Met Isbells door China: Deel 7 :: Hardcore!

Welkom in Nanjing. Even denken we: ah, fijn, het hectische hebben we gehad met Shanghai. Mispoes. Voor Chinezen mag dit misschien een grootstad van 2de categorie zijn, met ‘slechts 8 miljoen inwoners, voor ons is dit opnieuw een overweldigende, hectische ervaring, een draaikolk van mensen, auto’s, vrachtwagens, mastodonten van gebouwen en wooncomplexen.

Toch is dit wat meer het China dat we verwachtten: minder internationaal of Europees dan Shanghai of Shenzen. Iets meer the real stuff, met kraampjes, marktjes, bakfietsen, een pandemonium van geuren, kleuren en geluiden, smerige straatjes en veel, heel veel mensen op straat. Toch zijn we blij hier te zijn, en voelen we ons aangetrokken tot deze overigens erg oude stad. De oude stadwallen zijn goed bewaard gebleven. Tussen 1911 en 1945 was dit zelfs de hoofdstad van het land.

De club waarin we spelen heet heel mooi 61 House, een fraaie, stemmige kelder met een gerieflijk podium. Materiaal waarmee we goed kunnen werken, betrouwbare amps, mooi zo. De tourmode waarin we ondertussen verkeren is maximaal. Opstellen en soundcheck gebeurt tien keer zo snel als een week geleden. Ook geluidsman Nick heeft zijn manier van werken volledig aangepast aan de local way.

Julie speelt een erg mooie set, we vervoegen haar voor haar laatste song, en starten aaneensluitend met de onze. De club zit werkelijk vol. Prachtig. Maar: de demon van het luid pratende publiek is ons blijkbaar gevolgd. Hij is zelfs luider geworden. Het stoort ons meer dan ooit. We proberen wat stille hints te geven, vragen de mensen vooraan die wel stil zijn of het gepraat hen niet stoort (geen reactie, beleefdheid of een gebrek aan kennis van het Engels nemen wij aan), maar het wilt niet helpen.

Gaetan gooit het over een andere boeg: net voor het inzetten van “Baskin’”, richt hij zich opnieuw tot het publiek: “This song is about going for what you really want in life, so that’s what I’m going to do”. Hij plugt zijn gitaar uit en stapt het publiek in, recht naar een groep stevige babbelaars: “Hi, I’m Gaetan, we are trying to play music here, so we would really appreciate if you would keep your voices down a bit”. Belangrijke vaststelling: de hardnekkige praters blijken geenszins Chinezen te zijn, maar een groep Australiërs van middelbare leeftijd. De rest van het publiek applaudisseert luid. Resultaat! We werken ons door de rest van de set, en sluiten af met een stomende versie van “Erase and Detach”. “That was really intense”, aldus Julie.

Na de show is het, zoals gewoonlijk, tijd om wat cd’s te verkopen, een praatje te slaan met iedereen die dat wenst en, natuurlijk, op de foto te gaan. Alleen: de cd’s zijn op. De verkoop van de meer dan honderd cd’s die we mee hadden is zo verrassend vlot verlopen dat we nog maar enkele exemplaren over hebben van onze debuut-cd, de Stoalin’-exemplaren zijn uitverkocht. Nooit gedacht. Mooi, maar ook vervelend, want: er blijkt echt wel vraag naar te zijn.

We sluiten de avond af in een bar genaamd Solar. De club ligt in een volkswijkje die ons bepaald exotisch voorkomt: kleine, enge straatjes, nogal vuil, bouwvallig. In de club zelf echter, voorzien van een geweldig terras, waan je je in een alternatief Gents café. Uitbater Xu Feng, een goede vriend van Julie, verrast ons: hij blijkt Chimay, Rochford, Westmalle, Leffe, Hoegaarden en nog heel wat andere Belgische bieren in huis te hebben. Hij spreekt geen woord Engels of Frans, maar: voor België heeft hij het wel. Dat blijkt eens te meer als hij rond 1 u ‘s nachts, out of the blue, met borden gegrilde hamburgers, frietjes en groene salade met vinaigrette-dressing verschijnt. Tussendoor trakteert hij ons ook nog eens op een glas Talisker single Malt. Bonte avond, kortom.

