Hooded Menace :: Effigies of Evil

Zombies en zompige death metal… Originaliteit is bij Hooded Menace ver te zoeken, maar laat u niet misleiden: Effigies of Evil is een efficiënte schijf bruutheid die de liefhebber van oor tot oor zal doen grijnzen.

Lasse Pyykö is het sujet dat grotendeels verantwoordelijk is voor deze verderfelijke blubberherrie. De Fin is goed op weg om een soort cultheld van de zombieminnende metalheads te worden. Dit is immers zijn derde Hooded Menace-album, maar hij heeft ook nog andere projecten (o.a. Claws) die hier muzikaal gezien niet zo heel erg van verschillen. De niet zo onderscheidende kenmerken van Lasses kunst zijn immers altijd een ziekelijke deathgrunt en bedrieglijke simpele groovy, laaggestemde metalriffs.

Wat Effigies Of Evil de moeite waard maakt ten opzichte van vergelijkbare doomy deathmetal platen, is het verfijnde gevoel voor melodie en melancholie. De soms wat onverwachte aanwezigheid van beide elementen kunnen we wijten aan de Finse aard, die zelfs onder lagen bloed en bedorven vlees niet weg te steken valt. Bij het beluisteren van deze plaat borrelen telkens weer dezelfde twee referentiegroepen naar boven: Autopsy en Amorphis. Die eerste voor de thema’s en omdat zij natuurlijk de oervaders zijn van slepende, vunzige deathmetal met extreme grunts en sporadisch gewelddadige uitbarstingen. Amorphis’ eerste twee langspelers introduceerden die typische Finse melancholie in het zwaarste der genres: deathmetal

Effigies of Evil is een stijloefening, verwacht dus geen vernieuwing of durf, kenners van het genre hebben er dan ook geen uitdaging aan. Voor het bredere publiek ligt dat anders, natuurlijk, want dit is hoe dan ook best extreme muziek. Wel zit er een soort suikerlaagje overheen onder de vorm van een goed gebalanceerde productie en die steeds weerkerende flarden melodie. Je kan dit soort muziek bagger vinden, dat begrijpen we wel, maar Effigies Of Evil is kundig gemaakt en voorzien van de juiste dosis “verluchtiging” om de zwaar dreunende metalpartijen verteerbaar te maken. Naast (meerstemmige) gitaarharmonieën wordt daarvoor ook het beproefde concept van de b-filmsample meermaals aangesproken. Het is evengoed iets dat erbij hoort maar wel leuk blijft.

Sommige nummers zijn wat sneller en agressiever, andere wat trager en melancholieker maar eerlijk is eerlijk: na ergens tussen de vijf en de tien luisterbeurten hebben we nog geen één titel kunnen onthouden. Er steekt ook niet echt iets bovenuit dat je als een refrein of een strofe zou kunnen omschrijven. De luisteraar gaat van riff naar riff via drenzende druilpartijen vol desolate grunts, afgewisseld met solo’s. Het heeft soms ook wel iets van My Dying Bride, maar dan zonder het introverte en al zeker zonder de diepgang.

Uiteindelijk is de bedoeling van Lasse Pyykö redelijk verdedigbaar, denken we: bezorg de mensen een fijne tijd met goedgemaakte “onfijne” muziek. Luisterde je ooit naar de hogergenoemde bands, dan zal deze plaat je er weer goesting in doen krijgen zonder dat deze cd daarom zelf overbodig is. Ben je niet vertrouwd met die typische doom/death uit het begin van de jaren 90, dan kan dit een goede auditieve staalkaart zijn. Het is namelijk dezelfde muziek maar dan met een hedendaagse productie. Dit is een schijf die geen records zal breken, maar door die pretentieloze benadering toch weer op een of andere manier “verfrissend” is. Zuiver en alleen in de overdrachtelijke betekenis, dat spreekt voor zich.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − elf =