The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn

De genealogie van ‘The Adventures of Tintin’ is
intussen algemeen bekend: tijdens een persconferentie over ‘Raiders
of the Lost Ark’, insinueerde een journalist met veel lef dat
Steven Spielberg misschien wat al te ijverig te leen was gegaan bij
de avonturen van een Belgische stripheld. Indy was professor,
Tintin reporter, maar beiden hielden er wel van om in exotische
locaties, te midden van een aantal komische sidekicks,
spectaculaire avonturen te beleven en waren er ondertussen niet
vies van om al eens een vuurwapen te hanteren. Spielberg was zo
geïntrigeerd dat hij alle (het zijn er tenslotte maar
drieëntwintig) albums van Tintin las, en afsprak met geestelijke
vader Hergé om te polsen naar een eventuele verfilming. Drie weken
later ging Hergé de pijp uit, en Spielberg kocht zo snel mogelijk
de rechten op de verhalen van onze nationale stripheld. Door
problemen allerhande en de afwezigheid van de juiste technologie,
werd de eerste internationale Kuifjefilm op de lange baan
geschoven. Tot nu: met ‘The Adventures of Tintin: The Secret of the
Unicorn’, is de eerste van wat ongetwijfeld een reeks verfilmingen
zal worden, in de bioscopen te bezichtigen.

Scenaristen Steven Moffat, Edgar Wright en Joe
Cornish (respectievelijk bekend van ‘Coupling’, ‘Shaun of the Dead’
en ‘Attack the Block’) baseerden zich op de twee albums die voor
ons bekend zijn als ‘Het Geheim van de Eenhoorn’ en ‘De Schat van
Scharlaken Rackham’, aangevuld met een scheut uit ‘De Krab met de
Gulden Scharen’. Het begint allemaal wanneer onze journalist (Jamie
Bell) op een rommelmarkt een model van het zeventiende-eeuwse schip
‘The Unicorn’ op de kop tikt. Door de ongezonde interesse die
andere, al dan niet ongure figuren voor het schip hebben, komt
Tintin er al snel achter dat het model de sleutel bevat tot de
vracht die het schip tijdens zijn laatste en noodlottige reis
vervoerde. De voornaamste tegenstander van Tintin is de rijke
Sacharin (Daniel Craig), die onze protagonist ontvoert en aan boord
brengt van het schip van de alcoholverslaafde Captain Archibald
Haddock (Andy Serkis), waarmee Tintin de handen in elkaar slaagt om
Sacharin voor te zijn.

Waar twee jaar geleden ‘Avatar’ in de vorm van een
ware mediatornado nog een hoop aandacht kreeg vanwege de
innovatieve camera’s, nieuwe 3D-technieken en een uitvoerig gebruik
van motion capture, moet ‘The Adventures of Tintin’ het op
dat vlak met een bescheiden mediastorrtbuitje stellen. Op zich is
dat niet verwonderlijk, aangezien mocap (of
performance capture, zoals het ook wel eens wordt
genoemd), steeds vaker wordt gebruikt, zoals recentelijk nog het
geval was voor de animatie van de apen in ‘Rise of the Planet of
the Apes’. De techniek lijkt nu meer dan ooit (bijna) volledig op
punt te staan, en voor Spielberg en producent Peter Jackson (die
het procedé al gebruikte in ‘The Lord of the Rings’ en ‘King Kong’)
leek het de enige optie om Hergés figuren naar het witte scherm te
vertalen. Het moet gezegd worden: de wereld die de twee filmgoeroes
hier creëren ziet er werkelijk verbazingwekkend uit. De scherpte
van de animaties wordt door Spielberg voortdurend benadrukt in
subtiele shots die details als de haren in de nek van Haddock
vastleggen, of in de stofdeeltjes die in stoffige kelders
ronddwarrelen.

De motion capture biedt nog een groot
voordeel: doordat de fysieke sets waarop de acteurs hun scènes
uitspelen (gehuld in niet bepaald modebewuste blauwe pakken) zo
goed als kaal zijn, lijkt de bewegingsvrijheid van de camera schier
eindeloos, en dat heeft Spielberg ook opgemerkt. De camera staat,
zonder overdrijven, gedurende de hele film geen seconde stil. De
inventiviteit van tracking shots, pans, en
zooms die Spielberg aan de dag legt is haast ongezien en
geven de film een look en stijl om u tegen te zeggen – hoewel dat
natuurlijk ook door de animatietechniek komt. De openingsscène
vonden wij er alleszins eentje om in te kaderen: de camera die
doorheen de rommelmarkt zweeft, enkele personages introduceert en
Tintin net niet te lang buiten beeld houdt. Hetzelfde geldt voor
een met zoveel bravoure gebrachte zeeslag dat menig Pirate of the
Carribean er een puntje aan kan zuigen. Spielberg moet niet gaan
roepen dat wij ‘Tintin’ niet als een uit de computer getoverd
animatiefilmpje moeten bekijken, maar als een echte film, met
respect voor cinematografische technieken; hij toont dat
gewoon.

Jammer genoeg toont hij het een tikkeltje te vaak:
met zo’n brilletje (de 3D was overigens mooi, maar kon ons niet van
de indruk ontdoen dat hij overbodig was) op je neus en een plot die
aan een rotvaart voorbij dendert, worden de zwierige
camerabewegingen eerst vermoeiend, en vervolgens werken ze zelfs
wat op je zenuwen. Trop is teveel en teveel is trop, en dat geldt
evenzeer voor de aanvankelijk nochtans leuke scèneovergangen
waarmee hij over en weer cut tussen de perikelen die Tintin en
Haddock beleven en de subplot waarin Thomson (Nick Frost) en
Thompson (Simon Pegg) de aandacht krijgen. Het is allemaal geweldig
leuk, maar soms net een iets te luide en ergerlijke schreeuw om
aandacht.

Eveneens een tegenvaller is dat Tintin op het
scherm een nog saaiere protagonist is dan hij in Hergés stripalbums
(sorry, die hard-fans) al was. Dat komt niet alleen door
de ongelooflijke baby face die Jamie Bell op digitale wijze heeft
verkregen, maar ook doordat hij zozeer volgens de lijntjes werkt
dat zijn acties nog voorspelbaarder worden dan zijn denkpatroon.
Gelukkig is er een vloekende en ‘Blistering
barnacles!’
-bulderende Andy ‘Mr. Motion Capture’ Serkis die
met veel enthousiasme het toch wel geinige personage van kapitein
Haddock vertolkt, en ook de onherkenbare Daniel Craig brengt zijn
eigen typische trekjes en intonaties scherp over in het nochtans
ietwat te klassieke personage van Sacharin.

Maar het moet gezegd worden: de generiek à la
‘Catch Me If You Can’ is er nog eens eentje om duimen en vingers
bij af te likken, de plot, hoewel bijzonder voorspelbaar (en ik heb
dan nog enkel ‘De Krab met de Gulden Scharen’ gelezen), heeft
voldoende drive om je een uur en zevenenveertig minuten
bij de les te houden, en sommige scènes worden door Spielberg met
zoveel enthousiasme en vakmanschap ingeblikt dat hij je toch nog
steeds weet omver te blazen. Op het einde afgaand, komt er vrijwel
zeker een vervolg op ‘The Secret of the Unicorn’: wij zijn benieuwd
of Spielberg en Jackson het er dan even kwalitatief vanaf brengen.
Ze krijgen in ieder geval het voordeel van de twijfel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + negen =