The Pains Of Being Pure At Heart :: ”Het is nogal zelfbevestigend als Flood je plaat wil producen”

Twee jaar geleden waren ze nog een kleine hype op Pitchfork, voor de opvolger van het bejubelde debuut ging The Pains Of Being Pure At Heart in zee met zo maar even twee loeiers van namen uit de muziekwereld. Zowel producer Flood (U2, Depeche Mode en ga zo maar door) als mixer Alan Moulder (My Bloody Valentine, Ride) werden immers bereid gevonden om aan Belong te sleutelen. "Dan ben je de eerste dagen in de studio wel eens geïntimideerd", geeft frontman Kip Berman toe.

"We gingen niet met hen in zee voor hun naam hoor", wil Berman meteen een niet-bestaand misverstand de wereld uit helpen. "Het draaide gewoon zo uit. Alan heeft ons zelf voorgesteld om met hem samen te werken toen ons debuut net verschenen was, maar onze kalenders kwamen niet overeen. Uiteindelijk heeft hij ons naar Flood doorverwezen en zich beperkt tot het mixen. Ik weet het, dat zijn mensen die meestal enkel met de echt grote namen werken, en het was dan ook behoorlijk verbijsterend dat een kleine groep als wij met hen in de studio zat. Het was op veel vlakken verrassend. Als we twintig jaar geleden met ’zulke mensen hadden willen opnemen, hadden we de ruggensteun van een grote platenfirma nodig gehad. Dat is veranderd. De businesskant van muziek is zo veranderd."
"Het was gek om mijn vrienden te vertellen met wie ik in de studio ging: tegelijk nederig makend en bevestigend. Als je gewoon al kijkt op hoeveel platen uit onze collecties hun namen figureren, word je wat duizelig: The Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride,.. en het meest belangrijke van al: Smashing Pumpkins. Voor Amerikanen die in de jaren negentig opgroeiden, toch wel ééeen van de belangrijkste bands die er waren. Alan en Flood hebben samen Melon Collie And The Infinite Sadness op hun CV staan en Alan heeft ook Siamese Dream gemixt. Ze begrepen dus bijna intuïtief welk geluid wij wilden bereiken. Het is ongelofelijk dat er mensen met ons wilden werken die ooit nog de platen van Jesus & Mary Chain mee hebben helpen scheppen! Ik zit hier nu in de kantoren van PiaS en hier hangen gouden platen van Depeche Mode, waar hij aan meegewerkt heeft!"

enola: Als je met zo iemand samenwerkt, voel je je dan geïntimideerd, of durf je hem vertellen dat sommige van zijn ideeën voor jouw songs op niets trekken?

Berman: "In het begin hadden we zeker te veel ontzag voor hem, ook omdat we nog nooit met een producer hadden opgenomen. We wisten niet hoe dat werkte! Gelukkig kregen we al snel door dat als we een bepaald geluid wilden, we dat ook zouden moeten communiceren aan hem. En dat kon ook, hij was absoluut geen intimiderend figuur. Hij moedigde ons aan hem te vragen wat hij zou doen. Hij kan ook zoveel: hij heeft Nine Inch Nailsplaten gemaakt, maar ook albums van PJ Harvey,… Er is veel dat hij muzikaal begrijpt, maar wij moesten hem wel vertellen wat hij precies moest afleveren. En na een tijdje te hebben opgetrokken en wat wereldbekermatchen te hebben gezien, ging dat ook." (lacht)

enola: Nadat Arcade Fire de Grammy voor het beste album won, ontkurkte her en der een blogger al de champagne: de tijd dat alternatieve muziek de muziekindustrie op zijn kop kon zetten is terug. Geloof jij dat, als je ziet dat kleine groepen als jullie ook Flood kunnen krijgen?
Berman: "Ik denk dat je ’t breder moet bekijken, in zijn historisch perspectief. In de vroege jaren negentig hadden we dat moment dat de alternatieve muziek uit de jaren tachtig plots in het commerciële universum kon inbreken. Er waren bands als Pixies, Nirvana, Pumpkins die plots uit de underground braken,… Het was een ontwaken, een gevoel dat de slechte muziek eindelijk de wereld zou worden uitgeholpen, maar wat echt gebeurde was dat ook in die alternatieve kanten een copycatcultuur ingang vond, en originaliteit verloren ging. Het was pas met de komst van The White Stripes dat de commerciële krachten opnieuw wat teruggedrongen werden."

"Het komt van tijd tot tijd dus voor, maar revolutie zou ik het niet noemen. Al is het natuurlijk een big deal dat Arcade Fire die slag thuishaalt, net als het feit dat The Decemberists op nummer één binnenkomt in de albumhitlijst met The King Is Dead. Wat er gebeurt, is dat je niet meer op een major moét zitten. Ook groepen op een indielabel krijgen nu deftige promotie en kunnen meer mensen bereiken. ’t Is goed te weten dat dat nog kan in deze wereld: Arcade Fire die een belangrijke award wint en een klein indiepopgroepje uit Brooklyn dat met de meest bekende producers mag werken."
"Maar het is niet alsof goeie muziek nu plots gewonnen heeft. Er wordt gewoon altijd goeie muziek gemaakt, alleen is het soms zichtbaar en soms niet en gebeurt het ondergronds. Het is niet omdat er geen grammy’s aan worden gegeven, dat het niet bestaat. De meeste groepen die me in de jaren negentig het meest aantrokken, raakten niet op de covers van Rolling Stone. Zelfs Pavement opereerde eerder in de marge. Dus mij kan het niet schelen dat goeie muziek niet populair is. Al mag het wel van mij" (lacht).

enola: Wat nam je je voor toen je aan Belong begon te schrijven?
Berman: "Belangrijk was dat onze motivatie om muziek te maken niet was veranderd. We hebben altijd gehouden van noisy pop die ook nog eens een emotionele lading heeft, en dat moest zo blijven. Onze smaak is niet veranderd. En het was ook belangrijk dat de nieuwe plaat een bepaalde directheid zou hebben; iets zwaarder, visceraler. Over ons debuut hing nog een soort sluier die alles wat vaag hield. Dat gordijn wilden we nu opentrekken. De songs mochten zich niet langer verstoppen in een hoop echo. Het mocht allemaal wat meer in your face. Dat was best een opwindend voornemen om in het achterhoofd te hebben bij het schrijven, en het was ook echt fijn om doen: ’t zijn heel leuke songs om te spelen."
enola: Vreemd dat je zegt dat het directer moest. Ik miste bij de eerste beluisteringen net de directheid van sommige songs op jullie debuut. Dat is ondertussen voorbij, maar het duurde even.
Berman: "Oh, ja ik snap wel dat je songs mist als "Come Saturday" of "Everything With You", die er meteen invliegen. We spelen die oude songs ook nog graag, zeker de wat stevigere. Maar toch voelen nieuwe songs als "Heaven’s Gonna Happen Now" of "Heart In Your Heartbreak" volgens mij ook nog erg direct. De texturen zijn misschien anders, met wat meer toetsen, maar ik heb toch het gevoel dat we nog altijd als onszelf klinken. ’t Is nog altijd Kip, Peggy, Alex en Kurt en nu ook Christoph die samenspelen. Zoveel verschil met wat we deden toen we begonnen is er niet."

enola: De toetsen van Peggy zijn een pak prominenter geworden. En hoor ik daar terecht veel The Cure in?
Berman: "Dat klopt. Dat is begonnen op de Higher Than The Stars-EP die we tussen beide platen uitbrachten. En ja, er zit soms veel The Cure in. Toen wij opgroeiden, waren zij ééeen van de weinige alternatieve acts die singles op de Amerikaanse radio kregen, dus dat heeft ongetwijfeld zijn sporen nagelaten. Hun invloed zal inderdaad niet altijd even subtiel zijn, zoals je hoort aan "My Terrible Friend" of "The Body"."
"Flood heeft natuurlijk een stevige achtergrond in elektronische muziek, dus hij had een goed zicht op hoe we dat element in onze muziek beter konden uitspelen zonder dat het cheesy werd. Hij heeft eigenlijk alleen maar versterkt wat we al deden."

enola: Waarom moest de titel van de plaat "Belong" zijn?
Berman: "Onze groepsnaam is zo al lang, we vonden dat we maar beter een korte albumtitel konden nemen. En het is natuurlijk een thema dat door al onze songs loopt: de zoektocht ergens bij te mogen horen, ergens thuis te kunnen zijn, en te voelen dat je daar nog niet bent. Dat loopt als een rode draad door alles wat we geschreven hebben, van bij het begin."

enola: Wie maakte die mooie hoes?
Berman: "Al onze hoezen zijn gemaakt door een jonge schilder uit Brooklyn: Winston Chmielinski. We hadden hem benaderd om ééeen van zijn schilderijen te mogen gebruiken voor een single, en hij was zo enthousiast dat hij is gebleven. We wisten dat we het deze keer iets meer kleurrijk wilden, na het sterke zwartwitcontrast van ons debuut. Op deze plaat gebeurt veel meer qua klank, kleur en textuur, en die verschuiving mocht de cover art ook reflecteren."

enola: Tot slot: jullie hebben de laatste jaren heel wat hoeken van de wereld gezien. Welke plekken die je op tour aandeed zijn je het meest bijgebleven?
Berman: "Het is gewoonweg verstommend, al de plaatsen waar we geweest zijn en die we waarschijnlijk nooit hadden gezien als we geen muziek hadden gespeeld. De dingen waar ik nu aan denk zijn van de meer bizarre situaties waarin we beland zijn. Twee keer in een vreemde club spelen op een strand in Noord-Italië was geweldig, en ook in San Sebastian gaven we een concert op het strand, op een jazzfestival. Dat was ongelofelijk. Het was een prachtige dag toen we soundcheckten, iedereen was aan het zwemmen of zonnen,… moeilijk om je te concentreren in zo’n omstandigheden. Weet je, normaal gezien komen we ergens toe in een bar of een zaaltje, we zijn niet echt gewoon om plots voor 15.000 mensen te spelen. Zoiets is gewoon niet te bevatten."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =