Marissa Nadler :: Marissa Nadler

Na twee albums op het kleine Eclipse-label, dook Marissa Nadler in 2007 een eerste maal in het muziekvizier van een ruimer publiek op met Songs III : Bird On The Water (Kemado). Ook opvolger Little Hells mocht een schot in de roos heten met positieve kritieken en een stijgend commercieel succes.

Het mag dan ook een vreemde wending heten dat Nadler, net toen ze van het succes proeven kon, gedumpt werd door haar label. Een raadsel dat bovendien nog groter wordt voor wie Marissa Nadler beluistert, want ook al primeren op het album nog steeds Nadlers zang en gitaarspel, toch zijn de arrangementen meer nog dan op Little Hells overvloedig aanwezig maar ook subtiel(er) ingekleurd. Het mooiste bewijs daarvan vormt opener “In Your Lair, Bear” dat de gekende etherische zang van Nadler koppelt aan zacht ruisende gitaaraanslagen.

De drums in “Wind Up Doll” kunnen evenmin verbergen dat Nadlers stem en gitaar de teneur bepalen, al is een lichte verschuiving merkbaar. Meer bepaald mag gesteld worden dat Nadlers parafrasering en manier van zingen complexer geworden is zonder daarom aan kracht in te boeten. Een verschuiving die nog opmerkelijker is in het dromerige “Alabaster Queen”, waar de aparte frasering die Nadler in haar stem weet te leggen de ongenaakbaarheid die ze op vorige platen al tentoonstelde, optilt naar een volkomen onbereikbaarheid.

Geen wonder dat “Mr. John Lee Revisited” ondanks zijn knappe gitaararrangementen louter en alleen op Nadlers stem moet steunen om te begeesteren. Met het ‘klassiekere’ nummer “Little King” zoekt Nadler aansluiting bij de eerste platen terwijl ze terzelfdertijd een beheersing aan de dag legt die ze in haar beginjaren nog ontbeerde. Het is een doordacht balanceren tussen drama en ingetogenheid dat in het slotnummer “Daisy, Where Did You Go” zijn culminatie vindt.

Ondanks de verschillende gitaar-zangsongs schuwt Nadler op haar laatste album opnieuw de breder uitgewerkte nummers niet. Zo is er het folky “The Sun Always Reminds Me Of You” dat vintage Nadler mag heten, zij het dat de country-ondertoon (met slide gitaar) een mooie verrassing vormt. In “Puppet Master” gebeurt iets gelijkaardigs dankzij een voortstuwend ritme dat mooi aansluit bij de hoge stem van Nadler en de soms rijke arrangementen uit oudere songs. Het lijkt wel alsof Nadler hier pas echt het geluid dat van bij het eerste album embryonaal aanwezig was vorm weet te geven.

Waar andere artiesten waar ze in het verleden wel eens me vergeleken werd, zich door de omringende band verliezen in een andere sound (cf. Alela Diane), weet Nadler zich ook met de ruggensteun van een volwaardige groep staande te houden zoals uit het gelaagde rocknummer “In A Magazine” mag blijken. Ook de flirt met de jaren tachtig in de ballad “Baby I Will Leave You In The Morning” of het etherische “Wedding” blijven netjes binnen de vastgelegde grenzen en overschrijden nergens de grens naar de kitsch, al is het soms kantje boordje.

Marissa Nadler ligt in het verlengde van de vorige albums van Nadler maar vormt er terzelfdertijd een breuk mee. Waar op de vorige platen Nadler haar eigen songs onder de knie leerde krijgen, is ze ditmaal ook veel bewuster omgesprongen met het totaalgeluid en de aflevering. Dat brengt een plaat met zich mee die niet altijd even gemakkelijk verteerbaar is maar wel een artieste laat horen die duidelijk de touwtjes in handen heeft. In die optiek was de plaat in eigen beheer uitbrengen dan ook niet meer dan een berekende gok. Nadler wist en weet wat ze kan, deze plaat is een krachtig onderschrijven en bewijs daarvan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =