goddeau neemt afscheid :: Fuck het verleden

“Achteruitkijken is stilstaan op een transportband” schreef (pf) ooit in z’n review over In Het Gras van De Mens. “Weg met het verleden, fuck de toekomst. Er is alleen een dwingend en acuut nù”, schreef (mvs) ooit in z’n review over One Time For All Time van 65DaysOfStatic. Maar laat ons toch even achteruitkijken, nù, voor één keer. Naar elf jaar goddeau.

“It’s not about being cool, it’s about being passionate”, zei Lou Reed ooit over rock-‘n-roll. Als goddeau iets was, laat het dan dat zijn. Opgericht in 2001 door enkele studenten vanuit een niet te stillen drang om te schrijven, toen ze te oud waren geworden om dat bij het Leuvense studentenweekblad Veto te blijven doen. En wat is student zijn meer dan, al was het maar voor even, het gevoel hebben dat de wereld op je wacht? Vanuit dat gevoel ontstond goddeau: laten we schrijven over cultuur zoals niemand anders dat doet. Het magazine maken waar iedereen op wacht, zonder het te weten. “Hier is ie dan, die goddeau.” Een vliegtuig in de Twin Towers van de cultuurjournalistiek.

Sindsdien overleefden goddeau en die passie vele slaande deuren, talloze medewerkers die kwamen en gingen, terugkwamen en weer gingen. Er werd met veel moeite afscheid van genomen van Laurie, de benjamin die omkwam in een verkeersongeval. Goddeau slikte en ging door. Maar er waren ook mooie dingen. Het forum van goddeau deed al eens zijn ding als koppelaar. Relaties ontstonden tussen lezers en medewerkers, tussen medewerkers onderling. Sommigen hebben er hun huidige baan aan te danken. Goddeau leefde.

Goddeau overleefde ook talloze hypes: alle The-groepjes in navolging van The Strokes; alle groepjes die tegelijkertijd even zworen dat Quiet the new loud was; de post-rock die rond 2002 z’n hoogtepunt beleefde, met Sigur Rós’ ( ) dat lange tijd ons muzikale ijkpunt was; de indietronica (ondertussen meer een quizvraag dan een genre); de post-punk een paar jaar later die eerst niet helemaal werd aangevoeld door (jbo) (“Franz Ferdinand? Leuk groepje voor fans van Hot Hot Heat); talloze popmeisjes die onze aandacht wonnen en al gauw weer verloren; freakfolk … Allemaal genres die versplinterden en uitdoofden. De goesting waarmee we elf jaar lang met onze voeten in al die aan- en wegspoelende muziekgolven gingen staan, deed dat nooit.

Een bende vrijwilligers die muziek slapen, dromen, zweten. Aanvankelijk tussen de studieboeken, maar steeds meer na de kantooruren terwijl de kinderen al slapen. Die toen ze jong waren in de gietende regen op de fiets kropen om toch maar die éne plaat op de dag van de release in huis te halen. En liefst nog het toen al gelimiteerde kartonneke in plaats van het standaard plastic doosje. En die tien, twintig jaar later voor datzelfde publiek schrijven, want zulke mensen blijven bestaan, of muziek ondertussen gedegradeerd is tot een dubbele muisklik of niet. Een publiek dat in het virtuele muziekcafé dat ons forum was — al lang voor de virtuele braderij die facebook zou worden — z’n nieuwe aankopen lustig oplijstte als een kind dat fier z’n Sinterklaascadeau laat zien. En er het hoesje bijzette, ah ja, natuurlijk.

De platenmaatschappijen zagen dat, de talloze bands en artiesten die we daardoor konden interviewen ook. (mvm) ontmoette de prille Coldplay en schudde het klamme handje van een bedeesde Chris Martin, (mvs) sprak The National op de drempel van de doorbraak met Boxer, (Jbo) deed hetzelfde met Elbow en was meer therapeut dan interviewer voor Marissa Nadler, (pn) voor Sophia en Tindersticks.

We schreven brieven aan Dave Grohl, Axl Rose, Flying Horseman. (mvs) schreef de politie nadat het luisteren in de auto naar Polinski tot een snelheidsbekeuring had geleid. (mba) zette een foto van een neus peuterende kleuter online om z’n gedacht over de nieuwe Prodigy te omschrijven. (gp) schreef de langste zin ooit op goddeau, nee, ooit tout court (*). Bespraken Death Magnetic van Metallica onder invloed van te veel Blauwe Chimay, Any Minute Now van Soulwax onder invloed van te veel Duvel, maar draaiden in de persoon van (jbo) ook onze hand niet om om invloedrijke wijsgeren als Wittgenstein aan te halen. Schreven over Abba tot John Zorn, over Peter Brötzmann tot Robbie Williams, zonder één seconde onze identiteit te doen verwateren. Want onze identiteit was nooit cool zijn, maar gepassioneerd. Zoals de beste muziek, film, theater, kunst tout court, waarover we al die tijd schreven.

Vandaar. Passie overleeft alles en altijd — ook goddeau nu, na 11 jaar. “It’s all about being passionate”: vanaf 4 juni op enola.be. Gedaan met wachten. En weg met het verleden.

(*) Die zin: “Woester en kolossaler dan eender welk ander nummer dat Robert Fisher en de zijnen ooit op tape hebben gezet; “Let It Roll” is niets minder dan een massieve decibelvreter en de muzikale tegenhanger van Erich Von Stroheims epische Greed: een bruut briesend, genadeloos snarenfestijn dat raast met een doelgerichtheid en klankkleur die herinneringen oproepen aan Neil Youngs Panavision-epiek Everybody Knows This Is Nowhere (al heeft dat witte keffertje intussen al lang de benen genomen), de muisgrijze nachtpracht van treurwilgcollectief Tindersticks (“Jism”, mét schuimvlokken in de mondhoeken), de meest diabolische preek van een bezeten Nick Cave (en enkel die Nick Cave) en de broeierige noir Americana van Steve Wynn en de zijnen, die niet toevallig bijdragen aan de geluidsstroom van snerpende, klagende viool — iemand lijkt erop uit de snaren te willen splijten, als waren het door de zon verdorde haren —, jankende, ziedende, alles-op-hun-weg-vermorzelende gitaren en vooruitbonkende drums die een geselend slavenschiptempo aangeven, terwijl Fisher, de verpersoonlijking van de gebiedende wijs (“Let it roll”, inderdaad), de woestijnprofeet die zijn medestanders door de Mojave leidt, als het controlerende oog van de orkaan de vernieling dirigeert, orkestreert en boetseert tot vijfhonderddrieënzestig seconden maagomkerend intense bulderdrang met meervoudige climaxen.” (uit de recensie van Let It Roll van Willard Grant Conspiracy.)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 6 =