BEST OF :: The Afghan Whigs

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van goddeau om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Afghan Whigs die binnen twee weken in Brussel spelen.

1. Blame, Etc.

Schuld en Boete, deel Tel Kwijt. Met het funky “Blame, Etc.” zoekt Dulli naar antwoorden voor zijn actief libido en de daarmee gepaard gaande schuldgevoelens. Hij gaat er niet onmiddellijk dood van, neen. Er gaan fases van schuld, ontkenning, verraad en verdeeldheid aan vooraf. Aan het begin van de song krolt hij nog als een krolse kat, maar tegen het eind is Dulli helemaal schor. “Blame, Etc.” klinkt dan ook zoals het hoort: alsof Curtis Mayfield een van de Supremes staat te neuken in een rokerig steegje.

Hoogtepunt: 3’09’’. Dat Dulli van het hartstochtelijk schreeuwerige type is, wisten we, maar in het laatste refrein van “Blame, Etc.” vrezen we elk moment zijn stembanden te horen knakken. Dat dat net niet gebeurt, is van een ontroerende schoonheid.

2. Turn On The Water

Een dansende boogiepiano, gitaren en drums die willen galopperen, maar aan de teugels liggen; “Turn On The Water” snokt en schudt met de manen, tot halverwege zo’n heerlijke vintage riff alles losrukt. Het is nog niet helemaal zo perfect als het een plaat later op Gentlemen zou worden — de zang is hier soms wat flauwtjes —, maar alle stukjes van wat later als de archetypische Afghan Whigssound zou worden beschouwd, zijn hier al aanwezig. Een flink schot voor de boeg.

Hoogtepunt: 3’20’’. De gitaren gaan een laatste ronde in, en klinken plots dubbel zo gruizig terwijl Dulli blijft herhalen “Let it wash all over me/Don’t you let me breathe”.

3. Going To Town

Hier hebben we voor gevochten. Als er voor ons immers één ultiem Afghan Whigsnummer is, laat het dan “Going To Town” zijn. Van zijn heerlijk rollende gitaar- en basintro tot het scheurend gezongen refrein: zit alles goed. En dan is er nog Dulli’s film noir-verhaal. De versierder die een meisje meeneemt op een ontsporende trip — “you get the match, I’ll get the gasoline” —, maar dat met een onvermoeibare swagger doet: “When you say, now we got hell to pay/Don’t worry baby, that’s okay, I know the boss”.

Hoogtepunt: .1’44’’. Die riff. Alléén al die riff die blijft doorcirkelen, is onbetaalbaar.

4. Be Sweet

Een pipetje tederheid, grote onverzadigbare scheuten venijn en enkele klontjes schaamte. Dat is de dodelijke cocktail die van “Be Sweet” (Dulli’s ex nam afscheid met deze twee woorden) een gecondenseerde synthese van Gentlemen maakt. Uiteraard is er de ongewoon openhartige openingszin. Dat de vrouwen het gerust mogen weten dat Dulli een onverzadigbaar seksbeestje is. En ja, hey, sorry daarvoor. We blijven toch vrienden, maar niet echt. Dulli omkadert deze oefening in bittere zelfreflectie met een verdoken bluesriff, een jazzy beat en iets wat lijkt op een rumba.

Hoogtepunt: 0’54’’. De eerste keer dat McCollum zijn dronken, hypnotiserende gitaar in de strijd gooit. Een uitstekende accentuering van Dulli’s net daarvoor geprevelde “she wants love and I still want to fuck”.

5. Miles Iz dead

Ze waren zelf waarschijnlijk te stoned om het te beseffen, maar toen Afghan Whigs in 1994 op Pinkpop stond, was dat de piek die de band nooit meer zou evenaren. Dulli stond er met een knoert van een attitude, zong er meer naast dan op, maar z’n handen zaten in haar broek en hij lokte haar naar z’n crib of sin, waar de losbandigheid welig tierde en de alcohol bleef stromen. Het was een zelfvoldane, ontaarde ode aan de onderbuik en het keerpunt van een carrière die er nooit nog van zou bekomen. De studioversie, bonustrack op Congregation (1992), ontbeert die spanning en ’het kan elk moment in elkaar stuiken’-vibe, maar ook dan blijft het een zwaartepunt in de discografie.

Hoogtepunt: “Don’t forgeeeeet the aaalcohoool, ooohhh baaaaby, ooohhh baaaby.”

6. Gentlemen

Het verhaal van Gentlemen, de plaat, is simpel: het lief is weg, en Dulli is pissed. “Gentlemen”, de song, zet dat als ouverture even duidelijk uit: “I stayed in too long, but she was the perfect fit/And we dragged it out so long this time, started to make each other sick”. En dus moest er iets gebeuren. Met de handen opnieuw vrij, is heer Dulli klaar om opnieuw de bloemetjes buiten te zetten. “Now I’ve got time for you/For you, you, you, and me too: well come and get it”. De hoogdringendheid van het moeten, de paal in de broek, wordt nauwelijks verhuld. Er moet dringend geneukt worden, al speelt de bitterheid over de vorige nog steeds op: “Now I’m on it, and you’re done/I waited for the joke, it never did arrive”.

Hoogtepunt: 00’00’’. “Now”, en de gitaar zet de boel in de fik totdat Dulli met dat “Your attention please” een dramatische intrede maakt, “all messed up and nowhere to go”.

7. I’m Her Slave

Voor de zoveelste keer een geweldige riff waarmee Dulli het groezelige portret schetst van een ongezonde relatie: “’Unchain yourself’, said she, ’and tie yourself to me’”. De groep onderbouwt het met een knutselwerk van drums, gitaren en bas die samen van de wildwaterbaan gaan, in woeste kolken en bochten, en soms een vals stil moment. Maar het is leadgitarist Rick McCollum die met zijn gillende gitaar de show steelt.

Hoogtepunt: 0’00’’. Die intro! Alles lijkt in te storten, maar op een vreemde manier ontstaat er toch een onstuitbaar voortrazende song.

8. Somethin’ Hot

Opener van slothoofdstuk 1965. Op dit punt is het soms een beetje twijfelen of je te maken hebt met de échte Greg Dulli of degene die verdomd goed weet hoe hij Dulli moet spelen. Geen onbewoond eilandsong, maar wel het bewijs dat de band ook op die laatste nog een fijn stukje soulrock kon spelen vol seksistisch gewauwel. Want geef toe: van een mindere God zouden vrouwen die verzen over schuddende konten niet aanvaarden. Een stukje commentaar bij het YouTube-clipje van de song van het samen: “Greg Dulli has to be one of the horniest dudes ever.” Word, yo.

Hoogtepunt: “I wanna get you hiiiiiiiiigh”, stupide zever waar je gegarandeerd een halve dag mee in je kop zit als je het nog eens oplegt.

9. What Jail Is Like

Zonder voorafgaande waarschuwing smelten op hol geslagen gitaren en een aangehouden pianoriedel onverbiddelijk en onmiddellijk samen in deze pure popsong met een randje. Dulli kiest gulzig uit een overvolle kaart en gaat alvast voor een extra large menu, waarbij hij Motown, pop en punk aangeeft als belangrijkste ingrediënten. Dulli waarschuwt wel voor repercussies bij verstikking en acht zich niet verantwoordelijk voor mogelijke ongelukken. An animal, moet u weten. U geeft hem dan ook best wat ademruimte, dames. Als er één nummer is waarbij Dulli op de knieën zou moeten, is het deze song wel.

Hoogtepunt: 2’26’’. De uitzichtloosheid is voelbaar in de schreeuw van Dulli tijdens “it goes down every niiiiiiiiiiiiight” is. Fatalisme strijdbaar doen klinken is een kunst.

10. Fountain & Fairfax

Niet de verzengende tekst, de knappe gitaarpartijen of plots vanuit het niets opduikende strijkerspartijen zijn de held van deze song. Zelfs niet de smerigheid tussen de regels. Dit draait allemaal om de gemene snik in Dulli’s stem die op elk gepast moment leek om en over te slaan in een manische schreeuw, een honger naar verzadiging, van dorst, seks, alcohol, nicotine, harddrugs. Heel even was hij de beste vals zingende zanger ter wereld. Of toch degene die daar het verst mee kwam bij zijn wijfkes. De lul.

Hoogtepunt: “Let me drink, let me tie off, I’m really slobbering now.”

11. Debonair

Vrij vertaald is “Debonair” iets als “een gladde jongen”. Zo’n type dat het goed kan uitleggen, je in zijn bed lult, en waarvan je je achteraf afvraagt waarom je er in godsnaam naast bent wakker geworden. De perfecte zelfdefinitie van Dulli dus, die met dit nummer Gentlemen tot een terechte klassieker lanceerde.

