Cactus Festival 2026 :: Eat this, half-time Superbowl

De weg er naar toe ligt open door alle werken en is hobbelig, maar wie het Minnewaterpark eindelijk bereikt krijgt waar voor zijn geld. In Brugge weten ze wat festivallen is, zelfs al moet er onder druk van externe factoren al eens geschoven met het schema. Winst of verlies; het wordt sowieso een feestje.

Achtenveertig ploegen aan de start, samengeteld over de hele poulefase zo’n zes miljoen toeschouwers in de stadions, een veelvoud daarvan voor de tv. Ja, de cijfers van het WK zijn overdonderend. Maar wat zijn nu zestien speelsteden over drie landen verspreid? Niéts! Het festivalleven, mijnheer, dat op zowat elk gat van Vlaanderen zijn stempel drukt; dat is pas alomtegenwoordig. En zo is het ook in Brugge, waar alweer het drieënveertigste Cactus Festival van start ging.

Anne-Sophie Ooghe weet het wel. “Moge de beste winnen!” roept ze uit aan het einde van de set van High-Hi. En om zeker te zijn dat niemand haar hier van volksverraad zal beschuldigen gooit ze er achter aan: “en dat zijn wij.” Hoe mooi de affiche van vandaag, met onder andere Afghan Whigs straks, en Zwangere Guy, er is natuurlijk maar één headliner vandaag: dié match. Wordt het in het Minnewater een triomf, of toch de zwanenzang van de Rode Duivels?

High-Hi heeft in elk geval ook gewonnen. Het is nog vroeg, maar de band staat er fris en fruitig bij, en ook het publiek is op tijd opgedaagd, zodat Ooghe een in deze omstandigheden verplicht “merci om zo vroeg te komen” moet lossen. Laat ze meteen ook horen: een pittige versie van doorbraaksingle “Daggers”, waarin de heen-en-weer-zang met wederhelft Dieter Beerten prettig knettert, net als een “Whatever” dat volgt.

Voor “Running” gaat het drumcomputertje op, zodat Beerten en Ooghe elk van hun kant van het podium de micro kunnen pakken. Speels laat de groep het nummer stilvallen en weer aantrekken, een trucje dat ze gretig herhalen in de lange setsluiter “All Cool All Fine”. Het publiek applaudisseert alweer, wanneer Ooghe het teken geeft voor de potige finale. Zijn we goed begonnen? Voorzeker wel.

Stone begint er aan met pech. Terwijl frontman Fin Power er vierklauwens invliegt, worstelt Elliot Gill nog met zijn gitaar. Gelukkig zijn dit het soort veelspelers die zich door zoiets niet uit het lood laten slaan. Terwijl een roadie het euvel probeert te verhelpen, speelt de gitarist stug door; moeilijk gaat ook. De captatio benevolentia is dan al lang niet gemist. Opkomen op de tonen van “Kom mor ip”, vertellen dat je je tanden vandaag in Ingelmunster hebt laten doen, “zodat hij nu kan glimlachen naar ons”,… Power houdt van België en België smijt die liefde terug. Al moeten we nu ook niet té Belgisch doen. “Ja, ik heb me laten vertellen dat West-Vlamingen nogal chill zijn”, merkt hij nauwelijks één nummer ver op, “maar ik speel niet voor mensen die stilstaan.” Volksmennertje, quoi, maar het werkt. Er wordt op “I Gotta Feeling” en een snedig gespeeld “Stack Up The Reasons” al flink wat meer bewogen.

Het is moeilijk om bij deze band niet aan The Vaccines te denken: ook zo’n middelmatige Britse band die zich op de rug van tonnen charme een hoge gunfactor heeft verworven. Power – zoon van John Power van Britpopmiddenmotor Cast – is het soort frontman die niet rust voor hij iedereen bij zijn nekvel heeft, en als hij daarvoor in een boom moet klimmen om er een toegeworpen Belgische vlag te wapperen, dan zal hij dat ook doen. Hij had tenslotte al beloofd om straks voor ons te supporteren.

