Domino 2011 :: Battles + Dan Deacon + Oneohtrix Point Never + Factory Floor

Experiment stond altijd hoog op de agenda van Domino en voor de
laatste editie trok de Ancienne Belgique nog eens alle registers
poen. U kon op deze webstek eerder al akte nemen van de knetterende
noise van de Touch labelavond en de hypnogogic pop, witch house en
postdubstep op het Brusselde podium. Ook de voorlaatse avond van
het festival moest een tentamen in eigengereide muziek worden, maar
een triomf over de hele lijn zat er voorwaar niet in.

Daniel Lopatins eenmansproject Oneohtrix Point
Never
was op papier een uitstekende openingsact. Op zijn
twee recentste platen ‘Rifts’ en ‘Returnal’ schept Lopatin een
gewaagd universum waar ambient en drone in het parlement zetelen en
noise de Kamer voorzit. De zaal van de AB was dan ook al aardig
volgelopen toen de man zich bedeesd op zijn stoeltje neervlijde en
een handvol knopjes manipuleerde, en voor je het goed en wel
besefte daverden je longen uit je lijf. Oneohtrix Point Never
schurkte meteen heel dicht aan bij HEALTH en Fuck Buttons (de
gedempte kreten van onrust leken soms gewoon samples van ‘Sweet
Love For Planet Earth’), maar counterde dat even vaak met een
spectrum aan verstilde soundscapes – denk aan Brain Eno’s ‘Music
For Airports’ en ‘The Pearl’.

Klinkt veelbelovend? Ja hoor, maar laten we u meteen uit de
illusie halen: Oneohtrix Point Never geraakte zelden uit de
middelmaat. De sterkste momenten waren die waarop niets ontziende
drones door je strot werden geramd, maar om echt dreigend en
overweldigend te zijn schipperde de set te veel tussen vernieling
en opbouw. Te veel hinken op twee gedachten, te weinig afbraakrock
– daarmee is alles eigenlijk gezegd.

Gelukkig was er nog de geflipte zot Dan Deacon,
wiens liveshows bekend staan om de ongewone publieksparticipatie.
Deacon zelf haalt zijn plaatjes dan ook liefst op het gelijkvloers
door de mangel, en dat was in de AB niet anders. Na een tweetal
uiterst geestige verhalen en een gezamenlijke gymnastieksessie en
count-down lichtte zijn stuntelig gefabriceerde groene
schedel op en ging Deacon onverbiddelijk in partymodus.

Na twee geschifte nummers vol schelle vocals gaf Dan de
opdracht een open cirkel te vormen in het midden van de zaal, om
daar een heuse dance contest te starten. Vier regels:
“dance sassy” – “the dancers in the middle pick the next victims” –
“no cowards” – “one side of the room dances like ‘Jurassic Park’,
the other like that Tom Hanks movie ‘Big'”. Dat de zaal daar nog
wonderwel in leek te slagen ook is voor ons een mirakel. In de rest
van de set blies Deacon het dak eraf met clusterbommen als ‘Woof
Woof’ en ‘The Crystal Cat’. Slechte een eenzaat die aan het eind
niet compleet tureluurs was gedanst.

Met die gevoelige stijging van temperatuur was de Ancienne Belgique
klaar voor de bijna post-experimentele math rock van
Battles, die sinds hun vorige passage zanger en
gitarist Tyondai Braxton lieten gaan. Nu het nieuwe album ‘Gloss
Drop’ zo goed als klaar is waren wij hartstikke benieuwd hoe die
verdunde line-up zou klinken. Als we eerlijk zijn: ontstellend zwak
voor een band van zo’n kaliber. Niet dat het trio slecht speelde.
Integendeel, ze deden alles wat je op voorhand kon verwachten. En
net daarom die teleurstelling.

Het begon nochtans aardig met de herkenbare synths uit ‘Race:
Out’, en met de overgang naar het nieuwe ‘Africastle’ werden de
fans al snel getrakteerd op knetterend snaarwerk, oneindige loops,
ellenlange effectenmolens, kletsende drums en aanstekelijke
fluittonen. Op geen enkel moment verbaasde die eigenzinnige
mengelmoes, nooit ontplofte het echt. Misschien valt dat
voor een deel te verklaren door de keuzes in de setlist, want we
hoorden verbazingwekkend weinig materiaal van ‘Mirrored’. Beter
nog: het leek wel alsof de band met Braxton had afgesproken niet te
teren op het oude materiaal. Zodoende kregen we geen ‘Atlas’, geen
‘Ddiamond’, maar wel een hele hoop nieuwe nummers. Die deden ons
wel het beste vermoeden over het nieuwe album, want tracks als ‘Ice
Cream’, ‘Sundome’, ‘My Machines’en ‘Futura’ stonden bol van het
spelplezier dat hun debuut zo degoutant aanstekelijk maakte. Toch
maakte Battles geen verpletterende indruk, iets waar we op voorhand
nochtans niet aan getwijfeld hadden.

De aflsuiter was weggelegd voor het Londense Factory
Floor
, dat synthwave en noiserock smeedt met een vettig
randje Joy Division, de grove sound van Liars en de vista van These
New Puritans. Eigenlijk hebben ze nog niet meer uitgebracht dan een
hoopje veredelde singles, maar die kregen wel voldoende buzz mee om
Factory Floor naar het centrum van hipsterland te bombarderen.
Portishead boekte hen alvast voor het door hen gecureerde I’ll Be
Your Mirror, en nu stonden ze voor de tweede maal in zes maanden
tijd (eind augustus waren ze te zien tijdens Autumn Falls) op een
Brussels podium.

Eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we slechts een stuk van de
set konden meepikken, aangezien het begin ervan een kwartier werd
uitgesteld en wij ook nog een trein moesten halen. We geven u wel
graag mee dat hetgeen we zagen, deed vermoeden dat die
buzz nog niet zo onterecht was. Knisperende noise en
bevlogend beats waren genoeg om de kleine AB Club – we waren
intussen van zaal verwisseld – in beweging te brengen. Als u de
kans krijgt ze live aan het werk te zien: doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 12 =