The Conspirator

Aangezien ik nu eenmaal een slave to
appearances
ben, kan ik, al dan niet tot grote ergernis van de
op dat moment toevallige aanwezigen, helemaal wild worden van
esthetisch verantwoorde filmposters. Mijn persoonlijke favoriet
aller tijden is ‘Pulp Fiction’ (de poster ademt de film), op de
voet gevolgd door ‘Jaws’, ‘Mean Streets’ en ‘Chinatown’, en verder
zowat alle re-issues die ene Dan Sherratt op zijn conto heeft
staan. Helaas, de laatste jaren heeft de nobele kunst van de
filmaffiche veel van zijn glorie verspeeld (enkele uitzonderingen
daargelaten), en de prent die mensen naar ‘The Conspirator’ moet
lokken, is er eentje om van te gruwen: niet alleen ziet Lincolns
buste eruit alsof die in elkaar is geflanst door één of andere
tiener die zich een kwartiertje heeft geamuseerd met een goedkoop
3D-computerprogramma, qua compositie, typografie en kleurgebruik
getuigt de affiche ook alleen maar van luiheid en gebrek aan smaak.
Gelukkig is Robert Redfords achtste langspeelfilm, hoewel eveneens
nogal kleurloos, beter en vooral degelijker dan de poster doet
vermoeden.

Het is dan ook gelukkig niet de buste van Abraham
Lincoln die centraal staat in dit rechtbankdrama, maar wel de jonge
advocaat Frederick Aiken (James McAvoy), die, zelf nog maar net
bekomen van zijn bescheiden heldendaden in de Amerikaanse
Burgeroorlog, door zijn baas (Tom Wilkinson) belast wordt met de
verdediging van Mary Surratt (Robin Wright, in een vorig leven nog
Wright-Penn), de moeder van John Wilkes Booths voornaamste
medeplichtige. (John Wilkes Booth, zou u moeten weten, was degene
die Lincoln vermoordde tijdens een toneelvoorstelling.) Aangezien
Surratt het gerecht succesvol is weten te ontvluchten, en Booth
zelf het loodje legde bij zijn arrestatie, moet zij maar als
zondebok fungeren om zo het rechtssysteem van de Republiek maar van
enige efficiëntie te voorzien. Dat de Constitution (zeg nooit
zomaar ‘grondwet’ tegen dé Constitution) daarbij op verschillende
vlakken met de voeten wordt getreden, maakt het voor Aiken
natuurlijk niet gemakkelijk om zijn cliënte te verdedigen, en zo
ontwikkelt zich de aloude strijd van het Individu tegen het
Systeem.

Qua moralisering en Amerikanisering kan ‘The
Conspirator’ alvast tellen: niet alleen is de plot geworteld in
een, historisch gezien, vormende periode voor de huidige Verenigde
Staten, de personages en de boodschap zijn bovenal ook
oer-Amerikaans: de grondwet – sorry, Constitution – heeft altijd
gelijk! Hoewel Redford wel een, zij het voor zijn plot ietwat
obligatoire en gemakkelijke, kritische noot durft te plaatsen: er
wordt van de kijker duidelijk verwacht dat die meer sympathie voelt
Mary, nochtans een Zuidelijke sympathisant, dan voor de openbare
aanklager (Danny Huston) en de Minister van Oorlog (Kevin Kline),
omdat die het basisbeginsel van hun almachtige Republiek
verloochenen in de hoop de Burgeroorlog definitief in hun voordeel
te kunnen beslechten. Nog scherper, maar dan weer geforceerder, is
de informatieve tekst die Redford aan het einde van de film
toevoegt, en waarmee hij de principes van zijn protagonist in vraag
stelt. Natuurlijk is de Noordelijke overwinning in de Civil War
nooit onbesproken geweest in de bioscoop – ‘The Birth of a Nation’
en ‘Gone with the Wind’, anyone? – maar in ‘The
Conspirator’ wordt die kwestie op een meer genuanceerde wijze
aangesneden.

Maar zoek er vooral ook niet teveel politieke
geladenheid achter: Redford heeft van zijn nieuwste bovenal een
knap, zij het wel heel conventioneel in beeld gebracht
rechtbankdrama gemaakt. Het resultaat zal je niet meteen omver
blazen, maar je kan niet ontkennen dat Redford over klassieke en
degelijke regiekwaliteiten bezit. Dat het de film nogal vaak aan
scherpte en snedigheid ontbreekt, ligt dan ook meer aan de flets
geschreven plot, die net iets teveel steunt op clichématige en
flauwe flashbacks om de gebeurtenissen achter het proces te
verduidelijken. Het drama situeert zich vooral in de rechtbank:
daarbuiten verliest de film zijn sowieso niet al te strakke
spanningsboog.

Uiteindelijk is het vooral uit enkele personages en
hun acteurs dat ‘The Conspirator’ zijn derde ster haalt. James
McAvoy, die al sinds ‘Starter for 10’ mijn sympathie wegdraagt en
toch wel stevig naar een A-liststatus lonkte in ‘Atonement’, staat
na ‘X-Men: First Class’ op de rand van de grote doorbraak, en
bewijst hier nog maar eens zijn kunnen. Veel diepte heeft zijn
personage niet meegekregen, maar doorheen de film zie je McAvoy
groeien in zijn rol, en vooral in enkele scènes waarin hij zich
tegen het rechtssysteem verzet, toont hij zijn talent. Vaak verheft
hij zijn stem niet, maar net daarom worden zijn frustraties in de
scènes waarin hij dat wel doet, haast voelbaar. Eveneens uitmuntend
is Evan Rachel Wood, die in een kleine bijrol als Surratts dochter
maar een handvol minuten schermtijd krijgt. De emotionele
geladenheid die ze met enkele vertrokken spieren en twee ogen weet
over te brengen, maken van haar getuigenis een van de sterkste
scènes uit de hele film. Dit in schril contrast met Robin Wright,
die van haar personage graag een archetype met haast mythische
proporties zou willen maken, maar niet verder komt dan een
ongeloofwaardig potje overacting.

Geen beladen drama grand cru dus, en
ondanks de klassieke vertelstijl en regie, en de braaf ingelepelde
moraal viel ‘The Conspirator’ zelfs voor de leden van de Academy
wat licht uit. Dat de slotscène een wat inventievere regie en wat
meer tragiek had kunnen gebruiken, is ook een tikkeltje jammer,
maar de puike prestaties van McAvoy en Wood en de mooie
cameravoering verheffen ‘The Conspirator’ toch boven het vrij
lamentabele aanbod dat de bioscoop momenteel te bieden heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 20 =