Superlijm :: Unalaska

East Records, 2012

Superlijm – u kent ze misschien nog van de bescheiden radiohit
‘Michael Jordan’ – is het muzikale geesteskind van Pieter-Jan
Delesie, een sympathieke blonde bonenstaak die de West-Vlaamse
velden achter zich liet en van Gent rockcity zijn
uitvalsbasis maakte. Delesie doorwrocht zijn puberteit in de jaren
negentig en luisterde daarbij vaak naar bands als Grandaddy en
Pavement, bands die toen in trek waren bij iedereen met iet of wat
muzikale smaak. Zeggen dat die invloeden doorschemeren in de muziek
van Superlijm zou het understatement van de week zijn. Superlijm IS
de nineties, het decennium met een flanellen hemd om de bast en een
truckerspet op de kruin.

Met binnenkomer ‘Tidy Up’ barst de melodieuze slackerbom meteen
open. We krijgen zeurende gitaren, spaarzame electronicariedels en
heel wat lange gezongen eu’s. Zou ook een bescheiden radiohitje
kunnen worden als u het ons vraagt.

In ‘Dreamhouse’ komt Weezer heel even om
de hoek piepen. “My dreamhouse will stay the same”, zingt Delesie,
en we gunnen het hem van harte. Bij ‘High Rollers’, het nummer met
dé gitaarsolo van de plaat, hoort een videoclip met heel wat
gitaren en versterkers. Voor de liefhebbers, vermoeden we. Catchy
refrein, daar niet van.

‘Californian Sun’ doet wat het belooft. Een pruttelende
snaredrum, wat akoestisch gestrum en wat gepringel op de
elektrische gitaar brengen u naar een verlaten strand waar de zon
ondergaat, de golven ruisen en het mulle zand tussen de tenen van
uzelf en uw highschool sweetheart kruipt. Haar lippen
heeft ze candy apple red gestift, de kleur van de bollen
op haar witte jurk en van uw fifties Chevy convertible die wat
verderop geparkeerd staat. Exact wat u nodig had na zo’n drukke
werkdag, of niet soms?

In ‘Holler’, een van de meest uptempo nummers van de plaat, gaan
rammende gitaren in duel met venijnige discodrums. Een nummer dat
zo hard sprankelt dat het bijna overloopt en daardoor misschien net
iets te camp wordt. ‘Company’ heeft een refrein om een
Amerikaanse tienerserie mee te begeleiden en is een beetje in
hetzelfde bedje ziek. Een 16-jarig meisje zit in pyjama voor het
raam doelloos voor zich uit te staren. Het regent, of wat dacht u,
en ze denkt aan haar lief, een klootzak die haar zonet “I think we
should see other people” gesmst heeft. Net iets te gelikt naar onze
smaak, de serie en het lied. De noize op het eind lijkt ons eraan
te moeten herinneren dat Superlijm ook scheef kan trekken, of dat
toch af en toe probeert.

‘Shotgun’ gaat niet over de opening van het nieuwe jachtseizoen,
maar over Pieter-Jan die rechtsvoor in de auto wil zitten – riding
shotgun dus, zoals dat dan heet. Een drummer die zich in de
belendende kamer lijkt te bevinden, neemt de twee maten intro voor
zijn rekening, waarna de band het wijselijk overneemt. Een fijn
nummer met een zweverig refreintje dat door de toetsenist op een
heerlijke manier door het dak getild wordt.

‘Buckle Up’ is het minst geproducete nummer van de plaat.
Slaapkamerpop. Door de gortdroge sound en het lofi gevoel
is het een flinke stijlbreuk met de rest van de plaat, die eerder
uitblinkt in strak afgemixte ‘producties’. ‘Buckle Up’ is het
kortste nummer van de plaat, en dat is ondanks onze soft
spot
voor lofi niet eens een slechte zaak. Een welkome
adempauze.

Daarna is het opnieuw stevig de beuk erin met de vintage
Pavement
van ‘Work It Out’, een nummer waarin de band de grote
uithaal wederom niet schuwt. In ‘Sundaymorningradio’ wordt de stem
door vet wat effect getrokken. Een goede zet waarmee de monotonie
van Pieter-Jans lijzige gezang wat doorbroken wordt. Naar het eind
van het nummer toe weerklinkt iets wat we het best met een
overstuurde kip kunnen omschrijven en waar we verder met een wijde
bocht langs willen lopen.

‘All the Great Ones’ dompelt je onder in een met rozenblaadjes
besprenkeld bad – warm, maar niet te warm – voor vijf minuten
heerlijk soezen. Gedragen door een heerlijk toetend orgeltje,
belletjes, oh-oh’s en een mondharmonica die voor een keer wel zijn
plaats wel kent.

“I don’t need no breaks, I will use my rubber soul,” zingt
Pieter-Jan in ‘No Breaks / Rubber Soul’, het voorlaatste nummer van
de plaat. Een bescheiden pareltje, zondermeer. Van ‘Michael Jordan’
kunnen we enkel zeggen dat we blij waren dat we het uit ons hoofd
gekregen hebben en er nu aan zijn voor de moeite.

Superlijm is een jongensband die het bij de meisjes ongetwijfeld
heel goed doet. Origineel is het allemaal niet, maar wat ze doen,
doen ze goed en met overtuiging. Hoewel de stroop er soms net iets
te dik opligt en ze heel af en toe flirt met de grens der meligheid
en kitsch, is ‘Unalaska’ een knappe plaat geworden. Een knappe
plaat van een jonge band voor wie het beste ongetwijfeld nog moet
komen.

Voilà, daar hebt u hem. En geen enkele keer het woord ‘poppy’
gebruikt!

http://superlijm.be/
http://www.myspace.com/superlijm

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + elf =