Ryan Adams :: Ashes & Fire

Nadat Ryan Adams I Speak Because I Can van Laura Marling beluisterd had, gooide hij drie kwart van het materiaal waaraan hij werkte in de vuilnisbak en begon hij opnieuw. Treffend voor de nieuwe Adams die z’n creatieve puberteit met apenstreken de rug toekeert op Ashes & Fire, een plaat die zich laat beluisteren als een verliefdheid die zachtjes vervelt tot onomkeerbare liefde.

Afgezworen is de sigaret die als sociale stoplap diende en op enkele albumcovers bij Adams hoorde zoals Danny Verbiests hand in het gat van Samson. Afgezworen zijn de drank en drugs die de editor in Adams verdoofden en een steeds grotere wisselvalligheid op zijn platen uitlokten als een crash of kater de dag daarna. Weg is de kwajongen die pseudo-zelfspottend “Guitar solo!” kweelde in “Halloweenhead”, weg de man die de liefde verwenste als een kanker die aan hem vrat (Love is Hell kende als mentale chemo z’n gelijke niet de afgelopen acht jaar): Adams is nu een echtgenoot, en nog wel die van gewezen tienersterretje en heden folkmeisje Mandy Moore.

Dat afkicken is echter ook het gevolg van de ziekte van Ménière, een ooraandoening; die mentale rust ook het gevolg van het beëindigde vechthuwelijk met platenfirma Lost Highway, die al eens platen weigerde uit te brengen. Albums maken om die firma te kloten (het gehaaste, aan pastiche grenzende Rock ’n Roll) is er dus voortaan niet meer bij.

En óf zich dat allemaal laat horen.

Ashes & Fire is Adams’ meest evenwichtige, consistente en volwassen plaat tot nu toe. En als u het nu zou vragen: ook zijn mooiste, ja. Ergens aan de toog in een leeggelopen café waar Heartbreaker en Jacksonville City Nights ook aan hun laatste glas bezig zijn, maar wanneer de ochtend aangebroken is, blijken de gelijkenissen toch maar oppervlakkig. Net als op Jacksonville zingt Norah Jones mee bijvoorbeeld, maar veel minder aanwezig en net daardoor zo juist. Hetzelfde geldt voor de opvallend gedoseerde stem van Adams zelf: hij zingt beheerst, felle uithalen en overslaan is er niet meer bij. De grootste constante van Adams, zijn zout en suiker in elke wonde strooiende melodieën en zanglijnen, snijden daardoor misschien nog dieper: “Do I Wait” en “Save Me” maken van een huisarrest voor uw tranen vergeefse moeite.

De countrypop van de vorige platen is uitgepuurd en verveld tot doorbloede country die “Harvest Moon!” doet gillen, maar met zulke vergelijkingen bewijst u niemand een dienst. Geen naar sterke refreinen hengelende (“Two”) of episch openbloeiende (“The Sun Also Sets”) songs zoals op Easy Tiger — en daar was heus niks mis mee, wel integendeel — maar op kousenvoeten, met de vinger op de lippen binnensluipende hartenbrekers als “Lucky Now”. En als een song al eens uitwaaiert, zoals “Invisible Riverside”, neemt Glyn Jones (legendarisch producer van onder andere The Beatles, Stones, Bob Dylan, en vader van Laura Marlings en Adams’ vroegere producer Ethan) de gitaar sussend en met getuite lippen net op tijd weer uit handen.

Mede daardoor is de teneur van Ashes & Fire er een van pakkende ontroering in plaats van de pakkende ontreddering die z’n platen het vorige decennium kenmerkte. “How Do You Keep Love Alive?” wordt hier een schuifelend “Do you believe in love?” in het uw ruggengraat masserende “Kindness”. Afsluiter “I Love You But I Don’t Know What To Say” is een van Adams nooit eerder gehoorde, zo breekbare liefdesverklaring (net als “Come Home”), in simpele woorden die achteraf gezien toch altijd de enige juiste blijken te zijn.

De genialiteit van Adams is eigenlijk te lang vermomd geweest, met nonchalance als masker en slordigheid als cape. Op Ashes & Fire is de verkleedpartij ten einde. Het maakt de impact van deze plaat alleen maar dieper kervend, de vooruitzichten op een onontkoombaar oeuvre alleen maar groter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 15 =