Rise of the Planet of the Apes

Films met antropomorfe apen, wij blijven dat een vreemd concept
vinden. Toen ‘King Kong’ in 2005 (al voor de derde keer) het
levenslicht zag, vonden wij daar eerlijk gezegd geen bal aan. Die
film gaf ons een hoofdpersonage bij wie je de CGI-haartjes op de
vacht kon tellen, maar ‘t bleef wel een aap hé jongens.
Kom. Al dat bombastische gedoe over een chagrijnige gorilla? Idem
met de originele ‘Planet of the Apes’. Oké B-filmpje, daar niet
van, maar waar die film de status van klassieker vandaan haalt?
Beats me. Primaten worden blijkbaar al eens gebruikt om
maatschappijkritiek te spuien. (Wie zijn hier de echte beesten, hé?
Wie? Daar al eens over nagedacht?) Maar het blijven voor mij nogal
vergezochte plotconstructies waarmee het moeilijk meeleven is. Zo
ook in ‘Rise of the Planets of the Apes’, een oersaai
formulefilmpje dat het moet hebben van z’n speciale effecten.

Omdat ‘Rise’ nu eenmaal de origine van de franchise uit de
doeken doet – de producers willen van de termen sequel of reboot om
de een of andere vage reden niks horen – begint men helemaal bij
het begin. Helemáál bij het begin. De gedreven jongeman Will (een
ergens de foute studio ingelopen James Franco) zoekt naarstig naar
een geneesmiddel voor Alzheimer, en daarbij gebruikt hij
chimpansees als proefdieren. Even lijkt hij dicht bij de oplossing
te zijn gekomen, maar Bright Eyes, de aap bij wie zoveel
vooruitgang is vastgesteld in de cognitieve functies, ontsnapt en
veroorzaakt zoveel heibel dat het project meteen bij het vuilnis
wordt gezet. Alle apen moeten uit voorzorg afgemaakt worden, maar
wanneer Will het koddige zoontje van Bright Eyes, Caesar (Andy
Serkis zet na King Kong zijn tweede aap neer) in de poten geduwd
krijgt, neemt hij ‘m (ondertussen zowat achtduizend regels uit zijn
contract brekend) mee naar huis, om ‘m op te voeden als zijn kindje
en in het geniep verder te werken aan zijn revolutionaire
geneesmiddel.

Dat de rest van het verhaal zo goed als volledig draait rond de
evolutie van Caesar (die van zijn moeder een quasi-menselijke
intelligentie geërfd heeft) zorgt er meteen ook voor dat alle
menselijke personages totaal noppes uitwerking krijgen. Wat weten
we van Will? Dat hij Alzheimer zo koortsachtig wil genezen omdat
zijn vader (John Lithgow) aan de ziekte lijdt. Ha ja, want in een
Amerikaanse film kan een mens niet gewoon iets doen, omdat hij daar
zin in heeft. Hoofdpersonages hebben altijd een Diepere Motivatie.
Personages in een bijrol niet. Freida Pinto’s rol als het lief van
Will en de dierenarts van Caesar begint en eindigt bij die
beschrijving, terwijl Brian Cox een zoveelste incarnatie van zijn
kwaadaardige sleazeball mag neerzetten, David Oyelowo op
de zenuwen werkt als Hebzuchtige en Egoïstische Baas (in een lab in
een Amerikaanse film loopt er altijd wel ergens eentje rond) en Tom
Felton als sadistische verzorger eigenlijk gewoon nog eens Draco
Malfoy speelt (wij zagen ‘m zó “Crucio!” roepen naar die
arme apen). Er loopt zelfs nog ergens een buurman rond die er geen
graten in ziet om zijn aan Alzheimer lijdende buurman een beetje
door mekaar te rammelen. Ha ja, want dat is wat de plot nodig
heeft. Stomme buurman.

Eén pluspunt aan het feit dat Caesar de aap de hoofdrol krijgt:
de CGI ziet er wel degelijk heel sterk uit. Met de plastieken
maskers uit het origineel wist je vooral dat je met apen te maken
had, omdat dat zo in de korte inhoud stond en je dat kon afleiden
uit de context van de film. Hier zien de apen er realistisch uit,
terwijl ze ook menselijke emotie kunnen overbrengen zonder er
belachelijk uit te zien. Weta Digital heeft in ieder geval knap
werk geleverd. De minpunten? Wel, het grootste probleem is vooral
dat er niet echt subplots zijn om je zorgen over te maken terwijl
je tóch al weet hoe het allemaal zal eindigen. Je weet dat Caesar
zal uitgroeien tot rebellenleider van de apen, alleen duurt het
anderhalf uur vooraleer hij ook daadwerkelijk op dat punt komt. En
is dat interessant om naar te kijken? Nope, we krijgen obligate
wantoestanden uit het perspectief van de onderdrukten en het gaat
van kwaad naar erger tot een opstand onvermijdelijk wordt. ‘t Is
eigenlijk zoiets als de prequel van ‘Braveheart’, maar dan met
apen. Want net als de fun en de actie begint, is de film opeens
afgelopen.

Regisseur Rupert Wyatt registreert het allemaal met de
hondsvervelende sérieux waar ook ‘King Kong’ aan ten prooi viel.
Hoewel het hier gaat om een friggin’ apenopstand, is er
van humor geen sprake en lijkt men echt te denken “relevante
thema’s” aan te kaarten. I say: geef die primaten een stel
machinegeweren, zet wat Van Halen op de geluidsband, en sit
back and relax
. Maar niets daarvan. Eén keer wordt het bijna
plezant, wanneer de beroemde “damned, dirty apes”-zin wordt
bovengehaald en Caesar niet lang daarna ook over menselijke
stembanden blijkt te beschikken wanneer hij een “Nooo!” uitstoot
waar Darth Vader nog een puntje aan kan zuigen. Dan sijpelt er een
beetje camp binnen in de film en mag er al eens een auto naar een
helikopter worden gezwierd. Maar het blijft allemaal zo gewichtig
en droog dat wij ons zelfs dan nog aan het vervelen waren.

Dat ook het verhaal niet echt om over naar huis te schrijven is
– de toch niet onbelangrijke plotdraad over het uitsterven van de
mens wordt via een flauw achterpoortje alsnog binnengespeeld via de
eindgeneriek – mag de spreekwoordelijke druppel geheten worden.
Voor de diehard-fans was er naar men mij verzekert heel wat te
rapen in termen van referenties naar de rest van de franchise, maar
het niet-sociaal gestoorde deel van de mensheid zal er vet mee
zijn. ‘Rise’ is een formuleachtige, lege en saaie film geworden die
zo lang aan z’n set-up blijft timmeren dat er voor de rest van de
film geen plaats meer is. Voor de sequel zeg ik: ‘Planet of the
Apes with Zombie-Killing Samurai Swords’. Weet ik veel. Iéts om
leven in de brouwerij te brengen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + een =