Spectrals :: Sob Story

Niet de broertjes Jonas, maar wel Jones trakteren ons op een nieuwe kleine. Opererend onder de noemer Spectrals leveren de jonge, ietwat onfris uitziende wolven ons Sob Story. Met zo’n titel waren wij alvast benieuwd of de plaat hem ook waar zou maken.

Gelukkig blijkt dat allemaal nog behoorlijk goed mee te vallen. Het weer wordt opnieuw wat mooier, de vogels zetten zich terug aan het fluiten, en dat maakt de frisse, licht verteerbare pop-rock die uit de groeven van deze langspeler opstijgt des te aangenamer. Want dat is en blijft het wel: licht verteerbaar.

Niets mis mee, natuurlijk. Niet elk album moet de luisteraar opzadelen met diepgaande filosofische overwegingen over mens en maatschappij, overmeesteren met ongeziene virtuositeit, of platbeuken met riffs waarmee je koolstof in diamant kan persen. Gewoon een goed lieke is vaak meer dan voldoende. Al luistert het soms allemaal wat té vlot weg naar onze smaak, en merken we dat de mug die al ettelijke minuten onvermoeibaar tracht ons een milliliter bloed armer te maken regelmatig met onze quasi volle aandacht gaat lopen.

Nochtans moeten we bandleider Louis Jones nageven dat hij bij momenten met erg aardige melodieën op de proppen weet te komen. Zo is er dat überaanstekelijke riedeltje op “Karaoke”, dat telkens weer een glimlach op ons gelaat weet te toveren. Of de catchy lijn die het grootste deel van single “Milky Way” uitmaakt, en zich tijdens het refrein mooi ontpopt tot een — perfect gedoseerde — psychedelische wervelwind. Of, tot slot, het ietwat guur feeëriek aandoende slotnummer “In A Bad Way”, dat beelden oproept van een betoverd sprookjesbos bij nacht.

We schatten dat u iets meer moeite zal moeten doen om gewend te raken aan de ietwat zagerige stem van Jones. Echt zingen doet hij niet, eerder op zachte toon — al dan niet kreunend — verhalen vertellen met gepaste intonatieveranderingen ter accentuatie van deze of gene emotie. Let wel, hij doet dat goed. Alleen riskeert niet iedereen dat te appreciëren.

Ook wat de pen betreft weet de jongeman zich aardig uit de voeten te helpen, met fijne zinsneden als “And if in a year/I don’t have enough for a wedding ring/Let me cave in” op de opener, of het schitterende “Keep your magic out of my house/If I don’t get to keep it/I don’t want it around”, uit de naar die eerste zin vernoemde blues-rocker. Het zijn maar korte voorbeelden, maar over het algemeen mag wel gesteld worden dat de man zijn teksten verzorgt. Met de ietwat gemakkelijke rijmelarij in de al eerder vernoemde afsluiter riskeert hij dan weer aardig wat tenen te doen krullen.

De grootste sterkte van deze plaat is de noemenswaardige consistentie qua kwaliteit. Ook de aardige laid back 60s vibe is goed meegenomen. De grootste zwakte is dan weer dat het uiteindelijk allemaal net iets té onschuldig is. Laat u niet misleiden door de op het eerste gezicht misschien maar matig enthousiaste score, de dag van vandaag is deze immers al goed voor een onderscheiding. De grote daarentegen laten we vooralsnog achterwege, wat niet belet dat de volgende keer dat u ons tegenkomt, liggend in het gras en al dromend kauwend op een rietstengel, u alvast weet welke plaat er door ons hoofd rondspookt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =