Samuel Blaser Quartet :: As The Sea

Om voor de hand liggende redenen hebben livealbums van een concert dat je zelf bijwoonde altijd iets bijzonders. Terwijl de vierdelige suite Boundless (2011) een concertregistratie uit 2010 was, pikt het vers verschenen As The Sea materiaal uit de twee concerten die het kwartet vorig jaar speelde in de Hnita Jazz Club in Heist-op-den-Berg. Zo konden we meteen ook eens onze notities van toen tegen het licht houden en vaststellen dat er een en ander aan ons voorbijgegaan was.

Net als zijn voorganger kreeg ook deze As The Sea een heel mooie hoes. Niet enkel omwille van de kwaliteiten van de vormgeving en van de foto op zich, maar ook door de link die kan worden gelegd met de muziek (en meteen al gesuggereerd wordt door de titel). Het is een beetje een kapotgebruikt beeld, zo’n zee, maar die kustlijn met z’n eb en vloed, dat natuurlijke komen en gaan van elementen, dat sluit ook aan bij de aanpak die hier door Blaser en co. gehanteerd wordt. Improvisatie en compositie, openheid en regels gaan een huwelijk aan dat soms zo vanzelfsprekend is dat het onduidelijk wordt waar het ene begint en het andere ophoudt. En dan is er nog dat bord met daarop de waarschuwing “Unprotected Beach – No Lifeguard”. Een mooie analogie voor de dubbele duosprong die een concert kan zijn bij artiesten van dit kaliber.

Een schijnbaar troebele luisterervaring dus, maar meerdere beluisteringen geven je pas de kans om te ontdekken hoe subtiel deze vier delen wel in elkaar steken, zoals het twintig minuten durende “Part 1”, dat vertrekt vanuit een amper hoorbare basintro (je moet maar het lef hebben om je album zo te laten beginnen), waar de andere muzikanten zich subtiel rond nestelen, met onvoorspelbaar spel van gitarist Marc Ducret, die aanvankelijk lijkt te spelen alsof hij voortdurend van gedacht verandert en met z’n volumepedaal in de weer blijft, zodat hij het ene moment erg prominent aanwezig is en het andere niet meer dan een achtergronddetail, om dan toch terecht te komen bij een stuk dat overduidelijk gecomponeerd werd.

De band had amper tijd om te repeteren, iets dat doorgaans moest gebeuren voor de soundcheck, en dan ben je gebaat bij skeletstructuren, met ruimtes die naar goeddunken kunnen worden opgevuld. Deze vier muzikanten laten dat echter op zo’n doordachte en inventieve manier gebeuren, met contouren die steeds zichtbaarder, maar nooit zonder omwegen benadrukt worden, dat je getuige bent van een wel erg straffe symbiose. Om nog maar te zwijgen van de individuele hoogstandjes. Zo’n trombonist als Blaser, die leentjebuur speelt bij klassieke componisten, z’n traditie kent én extended techniques tot in de puntjes beheerst, die slaagt er soms in om uiteenlopende werelden te verenigen in één solo — deels J.J. Johnson en deels Paul Rutherford — zonder het ook maar een seconde als een pastiche of goedkope imitatie te laten klinken.

Extra bonus: de knappe variatie doorheen de plaat, met een wendbaarder tweede deel, dat meteen een aanstekelijke riedel laat horen en voortzet met soepel baswerk, waarop Ducret een soepel kronkelende solo kan draperen. Het derde stuk bevat dan weer meer schurende stukken, met percussief, haast drone-achtig basspel, opzwepende ritmes van Gerald Cleaver en rond elkaar dansende bijdrages van Blaser en Ducret. Het sluitstuk klinkt het meest traditioneel en dus toegankelijk, maar zoals in de liner-notes beschreven gaat het om een eerder “herky-jerky” swing, met voortdurend verschuivende ritmes en snelheden, op het plagerige af.

Onder Blasers solo speelt er zich een wisselwerking af tussen bas en drums die verrassend groovy durft te zijn, terwijl Ducrets moment, volgestouwd met die typisch zingende effecten en tegen de tapping-techniek aanleunende tics, haast klinkt als een mengvorm van Metheny, Frisell en Satriani. Het is het moment dat het dichtst aansluit bij rock en ook het meest direct is. Maar zelfs daar is niets zomaar wat het lijkt en verspringt de band moeiteloos van de ene beweging naar de andere, mooi afrondend met een vliegensvlugge, complexe finale.

Met As The Sea kiest het Samuel Blaser Quartet alweer voor een avontuurlijke reis, die niet zozeer uitblinkt in boude grootspraak dan wel in vernuftige zin voor constructie en evolutie. Het laat niet enkel horen dat Blaser een neus heeft voor het kiezen van uitgelezen speelpartners, maar zich ook steeds sterker profileert als een van de boeiendste jonge muzikanten uit de Europese jazz en improvisatie. Productiviteit en klasse in een ijzersterk verbond.

Op dinsdag 23 oktober komt Blaser zijn nieuwe album voorstellen in, jawel, de Hnita Jazz Club. Gerald Cleaver wordt daarbij vervangen door Jeff Davis. Meer info bij Hnita.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 4 =