Motorpsycho :: Roadwork Vol. 4 :: Intrepid Skronk

Turn on, tune in, drop out. Tijd voor een nieuw Roadwork-volume moet de Noorse trots gedacht hebben, en zo geschiedde. Zoals te verwachten bevat de release alles wat de fans ooit overstag deed gaan en de naysayers voor het hoofd kan stoten.

Maar ze zijn tenminste eerlijk en laten de nog aarzelende koper weten waar het op staat: “(…) we will stress that if you are not familiar with the band’s ‘proper’ releases, you would be well advised to check some of that out before you go for this stuff (…)”. Dat is een duidelijke waarschuwing, om de simpele reden dat Motorpsycho live nog een heel ander beest is dan op plaat. Wordt daar de lat al hoog gelegd met eclectische monstercomposities die surfen van zware psychedelische uitspattingen naar donderende hardrock en vreemdsoortige moeilijkdoenerij, dan neemt de live-variant er nog eens extra z’n tijd voor, wat op Intrepid Skronk, een samenraapsel van concertopnames tussen 2008 en 2010, leidt tot zes songs die gerekt worden tot een weldadige tachtig minuten.

Motorpsycho is dan ook op en top een liveband, eentje die geen twee avonden na elkaar hetzelfde gezicht laat zien en het voor zichzelf ook wat boeiend wil houden. Dat maakt het voor de hardcore fans zo’n verslavende gebeurtenis: wat zal de band plukken uit z’n gigantische discografie (met o.m. veertien studioplaten en een kleine twintig EP’s!) en hoe snel zullen die songs te herkennen zijn? Het kan soms immers een eindje duren voor duidelijk wordt welke song ze uit de mouw schudden en die fans kunnen er van genieten om elkaar online af te troeven met weetjes over bepaalde concerten en songs (“Gisteren duurde “Vortex Sufer” drie minuten langer dan de dag ervoor in Duitsland! En er zat een extra Wishbone Ash-verwijzing in!”). Deze release bevat ook weer een combinatie van bekend materiaal en minder vertrouwde tracks.

Zo wordt van start gegaan en afgesloten met kolossen uit recent werk: “The Bomb-Proof Roll & Beyond” uit Heavy Metal Fruit is hier een vijfdelige work out-sessie van maar liefst achttien minuten, enorm stuwend uit de startblokken schietend en vurig eindigend, met daartussen een lange, zweverige trip waarmee ze de link leggen tussen jamrock en McLaughlins Mahavishnu Orchestra (dat zal dan het luik “IV ooops, fusion…” zijn). Afsluiten gebeurt dan weer met het decibelfestijn van “The Alchemyst” uit Little Lucid Moments, opnieuw een knaller die de gemiddelde psychonaut vast in hogere sferen bracht. Het zijn dergelijke brokken waar de virtuozen vooral hun hedendaagse reputatie van wereldmuzikanten aan te danken hebben en als je ervoor in de stemming bent, dan zijn het ook waanzinnig overdonderende lappen muziek.

Niet alles mikt echter op dat effect. “All Is Loneliness”, dat ze bij Moondog haalden en eerder al op een van hun oudste platen gooiden, volgt een parcours dat recht tegenover dat van de opener ligt: een trage start en een leeglopend einde die van elkaar gescheiden worden door een ronduit verpletterende middensectie die gitarist Hans Magnus Ryan nog maar eens de kans geeft om uit te pakken met bevlogen snarenwerk. Dat hij geboekstaafd kan worden als een hedendaagse Jerry Garcia, en de band als een moderne mix van The Grateful Dead, Hawkwind en Yo La Tengo, wordt ook weer voldoende duidelijk aangetoond. Idem voor “Wishing Well”, dat er ondanks z’n relatief korte duur niet in slaagt om de aandacht vast te houden.

Dat laatste wordt ook bevestigd door de versie van “Landslide”, sowieso al niet het sterkste nummer op Phanerothyme en ook hier wat veel van het goede. Het onderstreept bovendien nog maar eens al te duidelijk (pijnlijk?) dat de gitarist een belabberd vocalist is. Daar staat dan weer tegenover dat “Kill Devil Hills” (van het waanzinnig onderschatte Black Hole/Blank Canvas) een meesterlijke behandeling krijgt en de tent doet daveren op z’n grondvesten. Het blijft een plezier om Bent Saether, Snah en drummer Kenneth Kapstad (intussen ook alweer vier jaar bij de band) in elkaar te horen haken in zo’n monstergoove. Muzikaal gezien staan ze op eenzame hoogte en bewijzen ze telkens opnieuw dat ze bij het beste horen dat Continentaal-Europa ooit voortbracht.

De conclusie zat er dan ook aan te komen: Roadwork Vol. 4: Intrepid Skronk is gefundenes fressen voor de fans en enkel bestemd voor de proevers die de studioplaten zonder al te veel moeite achter de kiezen gekregen hebben. Op z’n best is Motorpsycho niet zomaar goed, maar ronduit fantastisch. Terwijl de lange aanlopen, meanderende tussenstukken en uitgerekte coda’s voor de fan onmisbare delen van het geheel zijn, zal het voor de anderen misschien een paar bruggen te ver zijn. Niet dat er voor hen een gebrek is aan groepen die de lat wat lager leggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 4 =