Jessika Kenney & Eyvind Kang :: The Face Of The Earth

Met zo’n gewichtige titel zou je kunnen vrezen voor een stel muzikanten dat net iets te veel ambitie heeft om die helemaal te kunnen waarmaken, maar dan ga je voorbij aan de werkwijze, de intenties en de imposante bagage van het koppel Eyvind Kang en Jessika Kenney. Deze door Perzische en Javaanse tradities beïnvloede composities kunnen niet anders dan van zulke muzikale wereldreizigers komen.

Het in Seattle gevestigde koppel heeft er dan ook een wereldparcours op zitten. Kenney studeerde met Perzische en Javaanse leermeesters in de respectievelijke regio’s, maar legde zich ook toe op jazz en kreeg, mede door de samenwerkingen met haar echtgenoot, meer dan haar deel van de avant-garde en hedendaagse gecomponeerde muziek. Kang is op zijn beurt dan weer een veelgevraagde muzikant binnen de avant-garde, rock en experimentele jazz. Hij speelde o.m. met Beck, Laurie Anderson, Bill Frisell, John Zorn en samen met Kenney verscheen hij ook op Monoliths & Dimensions van SunnO))).

Een fors deel van z’n eigen werk valt te situeren in of nabij de wereld van de drones, maar het gaat dan niet enkel om de logge decibelvariant, maar ook om eentje die z’n voedingsbodem vindt in traditionele muziek uit verschillende windstreken. Het Oosters geïnspireerde en repetitieve, dat vaak z’n oorsprong vindt in complexe notatiesystemen en structuren die vaak bepaald worden door mathematische reeksen, staat ook centraal op The Face of The Earth, dat van start gaat met twee langere stukken (goed voor de eerste vinylkant), gevolgd door vier kortere.

Opener “Tavaf” is meteen gebaseerd op een ghazal (poëtische vorm) van soefidichter Attar uit de twaalfde eeuw. En die traditie hoor je dan ook doorsijpelen in het statige gebruik van percussie en de voelbare aanwezigheid van oude culturen en gebruiken die zich een weg banen door Kenneys meeslepende en expressieve zanglijnen. Wat aanvankelijk zeer uitgepuurd klinkt, wordt gaandeweg sterker bewerkt, waardoor je vanaf de tweede helft vocale lagen op elkaar gestapeld krijgt, iets wat her en der ook toegepast wordt door Kang op zijn viool en setar (een Iraanse luit).

Hoogtepunt “Kidung” lonkt minder uitgesproken naar het Midden-Oosten en verkent een dromerige wereld met lichtere, engelachtige zang, geplukte en geloopte vioolpartijen en een haast etherische elegantie die door het aangehouden repetitieve karakter steeds aan zeggingskracht lijkt te winnen. Het zijn elf minuten die, verankerd in tradities uit verschillende windstreken, getuigen van een immense verbeeldingskracht. Die sirenenzang wordt op de rest van het album niet meer in die vorm herhaald, al is dat vooral het gevolg van een gebrek aan slechts één methode.

“Ordered Pairs” wordt verdeeld in twee stukken, waarbij het eerste een ratelend geluid introduceert dat percussie en snaren verenigt, maar het tweede opnieuw uitpakt met een samengaan van viool en stem dat nauwer aansluit bij het vroegere werk van het koppel. Het is ook hier dat je regelmatig de verwantschap met de avant-gardecomposities van John Zorn kan voelen, zeker in het grillige “Mirror Stage”, met z’n grillige structuur, ongemakkelijke stemmenstapelingen en raadselachtige sfeer. Het heeft haast iets ritualistisch en lijkt aan te sluiten bij de magick-sferen van Zorns mystiek.

Met het afsluitende titelnummer wordt opnieuw de eenvoud opgezocht, door gefluisterde zang en ruisende viool te combineren. De muziek zoekt daarna weer een grilliger parcours op, te tegendraads om nog te kunnen worden bestempeld als filmisch, en uiteindelijk spelend met pure klank. Het is opmerkelijk hoe muziek die enerzijds zeer abstract klinkt, toch zo’n indringend effect krijgt. We baseerden ons daarvoor op de digitale editie, maar wie een vinylexemplaar op de kop kan tikken, krijgt naar verluidt nog extra ‘reading cards’ die kunnen helpen om deze muzikale raadsels te ontrafelen. Maar zelfs zonder die bijkomende handleiding valt in deze muziek veel moois en een uniek karakter te ontdekken.

Het album verscheen enkel op vinyl en digitaal. Kenney en Kang spelen op donderdag 30 mei in cc Berchem. Het is het laatste concert van de NY Jazz Connection. Het voorprogramma komt van Christophe Albertijn (muziek) en Sandrine Verstraete (woord). Meer info HIER.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − dertien =