Met Antennae presenteert M Leuven een omvangrijke overzichtstentoonstelling – de eerste in België – van het werk van Valérie Mannaerts, en dat voelt minder als een klassieke retrospectieve dan als een zorgvuldig opgebouwde mentale ruimte waarin dertig jaar kunstenaarschap in voortdurende transformatie zichtbaar wordt. De expo weigert bewust elke chronologie. In plaats daarvan ontvouwt zich een associatief parcours waarin schilderkunst, sculptuur, textiel, architectuur en design voortdurend in elkaar overlopen. Dat hybride karakter vormt al sinds de jaren negentig de kern van Mannaerts’ praktijk, maar in Antennae krijgt het een uitzonderlijk heldere en tegelijk sensuele leesbaarheid.
Mannaerts (geboren in Brussel in 1974) behoort tot die zeldzame kunstenaars – zij is ook docente aan de Haute École d’art et de Design van Genève – die materialen niet gebruiken om vormen vast te leggen, maar om ze instabiel te maken. Doek gedraagt zich als huid, sculpturen lijken op lichamen die nog in wording zijn, gordijnen worden architectuur en kleding verandert in sculpturale dragers van herinnering en identiteit. Haar werk bevindt zich consequent in een tussenzone: tussen object en organisme, tussen binnen- en buitenwereld, tussen abstractie en lichamelijkheid. Daarbij resoneert onmiskenbaar de erfenis van kunstenaars als Eva Hesse, de gerespecteerde Duits-Amerikaanse pionier van het postminimalisme die de kunstwereld ingrijpend veranderde door industriële en vergankelijke materialen te introduceren in de beeldhouwkunst, maar Mannaerts ontwikkelde doorheen de jaren een veel eigenzinniger, minder tragische en meer poreuze beeldtaal.
In Antennae blikt Mannaerts terug op dertig jaar artistieke praktijk en presenteert ze ook nieuw werk. De titel Antennae verwijst naar de voelsprieten waarmee insecten hun omgeving aftasten, maar fungeert ook als metafoor voor Mannaerts’ artistieke gevoeligheid: het leggen van subtiele en complexe verbindingen tussen haar leefwereld, haar werk en de toeschouwer.
De expo ontvouwt zich doorheen vijf zalen en opent sterk met “Volubly Troublously” (2025), een opvallend textielkunstwerk dat fungeert als proloog van Antennae en meteen de toon zet. Een beschilderd doek in de vorm van een kimono of open tuniek staat in de ruimte als een lichaam zonder body. Tepels, bloemen en organische motieven verschijnen op het oppervlak als tekens van groei, erosie en sensualiteit. Het werk laveert subtiel tussen schilderkunst en sculptuur, zonder ooit volledig het ene of het andere te worden. Die ambiguïteit blijkt cruciaal voor Mannaerts: haar objecten willen niet vastgepind worden, maar blijven zich gedragen als levende entiteiten.
Ook ouder werk behoudt verrassend veel urgentie. In “Porque te vas?” (1996), een vroege video-installatie waar je op een verouderd televisietoestel de jonge Spaanse actrice Anna Torrent fragmentair de oorwurm Porque te vas? van Jeanette uit Cría Cuervos hoort en ziet lippen, koppelt Mannaerts aan fotografische zelfportretten en tekeningen van amorfe vrouwenlichamen. De installatie ademt een beklemmende lichamelijkheid uit: lijven zonder gezicht, zonder duidelijke grenzen, soms zelfs zonder organen. Wat hier onderzocht wordt, is niet identiteit als vaststaand gegeven, maar identiteit als iets wat voortdurend gevormd wordt door aanraking, projectie, kleding en blik. Het is opmerkelijk hoe consequent die thematiek later blijft doorwerken in haar sculpturale praktijk.
Een van de sterkste zalen is zonder twijfel die rond “Point de Capiton” (2026), een nieuwe reeks hangende sculpturen van zwaar schilderdoek, latex, textiel, kant, plaaster en touw. De werken lijken tegelijk kwetsbaar en monumentaal. Ze hangen als uitgeputte lichamen in de ruimte, opengehouden door stokken of structuren die aan een skelet doen denken. Mannaerts slaagt erin materie een bijna psychologische geladenheid te geven: verf wordt visceraal, textiel krijgt iets epidermisch (als een bovenste huidlaag). Hier toont ze haar grote kracht als kunstenares: niet het produceren van betekenisvolle objecten, maar het creëren van lichamelijke sensaties die zich moeilijk in taal laten vertalen.
Dat vermogen bereikt een ander register in “Tender Vessel” (2024), dat trouwens ook te zien is op het campagnebeeld van Antennae. Het is wellicht een van de meest ontroerende werken in de expositie. Mannaerts vertrekt van het sentimentele gebruik om kinderschoentjes in brons te laten afgieten, maar keert de logica om: de buitenzijde blijft fragiel canvas, terwijl het gepatineerd brons zich binnenin bevindt. Het resultaat is een subtiele meditatie over bescherming, kwetsbaarheid en herinnering. Het fijnzinnig kunstwerkje bezit een bijna archeologische intimiteit, alsof zorg en verlies letterlijk in het object opgeslagen zitten.
De centrale zaal met “Private Architecture (tuin)” (2023) vormt vervolgens het ruimtelijke en emotionele hart van de tentoonstelling. Deze monumentale textielinstallatie, oorspronkelijk ontworpen voor de ontmoetingsruimte van Pleegzorg Vlaams-Brabant, bestaat uit geweven jacquardgordijnen die een imaginaire tuin oproepen. Wie door de installatie wandelt, ervaart hoe Mannaerts architectuur inzet als iets vloeibaars en affectiefs. De gordijnen schermen af zonder te isoleren; ze creëren een ruimte van beschutting, maar ook van projectie en verbeelding. Dat dubbele karakter – tegelijk intiem en publiek – loopt als een rode draad door haar oeuvre. De installatie toont bovendien hoe sterk haar recente werk verbonden is geraakt met publieke ruimte en sociale context, zonder ooit illustratief te worden.
In zaal vier confronteert Mannaerts de bezoeker met “Think of Things in Themselves” (2020) een monumentale sculptuur die doet denken aan een pop, maar ook aan een krijger met een harnas. Door de opbouw met verschillende lagen zwartgekleurde tule maakt ze iets zacht en tactiel, maar het volume en het doek over de schouders, verwijst ook naar een strijder. Op het doek zie je verschillende potloodtekeningen en knipsels die de kunstenaar verzameld heeft. Ze onderzoekt de relatie tussen beeldcultuur en object zoals heel wat surrealistische kunstenaars deden.
In de slotzalen verschuift de aandacht naar objecten die functioneren als dragers van
herinnering, ritueel en menselijke aanwezigheid. Vooral “Attached ever so lightly” (2026) blijft nazinderen: een fragiele constellatie van lepels, schoenen, keramiek en hangende sculpturale elementen die balanceert tussen mobiel, marionet en reliek. Hier lijkt Mannaerts het lichaam zelf te beschouwen als een container van ervaringen en affecten, een idee dat subtiel aansluit bij feministische denkers als Ursula K. Le Guin, de belangrijkste Amerikaanse scifi- en fantasy-auteur van de twintigste eeuw, en haar beroemde carrier bag theory of fiction, de revolutionaire literaire theorie die de manier waarop we naar de geschiedenis kijken volledig op zijn kop zet. Niet alles in deze laatste zaal is even overtuigend uitgewerkt, maar de associatieve kracht van de installatie blijft overeind.
Wat Antennae uiteindelijk zo sterk maakt, is dat de expo nergens probeert haar werk theoretisch dicht te timmeren. Ondanks de aanwezigheid van feministische referenties, architecturale discours en sculpturale vraagstukken blijft Mannaerts in essentie een kunstenaar van de intuïtie. Haar oeuvre ontstaat vanuit aanraking, materiaalweerstand, tactiliteit en zintuiglijke ervaring. Antennae voelt daardoor nooit academisch of retrospectief in museale zin, maar opvallend levend en open.
In een tijd waarin veel hedendaagse kunst zich vastzet in discursieve helderheid of politieke eenduidigheid, herinnert Antennae eraan dat ambiguïteit, kwetsbaarheid en lichamelijke verbeelding nog altijd radicale kwaliteiten kunnen zijn. Mannaerts toont geen afgewerkt universum, maar een praktijk in voortdurende metamorfose: gevoelig, intelligent en zelden minder dan intrigerend.
De tentoonstelling reist hierna door naar Centre d’art contemporain d’Ivry – Le Crédac, nabij Parijs, waar het werk van januari tot maart 2027 te zien zal zijn.
Valérie Mannaerts – Antennae loopt nog tot 30 augustus 2026.
De tentoonstelling is te zien in het M in Leuven, Leopold Vanderkelenstraat, 28
te 3000 Leuven. Alle dagen van 11u tot 18u (op donderdag van 11u tot 22u en gesloten op woensdag). Alle info via de website van het M.



