants te kunnen doen. Het zal nog even wachten zijn op die echt goeie rol in een echt goeie film.

Uiteindelijk werkt Byzantium het beste wanneer de makers zich bezighouden met de idee van eeuwig leven in een wereld waarin alles vergaat. Het grootste deel van de film speelt zich af in een mistroostig Brits kuststadje, aan een verouderd pretpark met aftandse attracties, en Eleanor en Clara zoeken hun toevlucht in ‘Byzantium’, een verouderd hotel waar de art al lang niet meer zo nouveau is. Al de flikkerende neonlichten en koude promenades, en Ronan en Arterton die daar wat onwennig doorheen wandelen – je voelt dat ze er niet thuis horen – brengen veel meer intensiteit naar de film dan eender welk slow motion-shot waarin iemand staat te baden onder een waterval van bloed. Het had geen kwaad gekund als Neil Jordan zich daar meer op had gefocust, en de clichématige gotiek van rond 1800 had gelaten voor wat ze was.

Een slechte dosering is dan ook het centrale probleem van deze prent: net zoals wat meer 21ste en wat minder 19de eeuw wonderen had kunnen doen, had Jordan zich ook wat meer mogen bezighouden met de conflictueuze moeder-dochterrelatie tussen Arterton en Ronan en wat minder met de ontluikende maar o zo onmogelijke liefde tussen Ronan en Jones. Byzantium is géén goede film, maar hij heeft wel z’n momentjes – en een goed acterende Gemma Arterton, mét jarretellen. U gaat ons verder niet horen klagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 4 =