Sheldon Siegel + Nate Wooley Trio :: 22 mei 2011, Parazzar (Brugge)

“JAZZ” blokletterde de affiche. Misschien een beetje misleidend, gezien de achtergrond van de muzikanten, al kan je net zo goed zeggen dat Parazzar de ballen heeft waar het de concurrentie aan ontbreekt, door resoluut te gaan voor het avontuur in plaats van veiliger retro-getoeter. Een uitstekende keuze, zo zou snel blijken.

Leuk concept ook, die Parazzar: een ontspannen eetcafé (een ‘soul bar’, zoals ze het zelf noemen), dat in een mum van tijd omgetoverd werd tot een gezellige club, waarbij zelfs het vrij jonge trio Sheldon Siegel (probeer nog een exemplaar vast te krijgen van hun uitmuntende split-LP met Razen!) meteen alle aandacht kreeg. Met die bezetting van cello, sax en drums heb je natuurlijk al een ongebruikelijk klankenpalet, en daar komt dan nog eens bij dat de drie Antwerpenaren nog een hele resem ongebruikelijke voorwerpen bij hadden.

Aanvankelijk leek de band het risico te lopen iets te veel die nadruk op de gimmick te leggen — saxofonist Gerard Herman flipte binnen tien minuten van sopraan naar tenor, fluit en een geinig speeltje — maar dat was buiten hun inventiviteit gerekend. Plots kreeg je immers die omslag, dat moment waarop de stukjes in elkaar vallen, een keerpunt waarbij Gino Coomans’ kleurrijke gestrijk en geschraap op één lijn zat met de steeds ontglippende ritmes van Erik Heestermans en de vloeiende lijnen van Herman. Nu en dan deed het wat denken aan het recent verschenen werk van Ballister (Dave Rempis, Paal-Nilssen-Love en Fred Lonberg-Holm), al speelde Sheldon Siegel het spel minder explosief.

Na de eerste tien minuten bereikten de drie een niveau van collectief musiceren dat ze niet meer zouden loslaten tot de muziekdoosjes van Coomans een kwartier later een mooi punt zetten achter een sterk stuk improvisatie. Even geslaagd was het tweede stuk, dat Heestermans vanachter z’n drumstel in- en uitleidde met weemoedig spel op de tenorsax. Herman zorgde intussen voor percussieve spielereien, nam het blaaswerk over met z’n sopraansax en werkte mee aan een mooie balans tussen dromerigheid en verrassing. De reacties achteraf spraken boekdelen: Sheldon Siegel maakte behoorlijk wat indruk.

Dat we het hierboven hebben over het Nate Wooley Trio heeft meer met plaatsgebrek dan correctheid te maken, want ook hier was geen sprake van individuele dominantie. De Amerikaanse trompettist had nog nooit gespeeld met de in Brussel wonende Portugees Hugo Antunes en de Tsjechische drummer Marek Patrman, een besef dat het concert vanaf de eerste minuut verbluffend maakte. Het leek wel alsof deze drie al een hele tournee achter de rug hadden, zo snel vonden ze een gemeenschappelijke draad die ze een uur lang met verve bleven ontrollen.

Hoewel de muzikanten nadrukkelijk uit de avant-garde/improvisatie komen, was de set verrassend toegankelijk, met erg melodisch spel van de Amerikaan, die constant geruggensteund werd door woelig weerwerk van Antunes en een drummer die zelfs in de rustigste momenten erg creatief omsprong met z’n drumkit. Prachtig ook om te zien hoe Wooley zich ontwikkeld heeft tot een volstrekt uniek stilist. Hij is de man van het ‘onzuivere’ spel. Of hij nu snelle riedels speelt of minimalistische drones, z’n muziek wordt altijd gedrenkt in een laag ruis, alsof ergens in z’n instrument glaswol verstopt zit.

Voor conservatoriumgeeks misschien een aanfluiting, maar het zorgt zelfs in de meest catchy passages steeds voor een ongewoon karakter dat blijft fascineren. Na twee stukken die zowaar de vingerknip mogelijk maakten, volgden twee langere lappen die beide vertrokken vanuit kleine geluiden: plofklanken, gezucht, geschraap met papier, ongewone percussieve effecten. De drie zijn erg bedreven in het spelen met pure klank, maar lieten nooit de willekeur de overhand krijgen, want net als je dacht dat ze zichzelf naar een doodlopend spoor aan het werken waren, vloeiden ze samen naar repetitieve ritmes en hypnotiserend samenspel.

Naar het einde van de set ging het zowaar de lyrische toer op, met een stuk waarbij Wooley en Antunes harmonisch rond elkaar kronkelden als een verliefd stel. Het was een mooi orgelpunt achter een experimentele set die ook minder getrainde oren wist te overtuigen en liet horen tot wat topmuzikanten in staat zijn. Een betere concertpremière kon Parazzar zich niet wensen. Dat de vervolgen al even indrukwekkend mogen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × een =