El Laberinto Del Fauno (Pan’s Labyrinth)




De Disneycultuur van de twintigste eeuw en de postmoderne
Shrek-avonturen hebben het wat verdoezeld, maar de meeste sprookjes
zijn in essentie symbolische griezelverhalen om kinderen bang en
bewust te maken voor de wrede dingen in de wereld. Voor elke
colgate-prins is er wel een reus die kindjes oppeuzelt en voor elke
toverfee schuilt er wel een afzichtelijke toverkol achter een
boomstronk. ‘The Company of Wolves’ van Neil Jordan verkende eerder
al de dubbelzinnige bodems van Roodkapje, ‘La Cité des Enfants
Perdus’ was een dark and twisted fairytale en ‘Sleepy
Hollow’ kan misschien wel tellen als de eerste echte
sprookjesslasher. Ook fantasy-en horrorexpert Guillermo del Toro
heeft een originele draai gegeven aan het sprookjesuniversum met
zijn ‘El Laberinto del Fauno’. Op allegorische wijze plaatst hij
een grimmige fantasiewereld tegenover een al even grimmige
realiteit: de nasleep van de Spaanse burgeroorlog. De mix is niet
altijd evenwichtig, maar de manier waarop macabere fantasy verweven
wordt met een politiek-historische achtergrond is opvallend
volwassen en overdonderend mooi om naar te kijken. In ‘The Player’
zouden ze zeggen: It’s ‘The Wind that Shakes the
Barley’
meets ‘Alice in Wonderland’!

Er was eens een Spanje onder fascistisch bewind, dat compleet
genegeerd werd na de Tweede Wereldoorlog. Europa begon aan de
heropbouw, maar Franco zette zijn zuiveringsactie en klopjacht op
iedereen die tegen het regime was onverstoord verder. Langs dit
totaliteire landschap reist de dromerige Ofelia (Ivana Baquero)
samen met haar moeder naar een boerderij in de bergstreek van
Noord-Spanje. Daar stationneert haar stiefvader (Sergi López), de
genadeloze kapitein Vidal, die de guerilla-strijders liefst één
voor één persoonlijk de ogen zou willen uitlepelen. Vidal is enkel
geïnteresseerd in de komst van zijn toekomstige zoon waarvan
Ofelia’s moeder zwanger is en ziet het meisje louter als overbodige
ballast. Omdat de realiteit nogal dik tegenvalt, zoekt de eenzame
Ofelia haar toevlucht dan maar in een andere wereld, één die begint
bij het mysterieuze labyrinth in de achtertuin en die eindigt in de
donkere krochten van de onderwereld, waar mysterieuze creaturen
huizen. Ze ontmoet er Pan (Doug Jones), een faun (een mythologisch
half geit-half mens-geval) die haar vertelt dat ze een prinses is
die het eeuwige leven wacht als ze drie opdrachten kan vervullen.
Ofelia begint moedig aan een queeste die wel eens het lot van de
onderwereld en van de echte wereld voorgoed zou kunnen
veranderen…

Het is niet de eerste keer dat del Toro loco zijn
fantasie-kronkels verwerkt met de historische context van de
Spaanse burgeroorlog. Zijn uitstekende ‘El Espinazo del Diablo’ was
meer een magisch realistische fabel over verloren onschuld onder
het fascistische regime dan zomaar een eng spookverhaal. In
Hollywood paste hij zich dan weer wel aan aan de kleurloze
conventies van het genre (hebben ‘Blade 2’ en ‘Hellboy’ uiteindelijk
iets meer te bieden dan amusante creature features?), maar
op het thuisfront mag het precies wel ietsje meer zijn. Op die
manier valt er met ‘El Laberinto del Fauno’ zowel een terugkeer
naar de roots als een groei na de ‘big budget’-fase te bespeuren.
Resultaat: een persoonlijk verhaal dat ondersteund wordt met
grote(re) middelen om een subliem geïllustreerd sprookjesboek tot
leven te wekken.