Dat werkt dus, dat soort inzet. Stone brengt pretentieloze rock voor mensen die ouderwetse gitaren hoog in het vaandel voeren, en die mensen staan hier. “Let’s Dance To The Real Thing” gaat er dus lekker in, “Sweet Heroine” en “My Thoughts Go” evenzo. Power probeert Gill even op te tillen tijdens zijn solo in dat laatste nummer; maar dat is toch een paar kilo te ver, en eindigt in jongensachtige ongein onder elkaar die laat zien hoe graag deze band sámen speelt. Het is mooi om zien. Waarna de frontman aankondigt dat er nog een song te gaan is “en dan zing ik onze grootste hit: ‘Wonderwall’.” En zo geschiedt: halverwege “Leave It Out” zingt hij de Gallaghers grootste tot de tekst hem begint te ontsnappen. Hebben we dan toch al eens Oasis op Cactus Festival gehad.

“Parked outside” is een begin als een politie-inval: de deur met een welgemikte stamp openen, en meteen een roedel kortaangebonden gitaren in de nek. “I’m Her Slave”: een typische riff, nijdig gierende snaren. The Afghan Whigs missen hun begin niet. “We komen van die plek die jullie vorige week verslagen hebben”, grijnst Greg Dulli, en hij jaagt zijn bandleden “What Jail Is Like” in. Als wil ook hij straks de voetbal zeker halen, moet het vooruit gaan: we zijn vier nummers ver, evenveel albums kwamen al aan bod.

Dit is dan ook nog steeds de ’40th Anniversary Tour’. Eind augustus ligt tiende album Soft Control in de winkel, maar The Afghan Whigs houden de focus breed, zelfs al laat een nieuw en gloedvol “House Of I” horen dat die nieuwe zo mee kan met het klassiek werk; scheelt niets aan die riff. Mooie “toodoodoo”’s ook van de muzikanten. Die mogen zich meteen ook laten horen in het laatste refrein van “Going To Town”, dat Dulli met de rug naar het publiek afwerkt. Hij gooit er meteen “Debonair” achteraan; een dubbelgoal waar niemand van terug heeft. Het is autoritair spelen, meesterschap.

Een soulvol “Algiers” blijft een van de sterkste nummers die de groep na zijn reünie heeft uitgebracht, wanneer Dulli zelf achter de toetsen plaatsneemt is het voor een flard “No Quarter” van Led Zeppelin, en dan een bezield gezongen “Demon In Profile”. Roffelende drums lokken hem weer naar zijn gitaar; u weet wat volgt. “Fountain And Fairfax”, en een massaal meegezongen openingszin “Angel, I’m sober / I’m off that stuff, just like you asked me to”. Waarna het verse “Duvateen” zich nu al een Whigsklassieker toont.

Het einde is naar aloude Afghan Whigstraditie groots. “Into The Floor” mag slepend openbarsten, Dulli breit er met de microfoon in de hand het al even lome “Miles Iz Ded (Slight Return)” aan vast. En weg is hij. Gitaristen Christopher Torn en Rick G. Nelson mogen het front and center afmaken. Het is tijd voor de belangrijkste bijzaak van dit festival. Muziek kan nu wel even wachten.

Drie kwartier later verschijnt Glintsal aan de aftrap. U weet wat dat betekent: Ruiz in de dertigste minuut, De Ketelaere elf minuten later. We gaan de rust in met een 1 – 1, en voor Jan Maarschalk Lemmens en Faisal Chatar het signaal om een shot razende drum-‘n-bass en even ziedende rap los te laten. “Voetbal!” roept Faisal kwansuis onnozel in de microfoon, en daar gaat hij het volgende uur niet mee stoppen. Eat this, half-time Superbowl.

“En dat was maar onze intro”, zal Lemmens tot het einde blijven glinsteren. Een uurlang houdt het duo de energie hoog, de euforie in het zenit. Een eigen WK-anthem dat hevig op “Formidable” leunt komt en gaat, een rondje willekeurige nineties-hits – “zeg een nummer tussen één en driehonderdzestig!” – zorgt voor meer leven. Tot die late goal van Merino in de soep spuwt, dus, en de wei toch een beetje stilvalt. Geen betere motivational speakers om een exit te verteren, echter, dan deze twee heren, en ook dat slikken we wel weer door.

Spanje mag de kwartfinale hebben gewonnen, Glintsal won Cactus.

Balen, is het verder. Vloeken. Wezenloos in de verte staren. Aan Zwangere Guy om ons weer te grounden, aldus presentatrice Kirsten Lemaire. En dat doet de Brusselaar binnen de vijf minuten. “Laat me u vertellen waar de Guy voor staat”, brult hij in opener “DMT”, en hij spelt het uit: “de G die staat voor G’G’ en voor Geniaal.” “Vergeef me dat ik chaud sta. Het is geen cadeau na zo’n match te komen.” En hij duikt zijn recente verleden in: gestopt met drinken, leven op orde gekregen.

Is het door zijn speech over kwijtgespeelde kameraden op Rock Werchter vorige week? Vandaag valt in dat “Lege fles” plots die laatste strofe harder op: “Verloor de helft van mijn vrienden door plots te stoppen met drinken / Misschien was ik wel de blinde die da de weg nie wou vinden (…) Heb liever twee goede broeders dan twintig heel verre neven.” Hij zal er later op terugkomen, dat hij daar op die Main Stage wel was vergeten toe te voegen “dat er ook lieve mensen naast hem staan.”

En verder is deze headlineshow opnieuw een meesterproef van zijn kunnen. Zijn flow is in “Brussels State Of Mind” foutloos, dat radde rappen iets van internationaal niveau. De emoshit moet er natuurlijk ook zijn, zéker hier in Brugge, waar ’s mans vader in het ziekenhuis belandde. Gorik van Oudheusden bedankt het verplegend personeel, draagt – omdat het hem gevraagd werd – een nummer op aan iemands overleden maat. En opnieuw voelt dat “Beter leven” als een stomp in de maag. Een-tweetje? Vooruit dan maar, omdat het voetbaldag is: “Gorik Pt. 1” kopt de emotionele stomp helemaal binnen.

En daarmee is het tijd voor feest. Die vrolijke riedel van “Loin d’ici” zet een andere sfeer, “Wie is Guy?” het oudje voor wie er al van 2018 bij is. Het is evenwel jammer dat PJ Seaux die Channel Zero-gitaar waar “Vecht voor papier I” zo hard op leunt alweer niet goed krijgt. Waar het nummer op plaat uit de boxen spat, valt het live steeds wat dood. “Dit is officieel het mooiste festival waar ik al gespeeld heb”, glimlacht Papa ZG niettemin. En hij maakt van een wall of death voor zijn podium een wall of dancers: “als we elkaar ontmoeten, gaan we elkaar vastpakken en dansen”, doet hij voor. Want dat wil hij opnieuw benadrukken na een ziedend “Guttergang”: dat hij het geweld uit dat nummer heeft afgezworen, en alleen maar liefde wil. Zelfs voor fascisten die klootzakken zijn.

Het is, in tegenstelling tot de Duivels daarnet: gewonnen spel. ZG had in dit park niets te bewijzen, begon eraan in taaie omstandigheden, en deed ons die al na tien minuten vergeten – hoe bedoelt u, “Spanje”? Cactus Festival Dag Een had zich geen betere headliner kunnen dromen.

Beeld:
Nadia Denys

verwant

recent

Etienne Davodeau :: Waar je ook gaat. Reis door het land van het haperende geheugen

Etienne Davodeau verwerkt de ervaringen zijn vrouw als zorgverlener...

Sayaka Murata :: Baren en Moorden

Sayaka Murata brak in 2016 internationaal door met Konbini...

Statuettes. Kleinsculptuur in Huis :: Venetiaanse Gaanderijen Oostende

Wie aan beeldhouwkunst denkt, ziet spontaan monumentale bronzen standbeelden...

George R.R. Martin :: A Knight of the Seven Kingdoms

“Just finish the books, George” is intussen een sarcastische...

Jana Nayagan

Gedeeltelijke remake van de Telugu-hit Bhagavanth Kesari uit 2023,...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in