Matthew E. White :: Big Inner

Met amper zeven songs die voortkabbelen tussen de soul, country, jazz en americana van de jaren 60 en 70, kruipt Matthew E. White op kousenvoeten tussen de strafste debuutplaten van dit voorjaar.

Wie bij die melange van genres meteen aan namen als Randy Newman, Allen Toussaint of Lambchop denkt, staat met Big Inner geen grote verrassing te wachten. Die referenties is White duidelijk niet uit de weg gegaan. Maar hij voegt ze op zo’n subtiele manier samen, dat het resultaat allesbehalve een brave replica van zijn voorbeelden is. Big Inner is even fris als klassiek, even onconventioneel als vertrouwd.

Matthew E. White klinkt dan wel als een vijftiger die de voorbije decennia al een paar dozijn albums bij elkaar schreef, maar niets is minder waar. De brave man is 29 en is hij met Big Inner aan zijn proefstuk toe. White heeft een achtergrond in de jazz, speelde in het verleden enkel als sessiemuzikant en heeft geen noemenswaardige opname op zijn naam staan. Met Spacebomb heeft hij nu een eigen label uit de grond gestampt, inclusief vaste huismuzikanten en een studio boven zijn eigen huis in Richmond, Virginia.

Met die Spacebomb House Band voorzichtig op de achtergrond, croont White bijna fluisterend over de liefde, de dood en andere dingen die het leven van drama voorzien. Aanvankelijk als een intieme eenzaat, maar langzaam maar zeker zwelt de instrumentatie aan en verdwijnt de lome stem van White in een steeds woeliger wordende zee van strijkers, piano, blazers en zelfs een compleet engelenkoor. Dat klinkt misschien behoorlijk onstuimig, maar toch verliest Big Inner op geen enkel moment zijn heerlijke cool.

Opener “One of These Days” en “Will You Love Me” zijn twee van de beste nummers om op zondagmiddag mee wakker te worden die je dit jaar zult horen. Fluwelen (f)luistersoul, die zacht openbloeit tot blazers de gordijnen opengooien en de middagzon binnenlaten. En dan woorden als “honey, you could pay the rent with that smile on your face”, die maken dat je niet met het verkeerde been uit je bed kúnt stappen. Tussen die twee soul-lullabies in zit “Big Love”, een door een honky tonk piano gestuurde brok ingetogen, maar funky euforie.

White ziet eruit als John Lennon toen die niet uit zijn Amsterdams bed wou komen, maar dan met 30 extra kilo’s. Dat geeft hem, in combinatie met een charmante schuchterheid, een aaibaarheid om u tegen te zeggen. Bovendien is hij dankzij z’n christelijke opvoeding goed van inborst. White woonde in zijn jeugd immers enkele jaren in de Filippijnen, waar zijn ouders als missionaris het woord verspreidden. Of ze er veel zieltjes mee wonnen is niet duidelijk, maar bij zoonlief heeft het wel sporen achtergelaten. “Jesus Christ is our lord / Jesus Christ is our friend”, herhaalt afsluiter “Barzos” tot in den treure, je meenemend naar een gospelkerk in het diepe zuiden.

Misschien is het Whites jazzverleden dat geen klassieke songstructuren verdraagt, een feit is dat hij de vaste vorm van strofe en refrein graag door elkaar gooit of negeert, en een song halverwege voorzichtig een nieuwe koers geeft. Het maakt van Big Inner een bijzonder fris en verrassend album, ook al is er in wezen niets vernieuwends aan. Wij houden in elk geval nog veel meer superlatieven klaar, voor wanneer hij écht zijn best gaat doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 2 =