Een ambitieuze en bewonderenswaardige onderneming, om een
horrorfantasy te laten sturen door menselijk drama met een
meergelaagde thematiek en symboliek. Maar werkt het ook?
Grotendeels. Zo zijn de wortels van de sprookjeswereld niet altijd
even stevig verbonden met de werkelijkheid (de parallelen tussen de
gebeurtenissen in beide werelden durven wel eens vaag en geforceerd
over te komen) en valt de uitwerking van de verhaallijn met de
rebellen iets te oppervlakkig uit. Vooral de relatie tussen
huishoudster Mercedes (Maribel Verdú, de schoonheid die Gaèl Garcia
Bernal en Diego Luna vroegtijdig liet klaarkomen in ‘Y Tu Mama
Tambien’) en haar broer, een verzetsstrijder, is maar slordig
uitgewerkt en overbodig. Dat soort nalatigheden weet de
overijverige del Toro gelukkig te compenseren met zijn
hoofdpersonage en haar avonturen in de onderwereld. De
werkelijkheid is cruciaal voor de emotionele betrokkenheid, maar
het zijn de uitstapjes in de donkere fantasiewereld die voor de
betovering zorgen.

De verbeelding van del Toro is trouwens even rijk en fascinerend
als dat ze gestoord en ziek is. Voor de weinigen die het nog niet
doorhadden: dit is geen verhaaltje waar je het klein grut mee in
bed stopt. Of denkt u dat de koters zich zullen amuseren met een
monster dat letterlijk zijn ogen in z’n zakken kan steken (mocht
hij die al hebben, de naakte viespeuk) en zich lekker laat gaan met
het oppeuzelen van elfjes? Ook in de echte wereld schrikt de Guy er
niet voor terug om de zintuigen aan te vallen met hondsbrutale
horror (Gruwel in de realiteit? Een sadistische generaal als
booswicht? Ruik ik daar metaforen aanbranden?). Rebellen worden
afgeknald in het gezicht, een arme boer krijgt een fles wijn
herhaaldelijk tegen zijn neus gestampt tot er niks meer dan een
hoopje pulp overblijft (denk aan de brandblusoefening in ‘Irréversible’) en een
folterscène mocht natuurlijk ook niet ontbreken. Om maar te zeggen
dat Jelle Cleymans toch maar beter de zaal van de nieuwe Piet
Piraat-film binnenhuppelt.

Bij de cast is het vooral genieten met de twee ‘beesten’. Sergi
López weet hoe hij een smeerlap moet spelen en krijgt een vette
kluif in de schoot geworpen met de gewetenloze Vidal. Ietwat
eendimensioneel, toegegeven, maar dit personage vereist ook geen
nuancering. Hij is de grote boze wolf van het verhaal, met het
niet onbelangrijke verschil dat dit een monster is waar Ofelia niet
voor kan vluchten in haar fantasieën. De wereld van het labyrinth
mag nog zo dreigend en gevaarlijk ogen, de echte horror zit in de
realiteit en López maakt van Vidal zo’n hatelijk monster dat hij
gerust naast de Amon Goethe van Ralph Fiennes kan staan, en dat is
al een serieuze klootzak om als gezelschap te hebben. In de andere
wereld kruipt Amerikaan Doug Jones in de huid van Pan, de faun die
Ofelia begeleidt tijdens haar opdrachten. Pan is een verbluffende
creatie (hoor ‘m kraken!) die toch voldoende complexiteit meekrijgt
(wie is die Pan eigenlijk en valt zo’n geit wel te vertrouwen?) om
te werken als volwaardig karakter. Het feit dat Jones (die ook in
het slappe velletje van de ‘Pale Man’ kruipt) zich niet laat dubben
en de (niet gemakkelijke) Spaanse dialogen voor eigen rekening
neemt maakt de prestatie enkel maar indrukwekkender.

‘El Laberinto del Fauno’ is vooral een rijke film. Rijk in
beelden en rijk in thematiek. Een ontroerende elegie voor een
vergeten stukje Spanje, een duister sprookje voor volwassenen en
een prachtig prentenboek om in verloren te lopen. Het is nog niet
het fantasy-meesterwerk dat ergens in de creatieve krullekop van
del Toro verstopt zit, maar bij momenten komt het verdomd dicht in
de buurt. Bijna, Guy, bijna…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =