Cakewalk :: Wired

We weten niet wat het is met die Noren, maar in plaats van zoals zoveel andere Europese landen het buitenland voornamelijk te bestoken met dertien-in-een-dozijn-pop en ongeïnspireerde rock, lijkt Noorwegen als het ware een kweekvijver te zijn voor experimentele muziek zo ergens tussen jazz, rock en noise in. Denk maar aan Supersilent, Humcrush, Jaga Jazzist of Huntsville.

Cakewalk is nog maar eens een nieuwe Noorse band (alle leden verdienden overigens hun sporen in ettelijke andere lokale bands en projecten) waarin de leden door middel van stevige experimentele improvisaties hun eigen weg zoeken in de werelden van luid groovende noiserock en het spontane van de jazz. Want, hoewel alle leden van Cakewalk uit de jazz-scene stammen, is dit hoegenaamd geen jazzplaat geworden, of het moet in de geest van de meest compromisloze free jazz zijn, maar dan met een sterke nadruk op de groove.

Wired, het debuut van Cakewalk, is geen erg verrassende plaat, zeker als je wat bekend bent met de Noorse improvisatiescene, maar weet zich wel te laten opmerken door bij momenten zeer ruig en furieus uit de hoek te komen. In zes improvisaties pleegt de band ongeveer een half uur lang een bescheiden aanslag op uw gehoor met ronkende baslijnen, ettelijke distortionuitbarstingen, zwierige synths en drums die de nieuwe Vlaamse geluidsnormen ongetwijfeld meteen aan diggelen slaan.

Neem nu opener “Glass”, aangedreven door een hypnotiserend keyboardthema en een snelle drum, maar door de opjuttende gitaarpartij en zelfs bijna catchy synthpartij al snel naar territorium gekatapulteerd dat al meer naar een song neigt dan naar een pure improvisatie. De vuilste groove van de plaat is wellicht te vinden in “Descent” dat ook effectief klinkt als een afdaling naar de diepste krochten van een industriële kolenmijn, met een ronkende, stuwende baslijn, drums die volledig loos gaan en ettelijke effectlagen die naar geluiden van schrapend metaal neigen. “Perpetual” komt mogelijk even furieus uit de hoek, deze keer met een rondcirkelende synth en de andere instrumenten die daaromheen blijven jammen tot aan het einde die gitaar plots uitbarst en de song tot een geweldige climax brengt. Meteen daarna scheurt de bijna funky titeltrack ook als een hyperkinetische sprinter op XTC uit de startblokken, met aan het einde zelfs wat gitaarpartijen die aan de jazzrock van de vroege Mahavishnu Orchestra doen denken.

Het is echter niet enkel gegroove en gescheur op Wired, hier en daar zijn er ook wat experimentele rustpuntjes te vinden. Zo bijvoorbeeld “Soil” dat het vooral van klank en textuur moet hebben en afsluiter “Kammer” dat niet aan een rotvaart gaat maar aan een gezapig dreunende snelheid voortschuifelt. Zelfs in die zachtere stukken gaat de band echter niet voor hapklare klanken, maar blijven grillige effecttapijten de plak zwaaien.

Wired is een kort maar krachtig debuut, zij het een dat niet meteen een opwindende nieuwe klank maar eerder een heel goed uitgevoerde vormoefening laat horen. Dat dit live moet knallen staat echter buiten kijf, en we blijven dan ook benieuwd naar wat Cakewalk in de toekomst zal doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + zes =