Deerhunter + Lower Dens




De Botanique houdt van Deerhunter, en het gevoel is
overduidelijk wederzijds. Voor het derde jaar op rij staat de groep
in de Brusselse concertzaal, en alweer was de opkomst massaal. Je
zou bijna vergeten dat Deerhunter lang niet altijd een evident
gegeven was, dat hun eerste plaat – in tegenstelling tot vele
andere bands – bijna nooit aangehaald wordt als ‘hun beste werk’.
Toch wist dit kwartet uit Georgia al drie platen op rij
verschillende lagen van de muziekminnende wereld te bekoren, en dat
mag – vooral nu de band tien jaar actief is – op spetterende wijze
gevierd worden.

Het recept dat Deerhunter sinds enkele jaren hanteert, doet wat
denken aan de concerten van Animal Collective. Er
worden geen individuele nummers gespeeld, maar sets van 2 tot 5
tracks waar men stukjes gitaargedreven ambient tussenweeft. Op
papier klinkt dit misschien artificieel en geforceerd, maar live
werkt het weldegelijk. De interludes dienen als rustgevende golven
die tegelijkertijd doen snakken naar het volgende nummer. Enige
uitzondering is opener ’60 Cycle Hum’, een nieuweling in het oeuvre
die nooit kon overtuigen. De riff rook naar beschimmelde Strokes en de
beperkte beweging (ongeacht het tempo) van het stuk zorgde voor
snel toeslaande verveling. Maar: hulde aan Deerhunter, daar zij hun
slechtste nummer van de avond eerst speelden.

Na de verwarrende openingsdans namen Cox, Pundt & co alle
twijfels weg met het eerste hoogtepunt van de set: het tweeluik
Desire Lines/Hazel St. Deze laatste zou ook de enige
vertegenwoordiger uit ‘Cryptograms‘ blijken,
een plaat die stilaan plaats heeft moeten ruimen voor zijn
populaire opvolgers. Toch past de band al hun nummers moeiteloos in
de set, ongeacht de bron. Cox toont ook dat hij de vertaling naar
het podium niet al te letterlijk wil laten verlopen. ‘Don’t Cry’ is
een stuk krachtiger dan diens albumgebonden tegenhanger, niet
alleen door de minder ingehouden stijl van de muzikanten, maar ook
Cox gaat het nummer plots een volle octaaf hoger zingen. Maar luid,
dat was het dus ook, en dat kan van het hele optreden gezegd
worden. Er werd deze avond gewoon erg hard gespeeld, zoals je dat
stilaan van Deerhunter kunt verwachten.

Het constante bestoken van de zintuigen, en toch melodieus en
pakkend wezen, dat is de kracht van Deerhunter deze avond. Als er
dan een slotoffensief volgt dat weinig bands kunnen imiteren, lijkt
de vraag of Deerhunter één van de grote bands van ons tijdperk is
even overbodig. Bijna veertig minuten lang hangt er elektriciteit
in de lucht terwijl de band ‘Nothing Ever Happened’, ‘Helicopter’
en ‘He Would Have Laughed’ aan elkaar plakt. Energie en diepe
emotie versmelten tot iets bovennatuurlijks, en wanneer de
reguliere set uiteindelijk uitdooft, is de ovatie uitbundig en
oprecht. Dit was een groots staaltje vakmanschap van een groep
mensen die het goed met ons voorhebben.

Natuurlijk moet er dan een bisstonde volgen. Dat werd verwacht
en gevraagd. Maar eigenlijk was het beter bij de nog weerklinkende
gitaarloop van ‘He Would Have Laughed’ gebleven. Deze magie kon
vanavond niet meer opgerakeld worden, en hoewel er zeker niet
beneden niveau gepresteerd werd, mocht het protocol wat mij betreft
zeker geschonden worden. De slotsom blijft echter positief: de
Botanique zag een popgroep in bloedvorm. Deerhunter heeft
verwezenlijkt wat voor velen een blijvend struikelblok is: het
creëren van een hoogst eigen liveprésence. Het zijn de interludes,
het gebruik van live gemaakte loops, de brutale speelwijze,
samengevoegd tot één ijzersterk geheel. Pure klasse.

Meer Deerhunter
HIER

Meer Lower Dens
HIER

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + achttien =