The Afghan Whigs :: 13 juni 2012, Cirque Royale

“We’re from the future, where the present is the past”, grijnst Greg Dulli ter afsluiting van een zinderend concert van zijn Afghan Whigs woensdagavond. En zo was het; alsof het gisteren was. Alsof de band geen tien jaar heeft stilgelegen, zo strak en vitaal klonken de legendarische nummers die de gitaarjaren negentig van de broodnodige soul voorzagen.

Misschien moest het zo wel lopen. Was het nodig om Afghan Whigs tien jaar op sterk water te zetten, zodat ze nu deze triomf konden beleven. Want stel je voor dat Greg Dulli, Rick McCollum en John Curley platen waren blijven maken; platen die naar alle waarschijnlijkheid langzamerhand minder en minder interessant waren geworden. Zouden ze dan voor een in een mum van tijd uitverkocht Cirque Royale hebben gestaan? Want zo gaat het natuurlijk wel: a little absence makes the heart grow fonder. En de nagedachtenis is niet bezoedeld. En mag dus met volle goesting nieuw leven worden ingeblazen.

“Hoe zou dat voor Dulli zelf voelen om zich opnieuw in zijn, ondanks een afvalkuur ongetwijfeld toch wat strakker om het lijf spannende, vroegere zelf te verplaatsen?”, vragen we ons ook onwillekeurig af. Want het was geen sympathiek personage dat zijn songs bewoonde. Op platen als Gentlemen vertolkte de zanger met de hese stem vooral het vieze smeerlapke dat ergens diep in elk van ons ligt te lurken, en dat we allemaal soms stiekem wel eens willen zijn. Geen materie voor een knusse avond op VTM, kortom, al wordt de zin “I got a dick for a brain” vanavond op stal gelaten.

Is het echt een decennium geleden dat de groep nog samen speelde? Dat is er niet aan te zien. Het met een extra gitarist en een violist/cellist/pianist tot zestal uitgebreide kwartet speelt van bij de eerste noten van het traag opbouwende “Crime Scene, Part One” strak, klaar om de niet te winnen worsteling met een rotgeluid aan te gaan. In het holle bunkergeluid is het bij momenten moeilijk om de gitaar te horen (elders was die dan weer té overheersend, vernamen we later), maar zelfs dat krijgt de geweldige gitaarriff van “I’m Her Slave” niet kapot.

Wat opvalt: Dulli — de man die in volle grungetijd de soul in de gitaarrock terugbracht — is vanavond behoorlijk goed bij stem. Hij maakte er altijd een sport van om rakelings langs de toon te scheren, en zit er op slechte momenten al eens goed naast, maar vanavond is het net die juiste tik vals die het spannend maakt. De hotsende, botsende piano van “What Jail Is Like” is een perfecte begeleiding voor dat scheurende refrein, waarin de strot stevig open mag. Waarna het concert pas echt begint met de opwinding die het openingsritme van “Going To Town” teweeg brengt. En dan moet die rondsuizende riff nog losbarsten, terwijl Dulli als de eerste de beste gladjakker belooft “Don’t worry, baby, that’s okay: I know the boss”.

“Gentlemen” is nog zo’n moment waarop alles ontploft. Dulli spuugt een oude relatie nogmaals uit, en verkondigt zich klaar voor de markt: “Now I got time for you, you, and you. And me too”. De sologitarist mag loos gaan, want Afghan Whigs is niet alleen die keel, maar ook snarengeweld; riffs zowel als vingervlugheid. En natuurlijk ook de obligate covers. Dulli is een man die zijn muziekgeschiedenis kent, en daar graag vrijelijk uit citeert. Later zal hij een flard “I Was Made For Loving You” van Kiss in bisnummer “Miles Iz Ded” smokkelen, halverwege wordt er even halt gehouden voor “See And Don’t See” van Marie “Queenie” Lyons, dat de frontman brengt met de bevlogenheid van een predikant. Verrassender nog is een puik “Lovecrimes” van souldebutant Frank Ocean (zijn eerste plaat moet zelfs nog verschijnen) daarna.

De gitaren mogen vervolgens nog eens in de fik voor “Debonair”, dat helaas alweer kampt met een slechte geluidsmix, waardoor die vlammenwerpende riff niet helemaal tot zijn recht komt. Gelukkig is dat niet het geval bij de epische setsluiter “Faded”, een ontploffende pianoballade waarin Dulli’s overslaande “Baby’s” voor rillingen zorgt die in rotten van drie over de ruggengraat lopen.

Daar kan geen bisronde tegenop. Toch doen de Afghan Whigs een verdienstelijke poging met “Come See About Me”, nog een cover, van The Supremes deze keer, maar vooral met het uitgesponnen tweeluik “Fountain & Fairfax” en “Miles Iz Ded”. “Don’t forget the alcohol, oooh baby” krijst Dulli, als een acute herinnering aan de tijd dat het obligate whiskyglas nog aan de microfoonstandaard hing. Nu, clean en nuchter, zingt hij het beter dan ooit. Noem het wat het is: ironie.

En dus is het goed dat in een wereld waarin iedereen een tweede kans lijkt te krijgen (zelfs The Darkness heeft een nieuwe plaat klaar), ook Afghan Whigs terug zijn. Straks brengt de reünie hen naar Pukkelpop. Als het daar zo goed wordt als vanavond, is een van de hoogtepunten nu al bekend. Laat het aftellen beginnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 16 =