Goed dat de dag erop onze eerste echte day off is. We kunnen het gebruiken. De sfeer in de groep is opperbest, maar: iedereen heeft behoefte aan een dagje niets doen. De ontelbare indrukken die al meer dan een week op ons afkomen, zijn bepaald afmattend. Gaetan brengt de dag in rustige afzondering door in zijn hotelkamer, de rest van ons kuiert wat door de stad, die, achteraf gezien, veel drukker en hectischer is dan verwacht. Het verkeer is afschrikwekkend, als Westerse voetganger vormt de openbare weg één grote training in assertiviteit. Nog een geluk dat alle bromfietsen en scooters, en zo zijn er hier zo ongeveer een triljoen, op elektriciteit rijden. Ze zijn met andere woorden geruisloos. Prachtige uitvinding, al moet je opletten dat je je er niet door laat verrassen.

Ik besluit vanavond niet mee te gaan eten, een avondje ascese dringt zich op, maar mijn bandleden verrassen me bij hun terugkomst met een “Squirting Dumpling”. Een dumpling die als je er in bijt … , nou ja, you get the picture. Mmmm …

‘s Anderendaags sporen we naar Wuhan. Het is een rit van een 4-tal uur per expresstrein, dus is het zaak om wat eetbaars te scoren. Een vreemdsoortige patisseriestand verkoopt zoete en zoute gebakjes die mij een Chinese interpretatie lijken van onze koffiekoeken, croissants, eclairs etc. Ze hebben allemaal de meest waanzinnige en hilarische namen: “Pearis (sic) Hilton”, “Smart Alex”, “Brothers”, “Floss Hotdog”, “Bean O’ Bento”, “UFO”, “Eggstraordinary”, “Spring In the City”, …

Aankomst in Wuhan, de heetste stad van China, en dat predicaat blijkt geenszins overdreven. Ons hotel en de venue zelf bevinden zich midden in een erg volkse wijk van deze, wederom, gigantische stad. Dit is hardcore China. De steegjes zijn één en al marktkraampjes, prullariaverkopers, eetkraampjes, met vlak ernaast onbeklimbare hopen opgestapeld vuil. Olfactorisch is dit je reinste uitdaging. Het aroma van gebakken, gegrilde en gefrituurde etenswaren vermengt met de stank van rioleringen hangt als een warme walm boven de straten. In de kippenstoofpot met champignons die we iets later voorgeschoteld krijgen drijft, ja hoor, een mooie kippenpoot. Je kan zeggen: mooi, de Chinezen gooien niets weg. Maar de honger is ineens een stuk kleiner.

Vox, zo heet de club waar we vanavond spelen. Een enorme zaal, très underground. Julie vertelt ons dat Nanjin de arty postpunk stad is, en dat Wuhan voor meer onversneden punk en hardcore staat. De mensen in deze club gaan regelmatig op de vuist met elkaar, schijnt het. We slikken even.

De opkomst is eerder aan de magere kant, maar: er staat een gezellig hoopje mensen voor het podium. Geen vuisten vanavond. Het wordt nochtans onze ruwste show tot nu toe. Punk, hè. Lekker, eigenlijk. Enkele jonge gasten moedigen ons extra aan, en schreeuwen de ziel uit hun lijf. Wij amuseren ons alvast. Een broer en een zus komen ons achteraf feliciteren, maken er een ware fotosessie van, en zeggen dat ze speciaal een paar uur gereden hebben om deze show mee te maken. Nederig buigen wij het hoofd.

Wuhan: hoegenaamd heet en heftig. We like.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − twee =