Joe Gideon & The Shark :: Freakish

Het mooie aan jongleren, zei iemand ooit, is dat wie het kan aan de wereld kenbaar maakt dat uit alles waar je tijd en energie in kwijt kunt, hij gekozen heeft voor iets dat volstrekt nutteloos is. Een originele fuck you tegenover de “alles moet opbrengen”-filosofie waarvan onze maatschappij doordrongen is. Zoals vinkenzetten dat doet, en vliegeren. Viva, Joe Gideons zus, koos voor ritmisch turnen.

Wat rondhuppelen en met een lintje cirkelvormige figuren trekken in de lucht. Het kan vast een Cirque du Soleil-voorstelling complementeren, maar het is een raadsel waarom het ooit tot sport werd uitgeroepen. Een Olympische discipline dan nog! Viva — die u nu kent als The Shark — was er bij in Barcelona, de Union Jack op de borst en het lintstokje in de hand.

De weg van de turnmat naar de voodoostomp van Joe Gideon & The Shark lijkt lang, maar ook boeiend. Zo liep ze ondermeer langs de onvolprezen, door Steve Albini geproducete postpunkband Bikini Atoll. Nadat die splitte, gingen broer en zus — de helft van Bikini Atoll — met zijn tweetjes aan de slag. De debuutplaat van Joe Gideon & The Shark werd een groot succes en leverde de band voorprogramma’s op van groten als Nick Cave, Seasick Steve en de Yeah Yeah Yeahs. En nu, drie jaar later, is er Freakish.

Twee mooie ouderwetse gitaarhalen trekken de plaat open en prompt bevinden we ons in de doffe en gedesillusioneerde wereld van ”I’m Ruined”. Joe vertelt er het verhaal van zijn persoonlijke ondergang terwijl zuslief de steeds vijandiger wordende omgeving volstouwt met droog ritmisch gebonk (denk aan het vuilere van Tom Waits) en geluiden uit koortsdromen. Een zware fuzzgitaar laat even ademhalen, alvorens het hele gewicht van de verstoorde realiteit opnieuw inslaat als een clusterbom. Voorwaar een opener om mee ten strijde te trekken.

In ”Snake Candy” dikt de doemmars nog wat verder aan met logge basgrooves en lichte achtergrondzang. ”Poor Born” is pop, verwerkt door pletwals en hakselaar. Rechttoe rechtaan rockdrums, een zwaar overstuurd orgel en een computerstem. Robotrock, denk aan Daft Punk, gecoverd door Billy Childish. In een betere wereld geheid een hit, en dat gaat ook op voor ”The Insignificant Bullet”, een lied waarin Joe vertelt over hoe een ontmoeting met een Berlijnse vrouw leidt tot een schietpartij in Los Angeles. Volgepakt met synth, een akoestisch gitaartje en tal van fijne melodietjes die over en door elkaar heen lopen. De excellente backings — dat dialoogje! — keilen het geheel nog verder de hemel in. Een lied dat verwarmt als een houtvuur op een kille winteravond.

”You, The Pole And The Rastafarian” is een mooi meanderende fabel met opnieuw dof getrommel, synth en glockenspiel. Met ”Higher Power/Where Have All The Good Times Gone?” tonen Joe en Viva dan weer dat je geen strijkkwartetje nodig hebt om nostalgie en melancholie uit te beelden met klank. En in ”Freakish” brengt de band een uitgesponnen bezwerende brok krautrock, door Viva dichtgemetseld met alle klanken die ze uit haar synth kan toveren.

Zodus, een perfecte tien geturnd? Net niet. Het ellenlang uitgesponnen ”Nine Bells Of Hell” steekt wat af bij de rest. Al bij al OK, maar het blijft niet echt hangen en geeft weinig toegevoegde waarde aan de plaat. Hetzelfde gevoel bij de door Viva gezongen afsluiter ”Friday 13”.

Joe en Viva hebben in hun repetitiehok een zeer kleurrijk en boeiend universum bijeengeknutseld waarin het heerlijk vertoeven is. Freakish doet alleen maar verlangen naar meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 7 =