Yuck :: Yuck

Fat Possum, 2011
V2/Munich

Alhoewel de kans bestaat dat ‘Yuck’ voor u niets meer betekent
dan het uiten van afschuw voor spruitjes of gestoofd witloof, is er
in de blogosfeer al eventjes een harde kern van diehard
aanbidders rond de band van voormalige Cajun Dance
Party
-leden Daniel Blumberg en Max Bloom. Het plekje dat ze
veroverden in BBC’s Sound of 2011 lijst zal er vast ook wel iets
mee te maken hebben. De sprankelende indiepop waarmee ze in 2008
een bescheiden poging ondernamen om de muziekwereld te veroveren
wordt anno 2011 ingeruild voor door de 90s bezeten lo-fi en
shoegaze. Blumberg en Bloom rekruteerden onderweg nog een drummer
(Jonny Rogoff) en een bassist (Mariko Doi) en vuurden in februari
2011 hun self-titled debuut op ons af.

Normaliter zouden we deze review beginnen met het droppen van
een paar invloeden, als zijn daar Pavement, Dinosaur Jr.,
Built To
Spill
en The Jesus and Mary Chain (vandaag de dag kunnen we ze
eventueel vergelijken met Pains of Being Pure at
Heart
en zelfs Girls. De logische,
volgende stap is enkele nummers aanhalen om genoemde invloeden te
staven. Vervolgens zijn er vast nog wel een stuk of drie songs die
duidelijk maken dat Yuck er toch maar mooi in geslaagd is om
origineel met de erfenis om te springen, en hun uitgekiende
synthese zodus een plekje verdient in de 90’s Revival Rock and Roll
Hall of Fame. Revivals, ‘t is een begrip dat we in de
review van elke band die zich ergens in het spectrum van
de “indie”-muziek bevindt kunnen laten vallen. Malen we ook
helemaal niet om, maar je kan gewoon niet zomaar je
invloeden imiteren. Of: je kan dat natuurlijk wel doen,
maar dan hoef je er geen staande ovatie voor te verwachten, althans
dat is hoe ondergetekende er over denkt.

Yuck levert nochtans een uiterst aardig plaatje af: twaalf songs
die netjes afklokken ergens tussen 3:50 en 4:50 en een afsluiter
die een beetje langer mag uitwaaieren. Stevige openingsriffjes in
‘Get Away’ en ‘The Wall’, lyrics vol teenage angst die
doorheen de vocoder gehaald worden en zo nóg wanhopiger
klinken, korte nietszeggende maar toch krachtige songtitels
(‘Stuck’, ‘Operation’, ‘Sunday’, ‘Stutter), lijzige gitaren,
bescheiden walls of sound en enkele semi-akoestische
ballads zodat we zeker niet vergeten dat deze jongens ook
een ‘gevoelige’ kant hebben: ‘Shook Down’ en ‘Suicide Policeman’
(“Brother, if you’re feeling low/ Tell me one thing I should know
of your situation/ I could stand out in the hall, I could be your
suicide policeman”).

Elk nummer is aanstekelijk, maar nooit aanstekelijk genoeg om
mee wakker te worden en een hele dag door je hoofd te laten spoken
(we kunnen het ook wel écht weten want dit album passeerde al
minstens 20 maal de revue). Elke song klinkt alsof Yuck het heeft
geschreven en opgenomen met ingehouden adem en de handen op de rem.
Of dit ligt aan een overdreven bewondering voor hun idolen en
eventuele angst om iets te ‘bezoedelen’ of gewoon aan een inherent
gebrek aan creativiteit en talent, laten we in het midden. Zoals we
al zeiden, best aardig allemaal, maar we missen een ‘klik’, dat
gevoel dat maakt dat je een plaat ‘tig keer na elkaar afspeelt
omdat je ertoe wordt gedwongen door een onbeheersbaar gevoel. De
kans dat we ‘Yuck’ nog in z’n totaliteit beluisteren nadat de
laatste letter van deze recensie is geschreven, is dan ook
praktisch onbestaand. ‘Georgia’ daarentegen, dat krijgt misschien
wel een plekje in de afspeellijst ‘Loved Tracks’: “Georgia, whatcha
gonna say, I’ve wasted all this time away.”

Noot: Mocht een notering van 5.75 punten mogelijk zijn, dan zou
dat de score zijn die we dit album toebedelen.

Yuck speelt eind deze zomer op Pukkelpop.

http://www.myspace.com/yuckband

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − een =