Eric Boeren 4Tet :: Coconut

Hoewel de Nederlandse afdeling van de vrije improvisatie en avontuurlijke jazz ook bezig is met voortdurende transfers van muzikanten met verschillende achtergronden en van uiteenlopende generaties, zijn er ook een paar vaste waarden. Zo heb je naast bijvoorbeeld het Ab Baars Trio en het ICP Orchestra ook het Eric Boeren 4Tet, dat verder bouwt op de vroege kwartetreleases van Ornette Coleman.

Het kwartet van kornettist/bandleider Eric Boeren, met rietblazer Michael Moore, bassist Wilbert de Joode en drummer Han Bennink, bestaat al ruim vijftien jaar en kan natuurlijk terugvallen op een gezamenlijke bagage die ronduit indrukwekkend is. Ook Coconut is weer een topschijf die zowel stijlvol swingt als dartelt als een fris hoentje, en dat met achteloos gemak. Net als pakweg Colemans Tomorrow Is The Question (een meesterwerk dat vaak over het hoofd wordt gezien, in het voordeel van The Shape of Jazz To Come) is dit muziek die melodieus, ritmisch en harmonisch enorm aanstekelijk aanvoelt.

Sleutelplaat Joy Of A Toy (1999) werd niet enkel vernoemd naar een compositie van Coleman; een stuk of vijf van zijn composities werden er daadwerkelijk in verwerkt. Deze keer worden slechts twee composities van het Amerikaanse genie gebruikt – opnieuw “Joy of A Toy” en “Little Symphony”, beide afkomstig van het in 1971 uitgegeven album Twins, dat opnames bevat van een goed decennium eerder. Maar ook de eigen composities sluiten aan bij die stijl tussen post-bop en (vroege) freejazz, al wordt de improvisatie hier een ingrijpendere rol toebedeeld dan de vroege albums van Coleman, waar de vrijheid vooral benut werd in de solo’s en niet die structurele impact had.

De twee Coleman-composities laten elk al een knap verschil horen: “Little Symphony” is compact, vief, nerveus en strak, met een wulpse solo van Moore en een dansbare schwung, terwijl “Joy Of A Toy” onvoorspelbaar is, uitpakt met start/stop-dynamiek, grotere contrasten tentoonspreidt en wat cartooneske momenten bevat. Je zou kunnen denken dat die vooral van Bennink komen, maar dat is niet het geval. Meest opvallend is dat de drummer zich hier nog steeds beperkt tot een snare drum (!), maar wat hij daarmee aanvangt en de variatie die hij er toch in weet te stoppen, is verbluffend. Met een handdoek als demper, rim shots, brushes en een paar stokken beweegt hij van onweerstaanbare swing tot abrupte goochelarij. Less is more, inderdaad.

Je moet maar een keer luisteren naar de exotisch getinte titeltrack om een idee te krijgen van wat hij allemaal uithaalt. In combinatie met het samenspel van Boeren en Moore leidt het tot jazz die vrijheid combineert met strakheid en vloeiendheid. En het is ook door en door Hollands, altijd goed voor een knipoog en sluimerende anarchie. Doorheen de plaat vind je dan ook een knap evenwicht tussen wat meer traditioneel spul, zoals de heupwiegende blues van Booker Little’s “BeeTee’s Minor Plea”, en de vrijere aanpak van “The Fish In The Pond” en het met een drumsolo op gang gebrachte “Crunchy Croci”.

Grootste troef: het tweedelige “What Happened At Conway Hall, 1938?”/“Shake Your Wattle”, een kleurrijke suite die het allemaal weet te verenigen: prikkelend blaaswerk van Moore tegen een schuifelende ondergrond van bas/drums, opjuttende energie, abstracter gepruttel en gebruik van extended techniques die een stuk verder gaan dan wat Coleman & Cherry deden in hun vroege jaren. Wat het Eric Boeren 4Tet hier laat horen is niet nieuw, want het is eigenlijk zowat de dominante methode van de voorbije vijftien jaar, maar het gebeurt opnieuw met de stijl, humor en soms paranormale interactie die je intussen gewoon bent van deze zwaargewichten.

Het kwartet speelt op 8 juni in PlusEtage (Baarle-Nassau).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 4 =