La Piel que Habito

Het gebeurt niet vaak, maar het wordt steeds
duidelijker dat ze in Cannes dit jaar de verkeerde film bekroond
hebben. En dan niet eens zo’n klein beetje: laten we een kat een
kat noemen en ‘The Tree of Life’ categoriseren als een interessant,
maar ook een beetje misplaatst en mislukt experiment van een
regisseur die te veel in zijn eigen formule begon te geloven, en
overgaan naar films die Malicks jongste ver achter zich laten wat
kwaliteit betreft. Denkt u maar aan ‘Le gamin au vélo’: 87 minuten
staalharde poëzie zoals alleen de Dardennes ze nog aan u
voorschotelen. Of ‘Melancholia’, een film die Lars von Trier nog
eens in goede doen toonde. Of, nu hij eindelijk hier te zien is:
‘La Piel que Habito’, de nieuwste van uw en mijn favoriete spanjool
Pedro Almodóvar – een naam waarvan het altijd leuk is om die in een
gesprek te laten vallen en zo meteen een pak intellectueler over te
komen. Na het zien van ‘s mans nieuwste prent, wordt de vraag
steeds prangender: wanneer gaan ze hem nu eindelijk eens die Gouden
Palm geven?

Er is echter ook slecht nieuws. Voor de mannen
onder u, weliswaar, want wie hoopt om voor de vierde keer Penélope
Cruz in een Almodóvarfilm te zien, komt van een kale reis thuis.
Ditmaal heeft Almodóvar voor één van zijn andere fetisjacteurs
gekozen, zij het dan wel één waarmee hij al sinds 1990 niet meer
heeft samengewerkt: Antonio Banderas. Meer dan twintig jaar na
Átame! en een hoop slechte Hollywoodfilms later, keert
Banderas nu terug naar zijn roots (niet definitief, natuurlijk) om
samen te werken met de man van wie hij niet te beroerd is om hem
zijn mentor te noemen. Banderas speelt de rol van Robert Ledgard,
een plastisch chirurg die druk bezig is met het ontwikkelen van een
nieuwe, stevigere mensenhuid. Proefpersoon van dienst is Vera
(Elena Anaya), een jonge, mysterieuze deerne (en knap: zeg van
Almodóvar wat je wil, maar hij heeft smaak), die in één van de
kamers van Ledgards luxueuze villa gevangen wordt gehouden.

Tussendoor passeren ook nog enkele vintage
Almodóvariaanse personages, waaronder een crimineel in een
tijgerpak, een geblondeerde moeder met een complex over haar zonen,
een dochter met een zenuwstoornis en een drugsverslaafde
kleermaker. Met een zichtbaar genoegen linkt Almodóvar al zijn
personages aan elkaar, zonder de focus op zijn twee hoofdfiguren te
verliezen. Met een schijnbaar willekeurig, maar toch uitgekiend
systeem van flashbacks laat de Madrileen de paden van zijn
personages kruisen en tekent hij de achtergronden van Dr. Ledgard
en zijn patiënte, die allebei een duister verleden hebben dat ze
liever verborgen houden.

Hoewel de plot en de personages – waarover best zo
weinig mogelijk geweten is voor je de film gaat zien – duidelijk
aan het horrorgenre gerelateerd zijn, zou het behoorlijk onvolledig
zijn om ‘La Piel que Habito’ uitsluitend als Almodóvars eerste
horrorfilm te klasseren, en ook het ethische debat dat in het
verhaal schuilt – in welke mate kunnen wetenschap en (plastische)
chirurgie op een ethisch verantwoorde manier de mens modelleren? –
laat de Spaanse regisseur links liggen. Ondanks referenties aan
gothic klassiekers als ‘Frankenstein’ en ‘Les Yeux Sans
Visage’, is Almodóvars negentiende niet zozeer een horrorfilm dan
wel een van zijn latere, meer ingetogen melodrama’s (denk aan
‘Hable con Ella’), met nu een dan een welgemikte toets
suspense, waarbij de Spaanse meester niet moet onderdoen
voor Hitchcock himself. Meer dan in horror of controverse
is Almodóvar geïnteresseerd in de personages die dat melodrama
sturen: hoe ziek hun geest ook mag zijn, hoe donker hun verleden en
hoe dubieus hun motieven, hij tekent hen met eindeloos veel
respect, als het al niet met evenveel liefde is.

