Balam Acab :: Wander/Wonder

Tri Angle, 2011

Uit de assen van de witch house verrees deze zomer een feniks:
Alec Koone, een piepjonge producer die net als James Kirby
schijnbaar mijlenver onder water duikt om er zijn klankenpalet op
te poetsen. Onder zijn schuilnaam Balam Acab bracht hij vorig jaar
nog ‘See
Birds
‘ uit: een compacte ep die wij toen nog omschreven als
“het geestachtige lied van een sirene”, en met adjectieven
bedachten als “vloeibaar” en “etherisch”. Voor zijn eerste
langspeler heeft Koone zijn geluid nog veel meer gefinetuned, met
een resultaat dat resoluut wegtrekt van de witch house – de plaat
is nog wel donker, maar niet “pas op, want ik ga mij wassen in uw
bloed”-donker – en veeleer de kaart trekt van de spookachtige
ambient, wat zorgt voor een debuut dat zowaar aanzet tot
filosofische beschouwingen. Jawadde!

Een overzicht geven van de verschillende nummers is dan ook
redelijk zinloos. Niet alleen is de sfeer consistent en is
‘Wander/Wonder’ een geheel dat duidelijk gemaakt is om in één ruk
door beluisterd te worden, verscheidene motieven keren ook vaak
terug, wat de indruk dat je naar één lange trip aan het luisteren
bent, alleen maar versterkt. R’n’b mag dan wel de
nieuwe(post)dubstep zijn, Balam Acab kiest voor een andere aanpak,
die veel meer aanvoelt als een stuk klassieke muziek dat door de
mangel van The Caretaker wordt gehaald; plechtiger, statiger en
rustiger dan de geluiden die u gewoon bent van de prominente
elektronicaproducers die vandaag actief zijn. Het resultaat ligt op
de grens van sfeervolle kamermuziek en foute klassieke muzak, maar
blijft te allen tijde aan de juiste kant van die lijn.

Net als collega’s Nicolas Jaar (‘Space Is Only Noise’) en The
Caretaker (‘An Empty Bliss Beyond This World’) heeft Koone een
album gemaakt waarin water niet alleen aanwezig is in de manier
waarop het geluid fluctueert, maar ook létterlijk: je hoort tussen
het vinylgekraak de golven tegen de rotsen kletsen. Dat geeft een
hypnotiserend effect dat verder gaat dan een gimmick: het zorgt
ervoor dat je naar levende muziek luistert, geen zielloos
laptopproduct. Oké, die fluitende vogeltjes hadden heus niet
gehoefd, maar ‘Wander/Wonder’ ademt in elk nummer als een
organisme, zowel in de gebruikte samples als de structuur als de
sfeer. Is dat een vage uitleg? Jazeker, maar in de context van
Balam Acab – die zichzelf graag afschermt, zijn nummers titels
geeft als ‘Motion’, ‘Expect’ en ‘Welcome’ en tot voor kort nooit op
een podium stond – is dat niet meer dan treffend. Dit is muziek die
lijkt te handelen over schoonheid an sich, en op die
manier handig de dwang tot concretisering ontwijkt.

Natuurlijk werkt die weigering om over te gaan tot specificering
alleen maar omdat de muziek – die fysiek aanwezige
trillingen in de lucht – blijft plakken. Balam Acab gaat over de
basale kracht van zowat alle songs ooit geschreven: de kracht en de
soms pijnlijke pracht van geluid, van klanken die een
emotioneel effect veroorzaken omdat ze (al dan niet toevallig) op
een bepaalde manier achter elkaar worden gezet. Dat Koone met geen
woord rept over duidende situaties – op het intrieste ‘Oh, Why’
krijg je geen ene clue die zou kunnen uitleggen waarop die
“waarom” doelt – ondersteunt de puurheid van die klanken alleen
maar. De schoonheid komt van het universele, en omdat de muziek zo
mooi is, lijkt ze ook nóg meer te omvatten; de twee werken elkaar
in de hand. Iedereen kan bijvoorbeeld makkelijk zijn eigen verhaal,
zijn eigen film projecteren op Koones composities. Tegelijk roept
zijn werk verder veel vragen op – wij zijn geprikkeld dus wij
willen weten door wat – die door de pure kracht van de muziek geen
antwoorden behoeven. Die antwoorden zouden de aandacht immers
alleen maar afleiden van waar het om draait: de muziek, de
geluidsgolven die onze zinnen prikkelen. Bent u nog mee?

Afijn, we zullen onze new age-modus maar afzetten. Ter zake:
Alec Koone heeft met ‘Wander/Wonder’ een ijl, echoënd en – jep,
daar is dat woord weer – etherisch geluidsdeken gemaakt dat zonder
blozen naast de beste elektronicaplaten van het jaar mag gaan
staan. Dreigende beats à la Clams Casino, een natuurminnende
schoonheid die herinnert aan Sigur Rós, de “verzonken stad”-feel
van The Caretaker, het gegoochel met stemmen en stilte van James
Blake en het mysterie van Holy Other worden in één lekker dikke
wintermantel gegoten die u de komende maanden ongetwijfeld warm zal
houden. Een tegelijk klassieke en soulvolle ambientplaat die
twijfelt tussen performance art, liftmuziek en Kunst met een grote
K; en een van de meest eigenzinnige, interessante en
hartverscheurende muzikale testamenten van het jaar.

http://www.myspace.com/thebalamacab

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 20 =