Saul Williams, Botanique :: 20 oktober 2011

Voor zijn laatste bisronde komt Saul Williams op z’n dooie uppie het podium op. De spot gaat aan, het zweet glinstert nog op z’n voorhoofd en Saul steekt een gedicht af. “I am what I was and will be, I am and always will be that nigger / I am that nigger / I am that nigger / I am a negro / Negro from necro meaning death / I overcame it / So they named me after it.” Williams is in you face, voor zichzelf even hard als voor zijn – dit keer haast uitsluitend blanke – publiek.

Saul Williams houdt niet van hokjes. Hij brak door als acteur in het door hemzelf geschreven Slam, een film uit 1998 over een zwarte poëet wiens sociale achtergrond zijn ambities in de weg staat. Een tikje autobiografisch, want het is in het circuit van de poetry slams dat Saul Williams zich een weg zoekt naar een publiek dat wil luisteren. De film zette hem een eind op weg en na samenwerkingen met onder meer Nas, The Fugees, De La Soul en Erykah Badu bracht Williams in 2001 zijn eerste plaat uit. Sinds de release van Amethyst Rock Star mag hij naast dichter, schrijver en acteur ook hiphopartiest aanvinken op zijn cv. Een man met vele petjes en vanavond zet hij ze allemaal op.

Misschien daarom dat het begin wat moeizaam oogt. Na wat zweverig gitaargeplingel vuurt hij een openingssalvo af waarin we Surrender (A Second To Think) herkennen. Een song die opent met een welgemeend “Well there’s two ways I could say this / And one would be ‘Fuck you’” zou genoeg moeten zijn om een zaal op gang te krijgen, maar zoveel meeval heeft Williams vanavond niet. Hij haalt zijn beste Frans boven om het door voorprogramma Rodolphe Coster in slaap gewiegde publiek tot enige beweging aan te manen(“Vous êtes trop sérieux! Si tu veux danser, ça va, quoi.”), maar het is pas met het op plaat moeilijker beluisterbare “Grippo” dat dat echt lukt. Tussendoor zorgt hij voor extra percussie door als een gek een canvas van hout en zeil verrot te kloppen en voorziet hij sommige songs van een live fade out door verder en verder van de micro te sloffen. Spelen met luid en stil, hard en zacht: we herkennen de kenmerkende, aan Paul Van Ostaijen herinnerende typografie uit zijn dichtbundels. Williams is een man van extremen.

Redelijk wat songs uit zijn jongste album Volcanic Sunlight volgen elkaar nu op. “Look To The Sun”, “Triumph” en “Diagram” bouwen op naar een schitterende, volkomen uitgeklede versie van het oudere “Black Stacey”, dat op zijn beurt wordt opgevolgd door de altijd uitzinnige adrenalinestoot “List Of Demands”. Al mag die laatste song een opfrisbeurt krijgen. Een nummer aankondigen met de loos geworden leuze “no more blood for oil” is immers zó 2004. Een sneer naar de banken was misschien beter op zijn plaats.

Net als op zijn platen, kan Williams ook op een podium niet verbloemen dat hij meer poëet dan hiphopartiest is. “ The triumph of love is in the victory. The triumph of fear is in defeat. The triumph of will is over mystery. The triumph of heart is in the beat.” Een half jaar geleden schreef hij het als status op zijn Facebook, vanavond herkennen we het als de aanhef van “Triumph”. Gelukkig zit de muziek het woord nergens in de weg. In songs als “New Day”, zijn eerste bisnummer, is het net die meer dan gewoonlijk dragende melodie die de harde openingslyrics (“You live once / You die once / You work hard / You been hard / And you suffer”) draagbaar maakt. Wat later krijgt afsluiter “Talk To Strangers” een laagje “Satisfaction” van The Rolling Stones (“Hey hey hey! That’s what I say!”).

Maar net als je denkt “’t is een rapper, die Saul”, komt hij dus een laatste keer het podium op om, ver van al het voorheen geleverde lawaai, een beklijvende versie van “Sha-Clack-Clack” te brengen, een gedicht nota bene uit Slam waarin aandachtige luisteraars flarden van “Penny For A Thought” herkennen. “I’m too fly not to fly”, lacht hij. Geef’m eens ongelijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + 4 =