Almodóvar wordt gesteund door een geweldige Antonio
Banderas, die hier zijn beste prestatie sinds héél lange tijd
neerzet. De intensiviteit en onderkoeldheid waarmee hij Robert
Ledgard neerzet, staan niet alleen mijlenver van het snotventje dat
nog verloren liep tussen al die drukke vrouwen uit ‘Mujeres al
borde de un ataque de nervios’, maar kan ook eindelijk doen
vergeten dat de bekendste Spanjaard in Hollywood weinig meer is dan
de stem van Puss in Boots. Ledgard is voor Banderas dan
ook een dankbaar personage: sympathiek zouden we hem niet meteen
durven noemen, maar de man boezemt wel bijzonder veel ontzag en
respect in, en incorporeert zowel passie als dreiging: passie voor
zijn onderzoek en het onderwerp daarvan, dreiging wanneer hij met
een geladen revolver de trap afkomt en je werkelijk met elke stap,
elke trede de spanning voelt toenemen. Het is dan ook
bewonderenswaardig dat Banderas niet vervalt in een gemakzuchtige
vorm van overacting – integendeel: de precisie waarmee
Ledgard al zijn handelingen uitvoert, voelt eerder minimalistisch
en onderkoeld aan, en toch slaagt Banderas erin om alle facetten
van zijn personage tot in het detail aan de kijker over te
brengen.

Maar toch, de echte ster van ‘La Piel que
Habito
‘ blijft de maestro zelf. Het is slechts weinig
regisseurs gegeven om hun film zo ontzettend mooi te maken, dat je
elk shot zou willen inkaderen en aan de muur hangen. Almodóvar is
inmiddels ver weg van de schreeuwerige kleuren en groteske farces
van zijn komedies uit de jaren ’80. Het geduld en de berekendheid
waarmee hij banale handelingen, gaande van het met huid toedekken
van een pop tot de verplichte ontsmetting voor de aanvang van een
operatie, in beeld brengt, maken hen tot prachtige rituelen. Niets
laat hij aan het toeval over: wanneer hij een slapende naakte vrouw
filmt, lijkt dat shot niet toevallig op de renaissancistische
werken die de muren van Ledgards villa sieren. En de tekeningen die
de muren van Vera’s kamer vullen, zijn niet zomaar tekeningen:
zelfs in zijn achtergronden toont de regisseur zich een slaaf van
schoonheid en symboliek. Om nog maar te zwijgen van de immer
prachtige soundtrack van Alberto Iglesias, die zowel suspense als
tragiek uitademt.

U hoort het, u voelt het, u weet het: ‘La Piel que
Habito’ toont een vakman aan het werk. De manier waarop de
Spanjaard als een volleerd chirurg zijn plot, zijn personages, en
hun obsessies – die als vanouds psychologisch en seksueel getint
zijn – dissecteert, getuigt van kunst en kunde. ‘Volver’ en vooral
‘Los Abrazos Rotos’ waren al twee uitstekende films, maar ‘La Piel
que Habito’ is een bescheiden meesterwerk en zijn beste film sinds
‘Hable con Ella’. Als hij volgende keer terug met een prent van dit
kaliber naar buiten komt, valt er enkel maar te hopen dat ze zich
in Cannes reppen om hem eindelijk die Palme d’Or te geven. Want die
heeft hij voor ‘La Piel que Habito’ al meer dan verdiend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vijf =