Jherek Bischoff :: Composed

Handig, zo’n uitgebreide muzikale vriendenkring. Als je eens verlegen zit om een vocal of een gitaarpartij vraag je het gewoon aan je getalenteerde vrienden die er dan ook nog eens voor zorgen dat je plaat wat meer aanzien krijgt vanwege de fancy gastenlijst.

Jherek Bischoff, iemand die al even meedraait in de Amerikaanse indiescene (zelf woont ’ie in Seattle en was hij lid van onder meer The Dead Science, Xiu Xiu en Parenthetical Girls, en heeft hij reeds twee soloplaten, een onder eigen naam en een onder de naam Ribbons), heeft duidelijk zo’n indrukwekkende vriendenlijst, want de gasten op zijn nieuwe plaat Composed zijn niet van de minste. Zo kwamen onder meer David Byrne, Caetano Veloso (in het Engels!), Carla Bozulich en Dawn McCarthy wat partijen inzingen, en werden enkele van de meer opvallende instrumentale partijen ingespeeld door Greg Saunier (die menselijke metronoom van Battles) en Wilco-gitarist Nels Cline.

Composed gooit het dus over een andere boeg dan het oudere werk van Bischoff, door in plaats van veel met computerprogramma’s en typische rockinstrumenten te werken quasi alles te laten inspelen door klassieke instrumenten (die hij dan wel in elkaar mixte met zijn computer). Dat zijn voornamelijk strijkers en een handvol blazers die de plaat een hoog kamermuziekgehalte meegeven, zij het dat er ook wat zwierigere, bijna symfonische arrangementen te horen vallen. Door die klassieke klankkleur kan Bischoffs werk hier dan ook vergeleken worden met dat van andere Amerikaanse indiegrootheden die met klassieke instrumentatie flirten, zoals Sufjan Stevens, My Brightest Diamond en Son Lux.

Niet alleen klinkt alles een stuk organischer, bovendien heeft Bischoff de avant-garde randjes van zijn werk bijgeschaafd en is Composed een stuk makkelijker verteerbaar dan veel van zijn ander werk. Al betekent dat nog niet dat Bischoff een popplaat gemaakt heeft. “Eyes” lijkt dat nog wel te suggereren: een meeslepende wals waarboven David Byrne een ode brengt aan de ogen van zijn geliefde in een stijl die vrij dichtbij Byrnes recente eigen werk ligt, veel toegankelijker kan het haast niet. Maar als u bijvoorbeeld van Nels Clines bijdrage een gezapig Wilconummer had verwacht, zal u vreemd staan te kijken bij de dissonante gitaarwatervallen die het einde van “Blossom” opleuken.

Bischoff plaatst zich hier duidelijk vooral als componist op de voorgrond, door slechts in een song zelf te zingen (“Blossom”, hij liet bovendien veel van de teksten zelf schrijven door de gastzangers) en door zelf nagenoeg geen partijen te spelen, afgezien van de ukelelepartijen die de uitvalsbasis vormden van elke song, maar die slechts hier en daar behouden zijn gebleven. Voor iemand zonder formele muzikale training brengt Bischoff het er overigens niet slecht vanaf als componist, met een mooi evenwicht tussen simpelere, door percussief pizzicatospel aangedreven stukken, en complexere akkoorden, bijvoorbeeld in “The Secret Of Machines” waarin een haast impressionistisch middenstuk te horen valt.

Variatie staat erg centraal. Klinkt “The Nest” bijvoorbeeld als iets tussen Tin Hat, Balmorhea en Hanne Hukkelberg, dan is het afsluitende “Insomnia, Death And The Sea” een symfonisch stuk dat een heel leger aan instrumenten laat aandraven om tot een epische finale te komen waar de doorsnee postrockband een puntje aan kan zuigen. “Young And Lovely” is dan weer een up-tempo indie rocknummer dat zonder problemen tussen veel platen uitgebracht op Asthmatic Kitty zou kunnen staan.

Hoewel Composed in zekere zin in de lijn ligt van het recente werk van zulke artiesten als Sufjan Stevens en My Brightest Diamond, is Bischoff er toch in geslaagd om zich een eigen smoelwerk aan te meten, met een plaat die een gooi doet naar de brede erkenning zonder daarbij muzikale compromissen te moeten maken. In dat niet compromitteren is hij alvast uitstekend geslaagd, nu nog die doorbraak.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =