Beastie Boys :: Hot Sauce Committee Part Two

Daar zijn ze weer! Maar liefst vijfentwintig jaar na hun debuut is Beastie Boys terug met Hot Sauce Committee Part Two, een plaat waarop dit ongeregeld drietal vitaler klinkt dan ooit. De pensioenleeftijd en de grijze haren zetten duidelijk geen demper op de gedrevenheid, de toewijding en het plezier: “Oh my god, just look at me, grandpa been rapping since ’83!”

Onze laatste ontmoeting met Beastie Boys dateert van vier jaar geleden. Michael “Mike D” Diamond, Adam “MCA” Yauch en Adam “Ad-Rock” Horowitz speelden toen in de Werchterse Marquee. Voor het concert hielden we ons hart vast, want de heren hadden met The Mix-Up net een sof van een plaat afgeleverd. Maar het concert dat het trio die avond afleverde, staat nog steeds in ons geheugen gegrift als het beste wat wij ooit in die Brabantse tent zagen. De Beastie Boys hadden het vuur opnieuw teruggevonden en zouden snel de studio induiken voor een échte comebackplaat. Die zou in 2009 al uitkomen, maar
toen werd er plots kanker vastgesteld bij groepslid MCA. Er werd gevreesd voor het einde van de groep.

Twee jaar later zijn al die problemen gelukkig van de baan en verschijnt Hot Sauce Committee Part Two — over Part One raakt de groep zelf niet verder dan een omslachtige uitleg — dan toch. Een uitbundige “hoera!” is op zijn plaats, want het album laat drie hongerige MC’s horen die hun beste plaat afleveren sinds Hello Nasty uit 1998. Het is de typische Je m’en fou-attitude gekoppeld aan de liefde voor het vak die van Beastie Boys zo een unieke band maakt. Getuige de clip voor “Make Some Noise”, een soort van Fight For Your Right revisited, een half uur durend epos waarin half Hollywood zijn opwachting maakt. En geef toe, welk ander hiphopcollectief komt weg met een oneliner als “Can’t tell me nothing, can’t tell me nada/ Don’t quote me now because I’m doing the Lambada.”

Beastie Boys nemen hun verantwoordelijkheid op temidden een hiphopscène die meer en meer richting commercïele dance gaat — Black Eyed Peas kan je bezwaarlijk nog een hiphopgroep noemen en rappers als Snoop Dogg, Akon en Kelis laten zich steeds vaker verleiden tot platte David Guetta-beats –. De New Yorkers blijven hier trouw aan hun old skool-geluid, de gitaren van “Lee Majors Come Again” leggen zelfs de punk-roots van hun debuut bloot.

Voor het eerst hebben Beastie Boys gasten uitgenodigd. Het dubby “Don’t Play No Game That I Can’t Win” lag naar verluidt al een tijdje op de schappen, en de exotische raps van
Santigold vormen nu inderdaad een meerwaarde op de Caribische groove. Al is het stadsgenoot NaS die met de meeste pluimen gaat lopen; “Too Many Rappers” was vorig jaar al terecht genomineerd voor een Grammy. Het is een donkere hiphoptrack met een ongelooflijke drive over het gebrek aan talent van de nieuwe lading rappers; “Too many people cooking, not enough chefs”, rapt NaS en geef hem maar eens ongelijk.

In het verleden werd er al eens lacherig gedaan over de Beasties. De heren nemen zichzelf ook niet al té serieus, maar ze laten met Hot Sauce Committee Part Two wel horen dat ze nog relevant zijn. Niet vergeten dat generatiegenoten als Run DMC en Public Enemy al lang kolderieke parachronismes geworden zijn. Deze rapveteranen staan opnieuw helemaal klaar om “rocking the house till the break of dawn”, zoals ze het ooit zelf verwoordden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − twee =