Villagers :: {Awayland}

Af en toe zijn er zo van die platen waarvan je vanaf de eerste minuut weet dat het goed zit. Dat het straf wordt. {Awayland} is er zo eentje.

Eerst dit: wie dacht dat zanger en bezieler van Villagers Conor O’Brien zich na zijn kennismaking met het Berlijnse nachtleven volop in de elektronica zou storten, mag op zijn twee oren slapen. {Awayland} is niet de elektronische ommezwaai waar velen voor vreesden. Dat hij de nieuwe nummers schreef vanuit het perspectief van een pasgeboren baby is wél waar. Al focust hij daar vooral op de naïeve verwondering die zo eigen is aan een kind. Iets wat we allemaal ergens onderweg zijn kwijtgeraakt.

Maar waarom was het zo lang wachten op die tweede plaat? Even recapituleren. In 2010 bracht Villagers zijn uiterst geslaagde debuut Becoming A Jackal uit. Veel lof en een slopende tournee later kreeg O’Brien te kampen met een knoert van een writer’s block. Om die te omzeilen, begon hij dan maar eerst de muziek voor het nieuwe album te schrijven. De teksten werden bijzaak. De Ierse troubadour vond zijn inspiratie in weidse instrumentale muziek, maar luisterde evengoed naar techno en minimal. Vervolgens ging hij met zijn kompanen intensief sleutelen aan die opvolger tot alles goed zat. Twee en een half jaar later is het dan eindelijk zover.

Dat Villagers muzikaal gegroeid is, staat buiten kijf. Elk nummer op {Awayland} zit op zijn eigen manier bijzonder goed in elkaar. Elke luisterbeurt geeft weer iets meer vrij dan de vorige. Knap ook hoe de jongens erin slagen om de nummers in al hun diversiteit toch mooi op elkaar te laten aansluiten. Al wringt het halverwege de plaat wel eventjes bij de single Nothing Arrived, een catchy popsong met een hoog radiovriendelijkheidsgehalte en een paradoxaal refrein (I waited for Something, and Something died / So I waited for Nothing, and Nothing arrived). Sterk nummer, maar het lijkt er niet helemaal op zijn plaats te staan.

Van O’Briens writer’s block is overigens niet veel te merken. Op {Awayland} bewijst hij nogmaals dat hij best wel een aardig potje kan schrijven. Ook nu regent het weer metaforen en door zijn typische manier van zingen – meer vertellen eigenlijk – lijkt het bij momenten haast poëzie. De hattrick waarmee {{Awayland} aanvangt, geeft meteen aan hoe hij dat lyrische weet te versterken door ook muzikaal te gaan experimenteren. Het door harmonieuze samenhang omweven “My Lighthouse” is Villagers op zijn puurst. Daarna volgt het ritmische en rijk gearrangeerde “Earthly Pleasure” in die typische vertelstijl. Derde in rij is “The Waves”, waar het dansduiveltje in O’Brien even komt piepen. Wat eerst lijkt als een voorzichtige flirt met die nieuwe inspiratiebron, elektronica genaamd, mondt halverwege uit in een venijnige, in distortion verpakte kopstoot.

Even straf is “The Bell”, waarop de Ieren alle registers opentrekken. Een knap en strak gedirigeerd nummer waarin duidelijk het muzikale aspect primeert. Logischerwijze volgt daarna het louter instrumentale {Awayland}, volgens O’Brien het puurste wat hij ooit geschreven heeft. Het blijft daarna rijke arrangementen regenen op “Passing A Message” en “Grateful Song”. Afsluiten doet Villagers in stijl met het bijzonder fraaie “Rhythm Composer”.

Villagers nam zijn tijd voor {Awayland} en dat siert deze band. Er is duidelijk zeer sterk nagedacht over deze plaat en dat komt de kwaliteit ervan alleen maar ten goede. Dat de teksten deze keer onderliggend waren aan de muziek is een feit, al blijft O’Brien toch een straffe songwriter. Hij wou het naïeve dat achter nieuwsgierigheid en verwondering schuilgaat, vertalen naar elk van zijn songs. {Awayland} is ontroerend, rijk en puur. Missie meer dan geslaagd, Conor.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =