Mercury Rev :: 22 mei 2011, Cirque Royale

“Moét dat nu echt?”, was ons eerste idee toen Mercury Rev een half jaar geleden aankondigde doorbraakalbum Deserter’s Songs live integraal te spelen. “Ja, dat moest”, werd dat nu zondagavond. Mercury Rev bevestigde even dat het nog steeds een onweerstaanbaar unieke groep is waarvan je alleen maar kunt houden.

Dertien jaar geleden zag het er niet goed uit voor Mercury Rev. Ze konden er maar beter het bijltje bij neergooien, vonden de groepsleden. Toch besloten ze nog één keer alles op alles te zetten. Het resultaat was het wondermooie Deserter’s Songs; een plaat waarop het psychedelische experiment met Disneyschmalz van platen als Boces en See You On The Other Side plots wortels vond in het soort americana waar ook The Band zo goed in was. Meteen kwamen Bandleden Levon Helm en Garth Hudson ook hun bijdrage leveren.

En zie: het tij bleek gekeerd. Met “Goddess On A Hiway” scoorde de groep een radiohitje en Deserter’s Songs werd een van dé albums van 1998. Wat een afscheid had moeten worden, werd nu voor velen een aangename kennismaking; voor Mercury Rev was een tweede leven begonnen.

Al moet de verdienste van Deserter’s Songs ook niet overdreven worden. Zoals Tom Barman ooit over Pocket Revolution zei dat het belangrijkste er aan was dat ze gemaakt was, zo was voor Mercury Rev ook deze plaat dan wel van levensbelang, maar niet het beste dat de groep heeft gemaakt. Dat was het daaropvolgende All Is Dream, waar een fikse geut Cure bij de psychedelische americana werd gegoten. Maar er was tenminste een eigen geluid gedefinieerd, er was een single die de groep op de kaart had gezet, en er was een publiek gevonden. Er waren, kortom, opnieuw vooruitzichten.

En het stoort ook vanavond niet dat we om het andere geweldige nummer wel een wat vullerig instrumentaaltje te verstouwen krijgen. Net zoals ze Deserter’s Songs als plaat niet onderuithalen, is dat hier ook niet het geval. Er valt immers genoeg te putten uit de perfecte opener die “Holes” is, of een “Tonite It Shows” waarin de theatrale frontman Jonathan Donahue geheel zichzelf is: één en al angelieke glimlach en grote gebaren. Dat hij af en toe wat minder stemvast lijkt, stoort niet eens in de storm van geluid die de zeskoppige band opwekt; het geeft het geheel de nodige kwetsbaarheid.

Zo mag een bijna-klef “Endlessly” — onder een gigantische spiegelbol — uitmonden in een harde drumbreak, en zal “Opus 40” eindigen in het soort woeste jam waarin de link met de krautrock van het recente Snowflake Midnight duidelijk is. Het toont meteen ook hoe Deserter’s Songs voor de groep meer was dan zomaar een overschakelen op psychedelische americana; het opende de poort naar een volstrekt uniek universum, eentje waar meer steevast meer is, en op volume niet bespaard wordt.

Met “Goddess On A Hiway” krijgen we het geluid van Mercury Rev 2.0 nog eens helder gedefinieerd: het breedbeeldgevoel, de ijle stem van Donahue en de dwarse gitaar van Grasshopper. “The Funny Bird” wekt erna meteen de klank op van een zandstorm op de open vlaktes van de Midwest en ontaardt in infernale gitaarnoise. Een instrumental (“Pick Up If You’re There”) met zingende zaag verder, krijgen we nog “Delta Sun Bottleneck Stomp”, een zeldzaam dansbaar buitenbeentje in het oeuvre van de groep, dat zelfs ooit geremixt werd door Chemical Brothers, en magistraal eindigt met drie gitaristen die loos gaan op hun instrument.

Het blijft allemaal geweldig tijdloos, en het toont een Mercury Rev dat nog steeds op zijn hoogtepunt staat. Toch blijft het vreemd dat een band met zo’n geschiedenis van eigenzinnige artistieke keuzes zich aan een nostalgische stap terug waagt. Van deze groep verwacht je eerder de blik vooruit. Dat krijgen we echter niet. Een naar de euforie van Flaming Lips neigend “Solsbury Hill” (van Peter Gabriel, natuurlijk, wiens soort symfonische rock de groep niet vreemd is) opent een bisronde die op feestelijke wijze een verdere doorsnede van het oeuvre brengt. Met “Car Wash Hair” volgt een nummer van voor de doorbraak, waarna het uit elkaar spattende “The Dark Is Rising” zijn rol van eeuwige publieksfavoriet mag waarmaken. De groep breit er naadloos “Senses On Fire” aan; geen rocksong, maar een wervelstorm die opwelt en ons meezuigt. “Ready or not; here I go”, herhaalt Donahue manisch. De boodschap is duidelijk. Terugblik of niet; de toekomst wenkt wel degelijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + vijf =