Madeleine Grynsztejn & Helen Molesworth (red) :: Luc Tuymans

Sinds hij zich in de pers enkele keren scherp uitliet over Bart De Wever en diens N-VA, is Luc Tuymans in weinig Vlaamse kringen nog een onbekende naam. Maar Tuymans is en blijft in de eerste plaats een schilder op topniveau, wiens talent in internationale kringen eeuwen geleden al stevig gebetonneerd werd, met verschillende tentoonstellingen tot gevolg.

Na eerdere overzichtstentoonstellingen in 2010 in het San Francisco Museum of Modern Art, het Dallas Museum of Art en het Museum of Contemporary Art, Chicago volgde het Brusselse Bozar dit jaar. De bijhorende catalogus, Luc Tuymans, laat het klassieke bundelen van Tuymans’ werken echter achterwege en kiest voor een combinatie van woord en beeld om de kunstenaar te duiden binnen de kunstgeschiedenis. Molesworth en Grynsztejn laten essays over Tuymans volgen door vijfenzeventig werken die elk apart worden besproken.

Molesworth bijt de spits af met het essay "Luc Tuymans: schilder van de banaliteit van het kwaad", dat een duidelijke verwijzing bevat naar Hannah Arendts verslag van Eichmanns proces. Ondanks de titel reflecteert Molesworth echter meer over Tuymans als schilder en kunstenaar dan dat ze stilstaat bij de thematiek van het kolonialisme, de Duitse bezetting en andere "donkere thema’s" die in Tuymans’ werk aan bod komen. De (mogelijk) ongelukkig gekozen titel doet gelukkig geen afbreuk aan de inhoudelijke waarde van Molesworths essay.

Voor Joseph Leo Koerner zijn de protestantse beeldenstormers het uitgangspunt en de rode draad waarmee hij Tuymans’ werk analyseert. Hij vertrekt vanuit "religieuze" werken zoals Church maar beslist ook verder te gaan en andere werken te betrekken in de analyse. Op eenzelfde manier gaat Ralph Rugoff te werk, wiens reflectie op de interieurs in de schilderijen de aanzet vormt voor "Luc Tuymans achter de schermen". Met een essay dat rechtlijniger en duidelijker is dan de twee vorige, vormt zijn werk het breekijzer voor de catalogus.

Ook Bill Horrigans "Cinema, België, Luc Tuymans: een notitie" vormt een interessant startpunt daar het een minder bekend facet van Tuymans onder de aandacht brengt: zijn cinematografische experimenten en zijn voorliefde voor film. Het relatief korte artikel wil veeleer duiden en schetsen dan diepgravend analyseren, waardoor het een mooie aanvulling vormt op de eerdere, duidelijk academischere teksten.

Naast de vier essays wordt ook aan Alison Gass, Prudence Pfeiffer, Joshua Shirkey en Lanka Tattersall een platform gegeven, die bij een selectie van Tuymans’ werken stilstaan en hierover reflecteren. Naargelang het werk en de auteur leidt dit tot een concrete analyse van het werk of net een overkoepelende reflectie op een bepaalde thematiek die binnen een reeks schilderijen aan bod komt, waarbij de werken zelf en het achterliggende idee worden behandeld en geplaatst binnen het bredere kader. Een opvallend verschil met de essays is — niet onbegrijpelijk — de minder abstracte en dus ook vanuit een bepaald perspectief concretere en duidelijkere reflectie op de kunstenaar Tuymans.

Luc Tuymans is geen catalogus die als een prentenboek bij de tentoonstelling fungeert maar mag gerust worden opgevat als een op zichzelf staand kunstboek dat de kunstenaar-schilder Luc Tuymans benadert vanuit zijn concrete werk enerzijds en vanuit zijn thema’s (obsessies), stijl en plaats binnen de kunstgeschiedenis anderzijds. Een hoogwaardige bundel met reproducties van Tuymans’ werk zou een mooi cadeau zijn voor de minder kapitaalkrachtige liefhebber die voor de beleving van de werken beperkt wordt door retrospectieven en tentoonstellingen, maar die verzuchting staat volledig los van Luc Tuymans, dat als hoogwaardige introductie tot (een facet) van Luc Tuymans mag gelden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − 1 =