Bob Dylan :: 25 juni 2011, Volkspark Mainz, Duitsland

Op zijn zeventigste doet Bob Dylan het onverwachte: zijn gehavende stem tot een voordeel ombuigen en zijn sterkste concert van de afgelopen tien jaar geven. De vitaliteit waarmee Dylan op het podium staat, is even onwaarschijnlijk als doeltreffend. Dit is Groots.

Als de berg niet naar Mohammed komt, zal Mohammed zelf naar de berg moeten gaan, dat was de conclusie na het aanschouwen van het zoveelste Europese luik van Bob Dylans Never Ending Tour. Hoewel de man, zelfs op zijn zeventigste, niet vies is van een concert meer of minder, werd de cyclus van een tweejaarlijkse passage in Vorst doorbroken.

Hoewel Mainz net dat tikje verder is dan Vorst, is het geen slechte zaak Dylan eens in een ander decor mee te maken, al was het maar om de herinneringen aan de verschillende concerten niet te veel door elkaar te laten lopen. Bovendien blijkt het pakken eenvoudiger in een park een degelijke geluidsmix afgesteld te krijgen.

Dat is maar goed ook, want de Bob Dylan die in het Volkspark op het podium verschijnt, klinkt — net zeventig geworden of niet — een pak sterker dan verwacht. Het lijkt wel of de man het voorbije decennium met elke nieuwe doortocht opnieuw een beetje beter wordt. Gedaan met een half nummer raden naar wat nu eigenlijk gespeeld wordt. Opener “Rainy Day Women # 12 & 35” laat een Dylan horen die vocaal raspig klinkt, maar dat vandaag tot een voordeel weet om te buigen, net zoals hij zijn orgel als troef uitspeelt om “Don’t Think Twice It’s Alright” een melancholische ondertoon te bezorgen. Wanneer vervolgens een gedreven versie van vergeten parel “Things Have Changed” — van de Wonderboys-soundtrack — het openingstrio afrondt, hangt de belofte van een magische avond in de lucht.

En Bob Dylan lijkt zinnens die belofte in te lossen. Met een verbazingwekkende vitaliteit –Dylans manier van bewegen lijkt sinds de eeuwwissel nog het best op die van een marionetpop — omgordt Dylan de gitaar om een tedere, trage versie van “Girl From The North Country” ten beste te geven. Als nummers dan toch een andere arrangement moeten krijgen, dan bij voorkeur op deze manier. Ook “The Lonesome Death Of Hattie Carroll” krijgt een nieuw, waltz-achtig jasje, terwijl het recente “Beyond Here Lies Nothing”, dat tussen liefde en wanhoop slingert, heel trouw blijft aan de studioversie.

Daarmee toont Dylan nog maar eens aan dat platen, maar ook concerten, slechts snapshots bieden van songs. Zo is “Ballad Of Hollis Brown”, dat bijna vijftig kaarsjes mag uitblazen, geëvolueerd tot een soort crooner die Dylan de kans geeft zich te ontpoppen als de evil twin van Frank Sinatra, een aanpak die zowaar werkt. Meer dan eens laat Dylan zowel gitaar als piano voor wat ze zijn om zich op te werpen als frontman pur sang, enkel gewapend met een mondharmonica. Het is op die manier dat het concert zijn hoogtepunt bereikt met een memorabele versie van “Tangled Up In Blue”. Dylan blaft en bijt, alsof ook hij — net als Keith Richards — een rol in een volgende Pirates-film ambieert, maar tegelijk zalft hij ook en wordt met een harmonicasolo tot op het bot gegaan, met zowaar een krop in de keel tot gevolg.

Ook “Desolation Row” en “Ballad Of A Thin Man” bevinden zich op dat uitzonderlijk niveau en vegen de laatste restjes twijfel over zo’n verre, dure concerttrip weg. Hier komt de reden waarom de muziek van Bob Dylan zo aanspreekt tot leven: “the circus is in town” klinkt het, en dat gevoel wordt ook tastbaar. Hier staat iemand — zichtbaar achteloos — een wereld vol surrealisme, liefde, verdriet en schoonheid te creëren voor een grasveld waar meisjes enthousiast staan te dansen naast yuppies die, turend door een toneelkijker, vat proberen te krijgen op het gebeuren.

Maar, zoals het afsluitend “Blowin’ In The Wind” duidelijk maakt: er zijn meer vragen dan antwoorden. En dat is best oké. Toch zolang er figuren zoals Bob Dylan zijn die met de gekte die het leven is aan de slag gaan en daar, bij momenten ongrijpbare, prachtsongs mee in elkaar knutselen. Als die dan nog eens sterker dan je had durven dromen naar het publiek gebracht worden, dan kan dat concert niet anders dan beschouwd worden als een van die onverwachte, aangename verrassingen die het leven in petto heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 10 =