Werkelijk alles is perfect aan dit nummer, van de intro met de handclaps en de diepe bas, de lick die de gitaar in brand lijkt te zetten, en Dulli’s openingsbod “Hear me now, and don’t forget, I’m not the man my actions would suggest”. Neen, want deze smooth talking lullo die je liever niet in huis had genomen (“feel it now and don’t resist, this time the anger’s better than the kiss”) is ook maar een kleine loser: “a little boy is tied to you, attracted only ’til it comes unglued”. Zelfkennis van het soort waar Gentlemen bol van zou staan.

Hoogtepunt: 3’13’’. ’”Cause it don’t bleed and it don’t breathe/It’s locked its jaws and now it’s swallowing/It’s in our heart/It’s in our head/It’s in our love/Baby, it’s in our bed”: Dulli krijst het uit, om daarna een laatste keer plaats te maken voor een van de meest opwindende gitaarriffs van de vroege jaren negentig.

12. The Temple

Gaat het ontaarde “Let Me Lie To You” vooraf op Congregation en neemt een bijzondere plaats in in het Afghan Whigs-oeuvre; theatraal als Bad Seeds hoempapa, hoekig draaiend en kerend met over elkaar gegooide zanglijnen en schijnbaar onverenigbare ingrediënten. En dan besef je dat je een stuk hoort uit het monsterlijke Jesus Christ Superstar. Een vreemde keuze voor een cover, maar eentje die niet licht te vergeten is, dankzij een rammelende productie die de EH?-factor nog eens in de verf zet.

Hoogtepunt: Dit is een WTF?-song van voor tot achter.

13. Let Me Lie To You

Achteraf kan je je enkel maar afvragen aan welke schouwspelen de jonge Greg Dulli blootgesteld werd. Relaties zijn er bij Afghan Whigs immers enkel om bewegingen van gebruik en misbruik bloot te leggen, waarbij seksuele driften, fysieke afhankelijkheid en slechte bedoelingen drijfveren zijn. Het teneergeslagen “Let Me Lie To You”, haast verstopt aan het einde van Congregation, is de band op z’n grauwst en meest vervreemd van de wereld van warmte en zekerheid waar de meeste luisteraars écht naar hunkerden terwijl ze speelden met het gevaar van deze song.

Hoogtepunt (nu ja): “Discover your lover, between the legs of another, and he’s lovin’ it”. Tja. ’t Was ten minste een song die gericht was aan de vrouwen. Een eikel, die Dulli, maar wel geëmancipeerd.

14. Retarded

Opener van Up In It (1990), de plaat waarmee de band naar het voorplan verschoof en voor het eerst van zich liet horen met een wereldsong. En het is ook hier dat Dulli dat trucje met de overslaande stem al helemaal geperfectioneerd heeft. Jankende gitaarverstrengelingen, cocky gelul en bakken swagger (bah, schieten hier plots visioenen van dansende Hollandse lullo’s uit So You Think You Can Dance? door ons hoofd) toen dat begrip nog iets betekende. De plaat zou nooit helemaal bekomen van zo’n droomstart, maar het was wel hier dat de aandachtige luisteraar ging beseffen dat er nog wat stond aan te komen.

Hoogtepunt: de gitaren vanaf 1:53 en vervolgens heel veel YEEAAAAHHHHH!!!

15. Faded

“Faded” klokt af op meer dan een fikse acht en een halve minuut en is daarmee veruit het langste nummer uit de catalogus. Een afsluitnummer in alle betekenissen van het woord. De song zet een magistraal punt achter Black Love en heeft alles van een louterende catharsis. De laatste treinen komen piepend tot stilstand in het station terwijl Afghan Whigs onder engelengezang het buffet verlaten. Zoekend, twijfelend, vol zelfbeklag, vol schuldbesef ook. En de wetenschap dat alle drank op is. Uitdoven met stijl heet dat dan. De Whigs zijn hier op hun best en breien een weids muziekwerkje, waarin wah wah het opneemt tegen piano, drum en een emotionele gitaarriff van McCollum. Steken vallen er niet.

Hoogtepunt: 6’25’’. Met zijn laatste adem perst Dulli er nog een hartstochtelijk slepend “Yeah! Yeah! Yeah” uit vooraleer de groep de magistrale finale inzet van het nummer. Het nummer ontspoort net niet, en eindigt veilig naast de treinen in het station.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =