Ig Henneman Sextet :: Live @ The Ironworks Vancouver

Hoogdagen voor Ig Henneman. Met de Collected 5cd-box (2010) werd niet enkel haar verjaardag en jubileum als bandleider in grote stijl gevierd, maar het werd ook nog eens op de voet gevolgd door het machtige Cut A Caper van haar nieuwe Sextet. Een goed jaar na die triomf, een pleister op de wonde die we opliepen door het geannuleerde Belgische concert, verschijnt er al een vervolg dat haast even indrukwekkend is.

Een half jaar geleden was Henneman artist in residence in het Banff Center in Alberta (Canada), waar de band ook een resem concerten speelde en aan de slag ging met composities die ter plekke afgerond werden. De neerslag daarvan vind je op Live @ The Ironworks Vancouver, dat vijf nieuwe stukken in petto heeft, en eentje van Cut A Caper. De composities werden daarbij volledig gebruikt zoals ze opgenomen werden; niet vanzelfsprekend voor muziek die doorgaans met kristalheldere studio-opnames geassocieerd wordt.

Dat rafelige randje is meteen ook het grootste verschil met de voorganger. Bij Hennemans stukken is het soms moeilijk in te schatten waar de compositie stopt en de improvisatie begint, maar het lijkt wel alsof het Sextet hier, door de grotere vertrouwdheid met elkaar, iets spontaner en complexlozer staat te spelen. Het verrassingseffect wordt niet zo sterk herhaald, maar de warmte, het lef en de tastbaarheid van de muziek staat nadrukkelijker op de voorgrond. Een knap voorbeeld daarvan is hoogtepunt “Kindred Spirits”, een compositie geïnspireerd door “The Way The Whole Things Ends” van Gillian Welch.

De shakuhachi-intro van Ab Baars is daar zo delicaat, gezucht bijna, dat je je afvraagt of extra ondersteuning het niet naar de knoppen zal helpen. Maar dan komt er gezelschap: van gestreken bas, geritsel, ademruis in een trompet, een steeds inniger omhelzing van klanken, een komen en gaan waar ook Hennemans altviool en Axel Dörners trompet in opduiken, met de frêle schoonheid en volmaakte kaalheid van een haiku. Gooi het volume open en je hoort ook gehoest, geschuifel en zelfs een rinkelende gsm, maar het is vooral die betoverende trance die impact heeft.

De andere composities volgen een veel grilliger parcours en het zijn net de onderlinge contrasten die het album tot zo’n boeiende luisterervaring ombouwen. Voor elke compositie als “Tracks”, dat van start gaat met schrapende bastexturen en zich gaandeweg ontpopt tot een onrustig heen en weer gestuiter van prikkels met soms heftige intensiteitspieken en vreemde klanken, heb je ook een stuk waarin houvast een stuk sterker aanwezig is, zoals “Bold Swagger”, waarin Wilbert de Joode’s bas haast fungeert als kloppend hart waar de rest van de muziek rond gedrapeerd wordt. Als een Tangrampuzzel neemt de muziek steeds andere vormen aan — de essentie is een constante, de inkleding is frivool onvoorspelbaar.

“Light Verse” was al een van de taaiere stukken op Cut A Caper en leidt de luisteraar ook deze keer door een universum waarin een weelde aan ideeën (en opnieuw een imponerende solo van Dörner) samengaat met een verrassende openheid en gul gebruik van ruimte en stilte. Dat laatste gebeurt al even merkwaardig in “Prelude For The Lady With The Hammer”, dat ingetogen en met een bijna sinister randje van start gaat en daarna wordt overgenomen door unisono blazersuithalen die zo weggeplukt lijken uit een zwart-wit thriller en door de mangel van moderne compositie gedraaid worden.

Bij een eerste beluistering klinkt het album al net even tegendraads en misschien cerebraal als zijn voorganger, maar keer er eens naar terug, en dan nog eens, en stel zelf vast hoe speels er met het materiaal wordt omgesprongen, hoe vrij rigide passages snel een weg banen voor een weldadig spel van vrijheid, waarbij contrastwerking en eigenaardige klanken — van knorrige klarinetten en blaffende sax tot snerpende viool, sputterende trompet en ratelende piano — elkaar voortdurend buitenspel zetten. Of luister hoe “A ’n B” haast de wereld van Stalling op z’n kop zet met een opruiende inventiviteit.

De goede verstaander heeft het intussen begrepen: Hennemans composities zoeken nog steeds heil in de zone tussen moderne, met de kamermuziek flirtende compositie en de improvisatie. Dat ze er na een prachtig parcours nog altijd in slaagt om te blijven pieken is dan ook een hele mooie bonus. Daar heeft ze ook een pracht van een band voor uitgekozen. Niet te missen voor muzikale avonturiers.

En nu nog dat concert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =