Leprous:: The Congregation

Naast zalm en aardgas is black metal sinds de jaren ’90 ongetwijfeld het bekendste Noorse exportproduct, maar het nieuwerwetse zware metaal uit het Hoge Noorden komt minstens even hard aan. Shining gooit al jaren jazz, noise en avant-garde in zijn muzikale heksenketel en op The Congregation doet Leprous hetzelfde met progmetal, elektronica en emo. Ander recept, hetzelfde resultaat: een opengevallen mond en kaken die uit hun hengsels hangen.

Liefhebbers van black metal lezen best even verder voor ze hun corpse paint bovenhalen, want Leprous heeft weinig uitstaans met dat subgenre. Ja, dit viertal komt uit Noorwegen en ja, ze waren de begeleidingsband van Ihsahn, een van de stichtende leden van de blackmetalband Emperor. Maar wie daarom ijselijk gekrijs en blastbeats verwacht, mag nog eens raden. Leprous grossiert eerder in pathoszwangere prog, netjes afgeboord met elektronica. Voor de referentiefetisjisten: denk aan Anathema of ja, zelfs Muse, maar dan met de complexe songstructuren en ritmische hoogstandjes van Tool. Zotjes!

Vooreerst is er de stem van Einar Solberg, een falsetto die graag op de hogere treden van de toonladder het gezelschap opzoekt van Jonas Bjerre van Mew en Matthew Bellamy van Muse. Luister maar naar de glorieuze refreinen van opener “The Price” en “Third Law”. Net als Bruce Dickinson van Iron Maiden heeft de man goed begrepen hoe een dijk van een melodie de snelle, harde passages verteerbaar kan houden. Maar dat Solberg af en toe ook ’s ochtends een kommetje kokend lood naar binnen werkt, bewijst hij op het einde van “Rewind” en “Slave” met enkele stevige grunts.

Ook drummer Baard Kolstad kwijt zich uitstekend van zijn taak en stut elk nummer meesterlijk met een complex ritmisch fundament. Een stuiterende basdrum in “The Price”, stuwende drumrolls in “Third Law”: net als Tool knutselt Leprous lang uitgesponnen nummers in elkaar, maar de dynamiek van de ritmesectie houdt je constant bij de les. En zo laat elk groepslid wel zijn technische meesterschap blijken, zonder dat het ontaardt in een circle jerk van zielloze virtuositeit. De songs staan centraal op The Congregation en die zijn stuk voor stuk uitstekend.

En gevarieerd ook: de ijle synths van “Rewind” en de cheesy engelenzang van “The Flood” flirten met de late Anathema, maar de elektronische accenten in “The Price” en “Slave” lijken dan weer uit de koker van Trent Reznor te komen. Het enige wat je dit viertal eigenlijk kan aanwrijven, is een iets te grote arbeidsintensiviteit. Met z’n 70 minuten is The Congregation een lange zit die de luisteraar naar het einde toe niet altijd meer bij het nekvel kan grijpen.

Al is dat spijkers op laag water zoeken, want de ideeënrijkdom en de eigenzinnige stijlenmix van The Congregation blaast je willens nillens van je sokken. Dat lappendeken aan invloeden zou bij een mindere band ronduit potsierlijk zijn, maar Leprous smeedt het tot een aardedonker, spannend geheel. Noorwegen boven!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 4 =