Mohn :: Mohn

Neen, je zou het niet vermoeden. Niet door de enigmatische groepsnaam — Mohn betekent zoveel als klaproos, papaver — en al helemaal niet door de gestileerde hoes. Maar achter dit project gaan wel degelijk twee grootmeesters van de hedendaagse elektronische muziek schuil.

Enerzijds gaat het om Wolfgang Voigt, medeoprichter en eigenaar van het Duitse elektronicalabel Kompakt. Onder het pseudoniem Gas was Voigt rond de eeuwwisseling even belangrijk voor de ambientmuziek als Biosphere of Fennesz. Wie hem niet kent, raden wij de klassiekers Königsforst (1999) en Pop (2000) ten zeerste aan. Anderzijds is ook Jörg Burger betrokken bij Mohn. Burger is eveneens Duitser en vuurde jarenlang onder verschillende namen (met als bekendste Triola) excellente technoreleases af. Samen brachten deze pioniers in 1996 onder de schuilnaam Burger/ink het fenomenale Las Vegas uit, een album dat excelleert in minimale dubtechno en op vandaag nog steeds zijn gelijke niet kent in dat genre.

Voor dit nieuwe album werd het klankenpalet uitgebreid. “Ambientgrunge”, zo omschrijft Mohn het geluid van deze plaat zelf. Daar valt op bepaalde momenten wel iets voor te zeggen, getuige de weerbarstige opener “Einrauschen”. Boven dit nummer zweeft een wolk van verdampte ruis die zich langzaam maar zeker in het diepste van je poriën gaat verschuilen. Ook “Das Feld” zit volgepakt met withete noise, waar maar moeilijk een melodie doorheen priemt. De koptelefoon opzetten is hier de boodschap. Die komt ook van pas bij “Ebertplatz 2020”, de soundtrack bij uw meest ijzingwekkende nachtmerrie.

Het hoogtepunt van dit album is “Saturn”, waar verloren gelopen geluiden sierlijk haasje over spelen met de gestroomlijnde synthesizer-arpeggio’s. “Ambientôt” is een futuristische mars richting volgend millennium en “Seqtor88” grijpt terug naar het dubgeluid van Las Vegas: onderkoeld, aardedonker en zonder emotie. Je hoort dat dit duo ervaring te over heeft, en dat het zelfs in de langere stukken iedere vorm van verveling of monotonie perfect weet te omzeilen.

Mohn afdoen als louter een synthese van wat deze heren in het verleden al brachten, zou maar al te makkelijk zijn, en dit album bovendien oneer aandoen. Voigt en Burger hebben sinds 1996 niet stilgezeten, dit is geen retroproject. Niet dat ze plots dubstep of drum ‘n’ bass gaan integreren, maar de productie is erg vooruitstrevend, op het scherp van de snee. Luister maar naar “Schwarzer Schwan”, niet meteen het sterkste nummer van dit album, maar met lagen en klanken als waren die in 3D.

Mohn is pure Klasse. Net als zijn makers, excelleert dit album in bescheidenheid. Succes, naambekendheid en verkoop zijn ondergeschikt aan het experiment en de piëteit. Deze twee pioniers bewijzen eens te meer dat elektronische muziek naast de circusmascotte van Tomorrowland ook nog een ander gezicht heeft. Waarvoor hulde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + achttien =