The Roots :: Undun

Ooit was het een hit van het Canadese Guess Who (u kent ze vast nog van “American Woman”) maar het valt sterk te betwijfelen dat iemand ooit nog spontaan aan de band zal denken bij het horen van de titel. Daarvoor heeft het in Philadelphia gewortelde The Roots zich de titel te zeer eigen gemaakt met zijn alweer negende studioalbum dat nergens de duimen legt voor zijn (nochtans indrukwekkende) voorgangers.

Her en der valt te lezen dat Undun een conceptalbum zou zijn, bovendien geïnspireerd op het instrumentale (!) nummer“Redford (For Yia Yia & Pappou)” van Sufjan Stevens’ Michigan-album. Het nummer zelf duikt ook op de plaat op en vormt samen met de door The Roots geschreven stukken “Possibility”, “Will To Power” en “Finality” de “Redford Suite”, een eerder ingetogen en klassieke coda bij het levensverhaal van het hoofdpersonage, de crimineel Redford Stephens. Opvallend daarbij is niet alleen (of zozeer) dat de plaat (op de coda na dus) vertrekt bij zijn dood en via de verschillende songs terugkeert naar het begin, maar wel dat hier geen strikt narratief verhaal verteld wordt, maar veeleer vage schetsen meegegeven worden die niet noodzakelijk een beter beeld tekenen van Redford.

Het hele idee van een conceptalbum wordt zo meteen tussen haakjes geplaatst (ook de andere The Roots-albums kenden een rode draad) waarmee de nadruk op het geluid en de verschillende individuele songs gelegd kan worden. Net als op het onverwachte album How I Got Over opteren The Roots hier voor een soulvolle klank die ondanks nuance- en kleurverschillen in een vloeiende, een half uur durende beweging naar de vermelde coda voortbeweegt. Een belangrijk verschil met de vorige albums is de muzikale spaarzaamheid die doorheen het album waart en zich in de eerste plaats uit in voorzichtige melodieën en ingehouden ritmes, alsof de muziek conform het verhaal niet meer dan een schets wil zijn.

Door voor een schetsmatig album met in elkaar overvloeiende songs te opteren, heeft The Roots zichzelf geen cadeau gegeven. Wanneer tekst en muziek opteren voor een weinig uitgesproken ideaal, dreigt het gevaar van kleurloosheid of een nietszeggende vaagheid. Undun haalt echter net zijn kracht uit deze “elckerlyck”-aanpak die verweven wordt met het verhaal van een crimineel leven. Meer bepaald is het zelfs zo dat net door te opteren voor een “alledaagsheid” de groep het banale, maar ook het tragische aspect van het leven in kleine criminaliteit en semiarmoede toont, waarbij grootse dromen van rijkdom en faam maar al te vaak stuklopen op de realiteit van alledag en het bittere besef dat tussen droom en daad te veel bezwaren staan.

Meer dan welk ander The Roots-album lijkt Undun zich aldus te profileren tot album dat in zijn geheel geconsumeerd dient te worden. Desalniettemin onderscheiden de tien nummers (de “coda” niet meegerekend) zich voldoende van elkaar om op eigen benen te staan. Met recht en rede worden “Tip The Scale” en “I Remember “ (nochtans twee songs die eerder de “opkomst” van Redford behandelen dan zijn dood) in recensies naar voren geschoven vanwege hun grimmige tekst die hand in hand gaan met de muzikale omlijsting. Zo zorgt onder meer het orgel in “I Remember” voor een tragische, passief-agressieve onderbouwing en laat “Tip The Scale” zich in woord en klank voorstaan op een naargeestige honger voortgedreven door het besef dat de keuzemogelijkheden zich tussen Scylla en Charibdis bevinden.

Als band heeft The Roots doorheen zijn hele carrière en enkele personeelswissels heen een zo goed als vlekkeloos parcours afgelegd waarbij de verschillende albums weliswaar voldoende van elkaar onderscheiden waren maar evenzeer bepaalde eigenschappen gemeen hadden die hen bombardeerden tot The Roots-platen. Op Undun heeft de groep dat pad op verschillende vlakken verlaten zonder echter zijn essentie kwijt te raken, waardoor dit niet alleen een moedig maar ook intrigerend werk geworden is dat nog maar eens bevestigt op welke eenzame hoogte The Roots blijft staan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vier =